'Luister naar de patiënt'

Nergens ter wereld zijn huisartsen zo toegankelijk, maar ook zo streng. De poort naar het ziekenhuis gaat niet zomaar open. Luisteren, praten, uitleggen, geruststellen, dat is de methode van huisarts Sandra Bijl.

'Ik word helemaal gek, van mijn hoofd. Ik kan de woorden niet vinden.'

'Ik stond laatst op de trap de ramen te zemen, nou dan moet ik me echt vasthouden, zo duizelig ben ik.'

'Wat heb ik aan die ademhalingsoefeningen? Ik krijg er niet meer lucht door ofzo.'

'Weet je een andere psychiater? Deze heeft een wachtlijst.'

'Mijn dochtertje heeft al drie dagen koorts, ik vind het te lang duren.'

'Ik heb een heleboel pijn in mijn buik. Het ziekenhuis zei ik dat ik terug moet komen naar jou.'

'Wat denkt u dat ik weeg dokter? 158 kilo! Dat kan toch niet langer, het loopt uit de hand.'

'Oké, dus mijn man mag vrijdag weer douchen. Ik schrijf het even op hoor. Mag hij wel stofzuigen, dokter?'

Het is een bonte stoet aan fysiek en geestelijk ongemak die voorbijtrekt tijdens het ochtendspreekuur van huisarts Sandra Bijl (47) in de Rotterdamse wijk Lombardijen en al haar patiënten krijgen met dezelfde vrolijke, maar kordate aanpak te maken. Alleen de duizelige dame stuurt ze door naar de kno-arts. Verder kan ze het zelf allemaal af. Ze verwijdert een verdachte moedervlek, controleert verstopte darmen en onderzoekt een gekneusde rib. Tegen de ongeruste moeder van een 3-jarig meisje: 'Drie dagen koorts? Dat is helemaal niet lang, ik zal je vertellen waarom.'

Vier pijlers kent de methode-Bijl: luisteren, praten, uitleggen en geruststellen. Het zijn, zegt ze, de fundamenten van de gezondheidszorg, waarin de huisarts, 'met alleen maar een luisterend oor en een goed gevulde dokterstas' zoveel mogelijk patiënten begeleidt en behandelt. Nergens ter wereld zijn huisartsen zo toegankelijk als in Nederland maar nergens ook zo streng. Zij bewaken de poort naar het ziekenhuis en die gaat niet zomaar open. Paternalistisch, vinden ze in het buitenland. In het recente Europese kwaliteitsonderzoek over de zorg werd die ziekenhuispoort als het enige, stevige, minpunt beschouwd in een verder perfect systeem.

Maar het chirurgisch consult dat Sandra Bijl declareert om bij een patiënt een moedervlek te verwijderen bedraagt 84 euro en 84 cent - veel minder dan in het ziekenhuis. De dementerende Marokkaanse meneer kan ze samen met de thuiszorg prima opvangen en wat moet de specialist met die hypochondrische jonge vrouw die elke keer een andere ziekte voorwendt?

Wie een dagje met haar meeloopt, ziet het meteen: een huisarts is niet alleen een dokter maar ook, en soms vooral, een sociaal werker die voor van alles een oplossing moet bedenken. Bijl werkt in een achterstandswijk, waar ze drie jaar geleden een solopraktijk overnam. Ruim 3.200 patiënten heeft ze, een populatie met forse sociale, economische en psychiatrische problemen. Veel ouderen en veel allochtonen, van Turken, Marokkanen en Antillianen tot Polen en Irakezen.

Haar patiënten zijn vaak arm en laag opgeleid, soms verslaafd, wonen niet in al te beste huizen, zorgen alleen voor hun kinderen, roken vaker en zijn dikker dan gemiddeld. Ze hebben minder draagkracht, zegt ze, minder overzicht, ze zijn sneller uit balans.

Dokter Bijl regelt en reddert. De oudere man met geheugenverlies heeft misschien thuiszorg nodig. De veel te dikke patiënte met suikerziekte mag best dat spectaculaire hormoondieet proberen maar ze schrijft wel even de website op ('Straks even kijken wat dat nou toch weer is.'). De allochtone vrouw die zo onverklaarbaar moe is, kan wellicht in gesprek met de praktijkondersteuner ggz. En dan is er nog een vermoeden van ouderenmishandeling - daar zou de wijkverpleegkundige mogelijk kunnen ingrijpen. De man die wegens de verhoging van het eigen risico zijn medicijnen niet meer kan betalen ('Die mensen zie ik steeds meer'), verwijst ze door naar de Vraagwijzer, een bureau voor sociale problemen.

Tien minuten per patiënt heeft ze, vijf patiënten per uur maar op die woensdagmorgen gaat al na twee consulten de telefoon: de assistente meldt dat een 81-jarige patiënte heeft gebeld wegens pijn op de borst en een uitstraling naar haar arm. Bijl pakt onmiddellijk haar tas, laat de volle wachtkamer achter en rijdt in haar auto naar de seniorenflat. De auto moet op de stoep, een parkeerplek is niet te vinden. 'Desnoods maar een parkeerbon', verzucht ze.

De vrouw doet zelf open, ze heeft de repetitie met het zangkoor maar afgezegd, meldt ze nerveus. Bijl meet de bloeddruk, vult een vragenlijst in en spuit wat nitrospray onder haar tong, een medicijn dat de bloedvaten verwijdt en de bloedtoevoer naar het hart verbetert. Dan belt ze de cardioloog in het nabijgelegen ziekenhuis. Kort daarop klinkt in de verte al een ambulance. 'God wat een toestand', zegt de oude dame, 'en ik moet natuurlijk ook mijn ziekenfondspasje mee.' Bijl vraagt wat er moet gebeuren als haar onderweg in de ambulance iets overkomt. 'Halen we dan nog alles uit de kast?' Haar patiënte schudt resoluut het hoofd: 'Als ik iets krijg waar ik raar uit kom dan hoeft het niet meer voor mij.'

Terug in de praktijk (zonder parkeerbon, drie kwartier verder) hebben twee patiënten een nieuwe afspraak gemaakt - de derde zit er nog. Er is drie minuten tijd voor koffie.

Bijl vertelt over de maandagnacht, toen ze met een collega dienst had voor heel Rotterdam Zuid. 'Als je ziet waar mensen voor bellen of voor langskomen! Ouders van een verkouden kind die antibiotica eisen. Iemand met buikklachten die bij navraag al drie maanden blijken te bestaan. Allemaal mensen die ongerust zijn. Ik wil toch even worden gezien, klinkt het dan. Mensen denken dat wij gewoon de huisarts bij nacht zijn. Ik ben blij dat ik tijdens zo'n dienst af en toe eens iemand tref die echt iets mankeert.'

Dat is, erkent Bijl, het grote nadeel van de toegankelijke Nederlandse huisarts. Toen ze werd opgeleid, 18 jaar geleden, dachten patiënten twee keer na voordat ze de dokter uit bed belden. Maar de drempel lijkt weg, het wordt buiten de reguliere uren om steeds drukker. 'Soms word ik echt een beetje boos', zegt ze. 'Ik vind dat we patiënten best wat mogen opvoeden.'

En begrenzen. Want het komt voor dat ze op haar spreekuur een CT-scan eisen wegens gewrichtsklachten of hoofdpijn. Het heeft meestal geen nut, zegt ze: 'Een foto is niet zaligmakend. Daar zie je dan óók op dat iemand een versleten knie heeft. Terwijl ik die diagnose allang had gesteld.' Hoe? Door de wijze woorden toe te passen van de befaamde 19de-eeuwse Canadese arts William Osler: 'Luister naar de patiënt. Die vertelt je zijn diagnose.' Bijl zegt: 'Van alle diagnoses stel je 70 procent alleen met het verhaal van de patiënt. Nog eens 20 procent krijg je door lichamelijk onderzoek en slechts bij 10 procent is aanvullend onderzoek nodig.'

Na de lunch, met een kop oplossoep en van huis meegebrachte boterhammen, volgt een tweede ronde patiënten, met nóg heftigere problemen dan in de ochtend. Een moeder in de schuldsanering die het leven niet meer ziet zitten. Een jonge vrouw die zich afgemat voelt; zou dat iets te maken kunnen hebben met die onplezierige seksuele ervaring? En een allochtoon meisje dat een tijd terug een paar keer is aangerand door een man die nu weer in de wijk is komen wonen. Ze wordt door hem achtervolgd. Bijl zoekt contact met de wijkagent.

Als aan het einde van de dag alle patiënten zijn teruggebeld, de recepten zijn getekend, de moedervlek naar het lab is gestuurd, de longarts is gevraagd om een tbc-test bij een verslaafde patiënt, en al die andere gele post-it stickertjes bij haar computer zijn weggewerkt, loopt ze nog even de patiënten na.

'Uw hersenen zijn aan het slijten. Toen u 30 was waren ze groter.'

'Doe je voorzichtig, met je duizeligheid op die trap?'

'Alles ziet er rustig uit, ze heeft gewoon de griep.'

'Nee, u heeft geen reuma, uw botten zijn wat versleten en dat doet pijn.'

'Het goede nieuws: het is niks ernstigs. Het slechte nieuws: het kan wel even duren.'

'Nee, je hebt niet meteen heel veel lucht als je gaat sporten. Dat moet je opbouwen, je bent geen topsporter.'

'Een ontbijt van twee gekookte eieren met prinsessebonen? Tsja, als je suiker goed blijft, kan ik er mee leven hoor.'

'U heeft allemaal dingen die horen bij de ouderdom. En daar hebben we jammer genoeg geen behandeling voor. Dat is het leven hè!'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden