Luister altijd naar jezelf

Elk kind weet wat pesten is. Je bent zelf een pestkop, je wordt gepest, of je behoort tot de grote groep van kinderen die getuige zijn van het pesten, zouden willen protesteren, maar dat niet durven uit angst om zelf gepest te worden....

Marieke Henselmans

Interessante stof voor een kinderboek. Vanwege de spanning die ermee gepaard gaat, de herkenbaarheid voor de lezers, en niet in de laatste plaats vanwege het feit dat kinderen die worden gepest vaak een tikkeltje ánders zijn. Wat gevoeliger, wat creatiever, slimmer of dommer, lelijker, anders gekleurd of geaard.

In Paniek vertelt Carry Slee (Prometheus; fl 24,90) over een middelbareschoolklas, waarbij ze zich vooral op één meisje en één jongen richt.

Het meisje heet Sasja. Ze is pas verhuisd. Haar moeder is gaan samenwonen met een nieuwe vriend, die een zoon heeft: Felix. Hij is verliefd op Sasja, maar die vindt hem niet leuk, wat niet tot Felix lijkt door te dringen.

De andere hoofdpersoon is Ruben. Hij is tot de conclusie gekomen dat hij homo is. Als zijn vriend en klasgenoot Jorrit erachter komt, schrikt hij zich rot.

Deze dingen spelen zich af met de dagelijkse werkelijkheid op de achtergrond: er wordt naar school gefietst, er moeten werkstukken en boekverslagen worden gemaakt, men komt te laat, wordt verliefd, komt thuis bij een vader of moeder alleen, kijkt MTV en zoekt op het internet.

De boeken van Carry Slee zitten altijd zo in elkaar. Een gewoon schoolleven vol lessen en verliefdheden, waarin zich een bepaald probleem aandient. In Spijt! ging het over pesten, in Pijnstillers over verslaving, in Afblijven over misbruik, in Kappen over agressie en geweld.

De boeken kregen stuk voor stuk een prijs van de Nederlandse Kinderjury en de Jonge Jury. Ze worden kennelijk zo gewaardeerd, omdat kinderen veel in de verhalen herkennen.

Het verhaal, dat Slee in Paniek vertelt, loopt vlot, is spannend en leest makkelijk weg. De onzekerheden van zowel Ruben als Sasja worden goed invoelbaar gemaakt.

De meelezende Remco (12) kwalificeerde het boek als een 'dramaboek'. Daarin gebeuren onwaarschijnlijk veel erge dingen en loopt het altijd goed af.

De opbouw is eenvoudig: er zijn goede kinderen die in moeilijkheden komen, slechte kinderen die (in dit geval Ruben) gemeen treiteren, en er is de groep daartussen.

De goede afloop bestaat eruit dat de middengroep het opneemt voor Ruben en de pestkoppen van school moeten. De oorzaak van hun wangedrag wordt niet duidelijk.

Voor de meeste kinderen zal dit een heerlijk leesboek zijn. Maar als de lezer een jongen is die denkt dat hij misschien homseksueel is, dan zal hij zijn coming out vast nog een paar jaar uitstellen.

Debutant Jacques Brooijmans maakt het zichzelf minder gemakkelijk met zijn boek Dwaalsporen (Clavis; fl 31,95). De hoofdpersonen, Joost en Daniël, wonen in een tehuis, wat een al te gemakkelijke identificatie van de doorsnee-lezer al in de weg staat.

De twee, ongeveer dertienjarige, jongens worden vrienden. Een meisje uit het dorp sluit zich bij hen aan, maar de jongens betrekken haar niet bij ál hun geheimen. Zij hebben problemen met verslaafde ouders, pleegouders en de leiding van het tehuis.

Gaandeweg blijkt dat Daniël homo is en dat hij een meisje wil zijn. Hij is zeker van zijn zaak en vertelt het allemaal aan Joost, die hij meeneemt naar een geheime hut waar ook kleren liggen waarmee hij zich als meisje kan verkleden.

Het verhaal wordt niet rechttoe rechtaan chronologisch verteld. Aan het begin blijkt dat Daniël is verdwenen. Heden en verleden lopen door elkaar. Geleidelijk wordt door middel van kleine episoden duidelijker wat er met Joost, het meisje Mira en vooral met Daniël is gebeurd.

Dwaalsporen is volgens de definitie van Remco geen 'dramaboek'. Er gebeuren weliswaar veel meer erge dingen dan in het gewone leven, maar het boek heeft ook een open einde.

De auteur, die zelf homo is, heeft van Daniël geen zielenpoot gemaakt, eerder een zelfverzekerde en gecompliceerde persoon. Iemand voor wie je tot op zekere hoogte begrip kunt opbrengen, maar die ook verbazing of ergernis opwekt. Een echt mens dus. Dat is knap gedaan.

Door Daniël niet alleen als homo, maar ook als transseksueel te portretteren, lijkt de auteur z'n boek de beperking van een minder groot lezersbereik te hebben opgelegd. Die lezers zullen door zijn verhaal aan het denken worden gezet; het verhaal roept meer vragen op dan het beantwoordt, laat nog eens wat te raden over, kan inspirerend en hartverwarmend zijn, maar het zal minder aanspreken dan de boeken van Slee.

Hoe overleef ik de brugklas van Francine Oomen, met grappige tekeningen van Annet Schaap (Van Reemst; fl 26,42), is ook een 'dramaboek'. Maar afgezien van de redelijk gedoseerde ellende (wederom een aan alcohol verslaafde ouder en een gescheiden ouder) en de voorspelbare goede afloop, heeft het leuke extra's.

Rosa gaat naar de brugklas en maakt veel dingen voor het eerst mee. Ze haalt boeken die gekaft moeten worden, fietst, heel ver, naar de school waar ze maar een paar kinderen kent, nog van de basisschool, ze krijgt elk uur krijgt een andere docent, moet steeds naar een ander lokaal en krijgt tal van nieuwe vakken.

De eerste dag pakt ze álle boeken (samen zestien kilo) in, hoewel haar moeder haar probeert uit te leggen dat je alleen de boeken voor die ene dag hoeft mee te nemen.

Ook Rosa krijgt, indirect, met pesten te maken. Haar beste vriendin, Sascha, doet gemeen tegen een meisje dat aparte kleren draagt.

Het verhaal wordt doorsneden met e-mails van Rosa aan haar vriendje Jonas, die nog in groep 8 zit. Hij e-mailt haar terug.

Sterk aan dit boek is dat de kinderen niet al te zwart-wit goed of slecht worden getekend. Voor haar nare gedrag blijkt Sascha een gegronde reden te hebben. Meer dan Slee probeert Oomen een moraal aan haar verhaal mee te geven. Geen slechte. De boodschap is vooral: word geen meeloper, denk na, vertrouw op je eigen mening.

Leuk zijn de survival-tips die Rosa in haar mails aan Jonas verwerkt. Ze zijn aanvankelijk praktisch (zoals tip 1: 'Begin op tijd met boeken kaften'), maar worden steeds interessanter. Tip 17: 'Eerlijk zijn, ook al is het eng.' En tip 18: 'Luister altijd naar jezelf en niet naar een ander.'

Zo hoeft niet elke brugpieper het wiel opnieuw uit te vinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden