Luister nou eens, opa

Januari is misschien wel de eenzaamste maand van het jaar. Weg de lichtjes en de bedrijvigheid van de decembermaand, niets om naar uit te kijken....

Renée Braams

Mijn 98 geworden oma was tot haar tachtigste een vrolijke vrouw die iedereen om haar vinger wond. Toen ze haar echtgenoot en haar gezondheid verloor, bleef er weinig van haar over. Met onstuitbaar geklaag joeg ze iedereen weg. 'Nou dag oma, hou je goed, en tot gauw, hè', beloofde ik dan dapper bij de deur, op de vlucht. Oma zweeg wijselijk, maar wat ze inslikte, liet haar lichaamstaal op niet mis te verstane wijze horen: Tot gauw! Pff! En dat moet ik geloven! 'Ja, dag hoor', zei ze gelaten, en in haar eentje bleef ze achter. Ergernis riep ze op, en medelijden.

Mariejet Scheltens, een briefschrijfster aan de Volkskrant, vindt het geen wonder dat veel bejaarden eenzaam zijn. Zij rijdt als vrijwilligster bejaarden naar activiteiten van de Zonnebloem. 'Eenmaal in mijn auto geïnstalleerd, met veiligheidsgordel, knoop ik een gesprek aan om het tochtje wat gezelliger te maken', schreef ze aan de krant. 'Ik informeer naar haar woonomstandigheden en gaat over de vraag of ze zich op het uitstapje verheugt.

De rest van het tripje hoef ik niets meer te zeggen, want steevast volgt een klaagzang over alles wat ze vroeger wél en nu niet meer kan, over de kinderen die zo druk zijn, over alle mankementen van het lijf. Mijn bijdrage aan de conversatie blijft beperkt tot enige zuchten, enkele ach en wee's en uitroepen in de trant van: wat naar voor u. Ondertussen bedenk ik me dat het me eigenlijk niets verbaast dat mevrouw zich af en toe eenzaam voelt en de kinderen en kleinkinderen maar zo sporadisch hun gezicht laten zien. Nooit eens een grappig verhaal, een discussie over een maatschappelijk topic noch een greintje belangstelling voor de ander. Sociale contacten zijn toch gestoeld op tweerichtingsverkeer!'

Wijsheid komt met de jaren, zegt het spreekwoord hoopvol, maar de rauwe werkelijkheid vertelt het tegengestelde. Hoe ouder mensen worden, hoe meer ze praten over hun kwalen, wat het bezoek nog geduldig aanhoort, waarna het verder gaat over de enge ziektes van kennissen van buren die de al minder geduldige luisteraar niet eens kent. Ma, kun je nou ook eens belangstelling tonen voor mij! Waarna ma zich gekwetst afwendt: wie niet ziet hoe goed zij het bedoelt, moet het zelf maar weten.

Er is een troost voor kinderen aan wie het vreet om hun ouders zo alleen te laten: volgens sociaal-wetenschappelijk onderzoek is het niet waar dat alle bejaarden eenzaam zijn. Uit het Nestor-onderzoek, dat in de jaren negentig is uitgevoerd onder vierduizend ouderen in elf gemeenten, bleek dat fitte ouderen gemiddeld niet eenzamer zijn dan volwassenen in andere levensstadia. Als het lichaam het laat afweten, worden de gevoelens van eenzaamheid wel moeilijker te ontkennen. Vrouwen die als weduwe verder moeten na een lang en intiem huwelijk, stranden ook vaak in eenzaamheid.

Volgens VU-onderzoek is het een fabeltje dat wij onze bejaarde ouders minder bezoeken en bellen dan eerdere generaties. Met de individualisering blijkt het nogal mee te vallen. Maar de hamvraag is natuurlijk of bejaarden, als ze wél eenzaam zijn door hun moeilijke gedrag, daar zelf wat aan kunnen doen.

Nee, daar kun je niets aan doen, als je zo oud bent, denken de meeste kinderen. Als je ziek bent en iedereen om je heen heeft kanker, heb je alle reden om te klagen. Als het lichaam oud wordt, worden de spieren stram, de gewrichten onbuigzaam en verliest de geest zijn flexibiliteit. Voor mensen in de kracht van hun leven is sleutelen aan het eigen karakter al titanenwerk, dus van bejaarden verwachten dat ze zich trainen de ander met open oor en hart tegemoet te treden, lijkt te veel gevraagd.

Maar zo fatalistisch hoeven kinderen niet te denken. Er zijn wel degelijk mogelijkheden voor bejaarden die achter de vitrages weg willen. Buurthuizen en welzijnsclubs organiseren cursussen voor eenzame ouderen. Uit onderzoek van sociaal gerontologe Nan Stevens blijkt dat het meeste heil te verwachten is van echte sociale vaardigheidstrainingen waarin wordt geoefend met luisteren, complimentjes geven, grenzen stellen en gedoceerde zelfonthulling. Daar houden de meeste deelneemsters (het zijn grotendeels vrouwen) vriendinnen aan over. Wanneer eenzame bejaarden gewoon worden samengebracht zonder dat wordt besproken en geoefend hoe je dat doet, vrienden maken, blijken de deelnemers later nog net zo alleen, of erger door de teleurstelling. Maar volwassen kinderen kunnen hun ouders moeilijk op sociale vaardigheidstraining sturen als die zelf het probleem niet zien.

Fleur Thomése, onderzoekster aan de VU naar netwerken van ouderen, vindt de tekortschietende sociale vaardigheden van de bejaarden van nu ook een generatiekwestie.

De mensen die nu boven de vijfenzeventig zijn, noemde de generatiesocioloog Becker de stille generatie. Hard werken en je plicht doen, was in hun tijd het belangrijkst. Aardig zijn en vrienden maken, speelde niet zo. Vragen stellen naar iemands welbevinden was al gauw impertinent. Thomése: 'Pas de laatste 25 jaar zijn van die superrelaties die je zorgvuldig moet onderhouden, de norm geworden.'

Thomése denkt dat slecht luisteren en geen interesse hebben in anderen net zo vaak voorkomt bij mensen in de bloei van hun leven als bij ouderen, maar dat zo'n eigenschap geprononceerder naar voren komt als iemand oud en ziek wordt en zijn blikveld verkleint. Of kinderen veel kunnen doen tegen de eenzaamheid van hun ouders, betwijfelt ze, vooral als het gaat om eenzaamheid na het verlies van de huwelijkspartner. 'Het treurige is', zegt ze, 'dat kinderen belangrijk zijn in negatieve zin. Als ze niet komen, of het contact slecht is, is dat een enorm drama. Als ze wél komen, beleven veel ouders dat als vanzelfsprekend.'

Het antwoord van onze maatschappij op het eenzaamheidsprobleem onder bejaarden luidt vrijwel altijd eender: er moet meer geld naar de zorg, opdat professionele krachten naast het wassen en plassen tijd hebben voor een praatje en een wandeling. Maar of zakken met geld hier wonderen kunnen verrichten, is maar zeer de vraag. Iedereen die weleens in een ziekenhuis of bejaardenhuis heeft gewerkt, kent het recept tegen eenzaamheid: wie aandacht geeft, krijgt aandacht. Altijd is er op zo'n gang één bejaarde die het door heeft. Zij prent de namen van de verzorgsters in. 'O ben jij het, Monique, fijn dat je er weer bent, heb je leuke vrije dagen gehad?' Maar het gros van de heel oude mensen in tehuizen overstelpt de zuster met klachten en verwijten zodra zij de drempel overkomt, en dus maakt die zich uit de voeten zodra de hoogst noodzakelijke zorg is verleend.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid zei in het advies 'Bewijzen van goede dienstverlening' van 1 december 2004 dat verzorgenden meer tijd moeten krijgen voor hun patiënten en dat men moet zoeken naar inspirerende voorbeelden om die extra tijd op een vruchtbare manier te besteden. Dat idee biedt perspectief: laat verzorgenden dan bijvoorbeeld wekelijks praten met een psycholoog over hoe je aandacht geeft aan moeilijke mensen. Laat ze vertellen wat ze hebben geprobeerd en hoe dat heeft uitgepakt.

Denk niet dat verzorgsters extra tijd vanzelf gebruiken om een uur hand in hand te gaan zitten keuvelen met een verzuurde negentigjarige. Het advies aan de bejaarden van de toekomst en de jongbejaarden van nu is duidelijk, als je aan de eenzaamheid wilt ontsnappen: train je nu al in luisteren, belangstelling tonen en opletten of de ander zich bij jouw verhalen niet verveelt. Fleur Thomése voegt daar aan toe dat van die intieme superrelaties niet ieders wens en smaak zijn. Maar bereid je wel voor op misschien nog wel dertig jaar zonder je levenspartner, adviseert zij. 'Zoek activiteiverdediging ten buiten die partnerrelatie, dingen waar je hart sneller van gaat kloppen.' Op een kunstreis of wandelvakantie tref je wellicht iemand om mee op stap te gaan. 'Het hoeft niet meteen een boezemvriendin te zijn.'

Om de alleroudsten bij te staan moeten we misschien kijken naar oplossingen die minder een beroep doen op één-op-één sociale vaardigheden van de ouderen én van degenen die hun gezelschap moeten houden. Verpleeghuizen worden door snelle, gezonde mensen afgeschilderd als niet minder dan een inferno: kwijlende mensen in rolstoelen, geen eigen kamer, een paar ansichtkaarten boven je bed als treurig restant van je leven als persoon. Daar lééf je niet, is de heersende mening, daar word je geleefd!

Maar dat 'geleefd worden' door het verpleeghuisritme moge dan een gruwel zijn voor mensen met fitte benen en een wakkere geest, het kan de alleroudsten juist laten voelen dat ze ergens bij horen.

Waarom moeten alle verpleeghuiszalen worden omgebouwd tot eenpersoonskamers? Op die slaapzaal en in de kring in de huiskamer voelen dementerenden zich vaak als op een knusse kostschool, waar het eten hun wordt voorgezet en ze niet eens hoeven af te wassen! En als er dan één kleindochter op bezoek komt met haar dreumes, kan iedereen daarvan meegenieten.

Er mag ook wel meer waardering komen voor medewerkers in verpleeghuizen en verzorgingshuizen die muziekavonden en bingomiddagen organiseren, bejaarden laten helpen met koken en koekjes bakken, feestmaaltijden aanrichten, liedjes zingen uit de oude doos en alle bewoners optrommelen voor een uurtje gymnastiek. Verpleeghuis Hogewey in Weesp liet zien hoe je van een verpleeghuis een thuis kunt maken. Bewoners kunnen er kiezen uit verschillende leefstijlen, waar vroeger herleeft. Er zijn stijlvol ingerichte Gooise huiskamers, Indische leefgroepen met batikkleden en spekkoek, huiselijke groepen met boerenbont servies en huisdieren en Jordanese groepen met draaiorgelmuziek. Het voorbeeld van Hogewey, dat een aantal prijzen kreeg, is het laatste decennium door vele verpleeghuizen gevolgd.

Afleiding en een huiselijke sfeer, dat kunnen we geven aan heel oude mensen die zich zelf niet meer uit het moeras van de eenzaamheid kunnen trekken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden