Luister naar mijn vriend Ken Saro Wiwa

De Nigeriaanse junta heeft de schrijver Ken Saro Wiwa ter dood veroordeeld. Ben Okri neemt het voor hem en onderdrukte schrijvers in het algemeen op....

BEN OKRI

ALS je wilt weten wat in een bepaalde tijd of natie gebeurt, probeer dan uit te vinden wat er aan de hand is met de schrijvers, de stadsomroepers; want zij zijn de seismografen die op handen zijnde aardbevingen in de tijdgeest registreren.

Slapen de schrijvers? Dan verkeert de tijd in een droomtoestand. Zijn de schrijvers een en al levendigheid? Dan dragen de eerste bloemen van een bescheiden gouden eeuw hun geuren over zee naar de kusten van de toekomst, met al haar mogelijkheden. Zijn de schrijvers onnatuurlijk stil? Dan is de tijd zwanger van onontwarde onrust.

Maar wanneer je hoort dat schrijvers onder duistere omstandigheden zijn vermoord en tot zwijgen gebracht, dat hun huizen op mysterieuze wijze zijn afgebrand, dat er groteske leugens over schrijvers worden verteld, dat ze hun land zijn ontvlucht en in ballingschap leven; maar bovenal, wanneer je hoort dat schrijvers ter dood zijn veroordeeld door ondemocratische tribunalen, dan kun je er zeker van zijn dat grote gevaren, de oorlogsdemonen en de engelen der versplintering al zijn begonnen aan hun gevreesde innestelling in het bloed van de miljoenen mensen die het land van zulke schrijvers bewonen.

Dan weet je dat de lucht van het land al vol is van corruptie en terreur. Dat de lucht verstikkend en het leven ondraaglijk is, dat de bodem van het land al is begonnen aan zijn oogst van dode lichamen en bizarre planten des onheils. Dat de vrijheid in dode toestand op de akkers ligt, dat de leiders de natie aan het onverbiddelijke doodvonnis hebben overgeleverd.

De schrijver is immers de barometer van de tijd. Met verkiezingen kan worden geknoeid, de uitslagen kunnen op ondemocratische wijze nietig worden verklaard, en de rechtmatige leiders kunnen worden ondergebracht in het presidentiële gedeelte van een gevangeniscomplex. De mensen kunnen zo bang worden gemaakt dat zij vervallen tot trieste aanvaarding, tot cynisme zelfs, omwille van hun kinderen, omwille van voedsel.

Een ongelooflijk vermogen stelt hen in staat gewoon door te gaan met leven: het vermogen te wachten tot de zieke tijd zichzelf heeft opgevreten. Het vermogen te wachten tot de betere tijden ten slotte terugkomen, de tijden waarin de aarde de arrogante zekerheden der tirannen zal hebben verteerd.

Maar ze schrijven, de schrijvers, overlopend van het onaanvaardbare dat in hun toestand van slapeloosheid steeds grotere vormen aanneemt. Ze zijn niet in staat gewoon door te leven, door de pure geur van gier en drek die de tijdgeest uitademt. De schrijver moet wel te voorschijn komen uit zijn schuilplaats, uit de wijsheid van het zwijgen.

Hij moet wel tijdelijk zijn woord breken jegens de wijsheid van de mensen die zoveel monsterlijkheden hebben zien komen en gaan. Die zovele hongersnoden in de dood zagen eindigen, die zoveel oorlogen meemaakten. Oorlogen die hun kinderen verslinden, oorlogen waarin de laatste adem wordt uitgeblazen in een totaal verwoest landschap, maar wel een landschap waarover een nieuwe wind ruist, die de zaden aandraagt van een onverwachte wederopbloei.

DE schrijver komt uit zijn schuilplaats te voorschijn; hij gaat tekeer tegen de oliemaatschappijen die de lucht verpesten; hij gaat tekeer tegen het onrecht, het veel te grote onrecht, dat over de rand heenstroomt en zich via de rivieren en wegen van het land kolkend een weg baant; de schrijver treurt om de dood van de democratie, die het begin van de versplintering en burgeroorlog markeert.

Soms laten schrijvers zelfs de pen rusten, uit een gevoel van gigantische frustratie, en kiezen andere wegen om te waarschuwen en de aandacht te vestigen op hetgeen niet langer acceptabel is in het leven van gewone mensen. Schrijvers worden activist, soldaat zelfs, of ze gaan de politiek in, als verlengstuk van hun uit liefde geboren woede.

Want in wezen hebben we het hier over liefde: liefde voor het betere leven dat voor alle mensen werkelijkheid zou kunnen worden; liefde voor de toekomst met zijn grotere mogelijkheden, die nu in de kiem worden gesmoord door kortzichtige leiders; liefde voor een betere manier van leven, een hogere vorm van rechtvaardigheid, die het land regeert als een wijze, onzichtbare god; liefde gericht op meer 'adem' voor de bedelaar en de mandenvlechter; liefde voor de vrouwen die al het lijden dragen en zulke kleine wonderen van overleving voortbrengen.

Liefde voor de kinderen die opgroeien in een zonovergoten land en niet weten hoe verwrongen en met bloed bevlekt de toekomst - hun erfdeel - zal zijn; liefde voor de wederopbloei van een volk dat zoveel beter verdient, dat nooit recht lijkt te worden gedaan, dat weinig voorspoed kent en nimmer zijn wensen ziet uitkomen.

Het is de liefde voor een betere toekomst voor de mensheid, met betere mensen, die fouten maken van een hogere orde, en een laagste levensstandaard die in ieder geval toereikend is; het is de liefde die ervoor zorgt dat het zaadje zich tot boom ontwikkelt; het is de liefde die ervoor zorgt dat mensen elkaar de hand toesteken, over zeeën en over grenzen van ras en geloof heen, om banden te smeden die de menselijke droom kunnen veranderen in een menselijke realiteit waar iedereen zich wel bij voelt; het is de liefde die een moeder ertoe brengt haar kind te beschermen tegen lijden; het is de liefde die de schrijver doet huilen wanneer het bloedige tij zich achter de horizon aandient.

Wanneer deze liefde ter dood is veroordeeld, dan dient iedereen met een hart dat klopt, met een huid die wordt beroerd door de wind, de streling van een geliefde en het oneindig grote lijden des levens, iedereen die van binnen leeft, acht te slaan op deze kreet - in Nigeria is zojuist een schrijver ter dood veroordeeld.

Veroordeeld, voor zijn poging om de natie op zijn eigen wijze te herinneren aan iets dat eigenlijk een algemeen erkende wet dient te zijn, een wet die de opkomst en neergang van naties regelt: namelijk dat wat niet groeit, sterft; dat wat de eigen waarheid niet onder ogen ziet, vergaat; dat degenen zonder visie zullen vallen; en dat al diegenen die geloven dat vrijheid kan worden onderdrukt en toch zelf in vrijheid denken te kunnen leven het hopeloos bij het verkeerde eind hebben.

Een volk ziet òf zijn eigen pijnlijke waarheden onder ogen, òf het wordt door diezelfde waarheden onder de voet gelopen; want het feit dat het leven nooit stopt, is even voorspelbaar als er onontkoombaarheid schuilt in het lot dat mensen verblindt voor deze waarheid.

ER zijn bepaalde dingen op aarde die sterker zijn dan de dood, en een van die dingen is de eeuwige menselijke zoektocht naar gerechtigheid. Een volk kan niet zonder die zoektocht leven en als de tijd daar is sterven mensen om plaats te maken voor hun kinderen. Dat is waar fabels vandaan komen.

Maar iedereen die kan luisteren, hoor wat ik zeg: in Nigeria is een schrijver ter dood veroordeeld tijdens zijn zoektocht naar een beter leven voor zijn volk. Het gevolg is niet te berekenen. Zijn naam is Ken Saro Wiwa en hij is mijn vriend.

Ben Okri is een Nigeriaanse schrijver die in Engeland woont. In 1991 won hij de Booker Prize met The Famished Road (Nederlandse vertaling De Hongerende Weg, uitg. Van Gennep).

The Guardian/de Volkskrant

Vertaling: José van Zuijlen

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden