Luisteren in jaloersmakende panden

Gisteren werd voor het eerst in Amsterdam het mini-festival 'Verhalen halen' georganiseerd. Vijfentwintig schrijvers en columnisten lazen voor uit eigen werk en beantwoordden vragen van hun lezers....

'Kijk, ziet u dat hotel daar? Dat was van mijn oma en daar ging ik altijd op zondag mijn zakgeld ophalen.' Aan het woord is Kees van Beijnum en we bevinden ons op salonboot Monne de Miranda. Van de Kromme Waal door de Oudezijds Kolk naar de Oude Zijdsvoorburgwal. De schrijver van Dichter op de Zeedijk, die opgroeide in een cafe-hotel op de Amsterdamse Wallen, geeft direct toe dat het voor hem een onverwachte 'sentimental journey' is.

De boottocht maakte deel uit van een uiterst geslaagd mini-festival, dat de al meer dan tien jaar in Den Haag opererende stichting Dichter aan Huis zondagmiddag voor het eerst in Amsterdam organiseerde. Onder de noemer 'Verhaal halen' waren vijfentwintig romanschrijvers en columnisten uitgenodigd om in particuliere woningen en op een vijftal woonboten voor een klein publiek hun werk voor te lezen en vragen te beantwoorden. Iedere sessie duurde zo'n drie kwartier en na afloop kon het publiek naar de volgende schrijver wandelen.

Ruim voor aanvang stonden er al lange rijen voor de deur van een grandioos achterhuis aan de Plantage Muidergracht, waar Jan Wolkers zou voorlezen. Net als Martin Bril en Elsbeth Etty liet Wolkers echter afweten en net op tijd werd hij vervangen door een buitengewoon geestige Rascha Peper.

Omringd door een aandachtig publiek las zij passages voor uit haar over twee weken te verschijnen roman Wie scheep gaat. Het boek speelt voor een groot deel in New York en Peper vertelde dat zij ondanks haar afkeer voor sport toch een hoofdstuk had gewijd aan de New-Yorkse marathon, gefascineerd als zij was door het 'oneindige lijden' van de uitgeputte finalisten, die er met hun aluminium capes uitzagen als 'engelen, als de Styx overgestokenen'.

In een minstens zo mooie woning aan de Keizersgracht las Hugo Brandt Corstius zijn allereerste, in 1956 in het studentenblad Propria Cures verschenen stukje voor, gevolgd door zijn laatste nog deze week in Vrij Nederland te verschijnen column. Deze had de tegenwoordig in Frankrijk wonende Brandt Corstius in een opzettelijk Frans klinkend Nederlands geschreven en was een venijnige terugblik op een jaar zonder 'Lionel Fortuyn, oftewel Pim Jospin'.

Wie niet geboeid werd door de verhalen, kon zich onbeschaamd vermaken met het nooit vervelende spel van interieurtje-kijken. Hoe krijgt men het voor elkaar om het meest prachtige antiek te combineren met de meest vreselijke IKEA-meubels? Hoe haalt men het in zijn hoofd om tussen schilderijen van Breitner en Israëls rafelige posters en huiskamervlijt op te hangen?

Jaloersmakend was de serre van een hoekpand aan de Plantage Lepellaan, waarin Geert Mak mocht voorlezen. Pilaren, een glazen dak en uitzicht op een tuin waaraan geen einde leek te komen. Terwijl de paarse seringen tegen het glas-in-lood waaiden, las Mak de inleiding voor uit zijn begin volgend jaar te verschijnen boek over de twintigste-eeuwse geschiedenis van Europa.

Als geen ander weet Mak aan de hand van anekdoten een mooi tijdsbeeld te geven, deze keer met een verhaal over een klein dorp in het zuiden van Hongarije waar tot voor kort de tijd stil stond. Mak was er in 1999, het jaar 'waarin de vuilnisman voor het laatst met paard en wagen rondtrok en waarin de klokkenluider werd ontslagen, omdat hij de uitkering van de moeder van de burgemeester achterover had gedrukt.'

Dat dit festival een vervolg moet krijgen, staat al na één aflevering als een paal boven water. Dit is een ideale vorm om gesproken literatuur aan de man te brengen, veel beter dan in theaters of literaire cafés. Dankzij de intieme sfeer raakten schrijvers en lezers echt met elkaar aan de praat en veel bezoekers hadden dan ook het idee iets bijzonders mee te maken. Na Den Haag en Amsterdam zou deze formule wel eens heel Nederland kunnen gaan veroveren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden