Luiselli laat spoken leven en levenden spoken

Valeria Luiselli: De gewichtlozen

*****

Uit het Spaans vertaald door Merijn Verhulst.

Karaat; 189 pagina's; euro 17,95 .

Dit is het wonderlijkste boek dat ik in lange tijd las: De gewichtlozen van de jonge Mexicaanse schrijfster Valeria Luiselli (1983). Er is een verhaal, maar dat valt uit elkaar. De verteller verdwijnt uit haar eigen vertelling. De hoofdstukken zijn fragmenten van soms niet meer dan een enkele zin.

Het begint in Mexico-Stad waar een schrijfster, jonge moeder van twee kinderen, begint aan een roman over een onbekende Mexicaanse dichter die in de jaren vijftig overleed. In korte hoofdstukken vertelt ze hoe ze zijn poëzie op het spoor kwam. Ze werkte toen als vertaler voor een uitgeverijtje in New York, gespecialiseerd in 'buitenlandse pareltjes' die niemand kocht. Haar herinneringen aan die tijd zijn 'steigers, structuren, lege huizen'.

Ze vertelt over het bijna lege appartement in Harlem waar ze destijds woonde, de verre vrienden die ze de sleutel gaf om niet alleen te hoeven zijn en hoe ze in de bibliotheek stuitte op een brief van Gilberto Owen (1904-1952) die in de jaren twintig in een appartement vlak bij het hare woonde. Als ze het appartement bezoekt, sluit ze zichzelf per ongeluk op op zolder en ontmoet daar het spook van Owen. Ze raakt geobsedeerd door de dichter, wiens leven steeds meer raakvlakken vertoont met het hare.

Deze verhaallijn wordt afgewisseld met fragmenten uit het huidige leven van de vertelster. Er is een baby, een zoon die ze 'de middelste' noemt, een echtgenoot die elke ochtend leest wat ze 's nachts heeft geschreven en een groot appartement waar een spook rondwaart met de naam Metgeengezicht. Het gezinsleven staat het schrijven in de weg. De echtgenoot bemoeit zich met de inhoud van het boek, de kinderen willen aandacht. 'Alles wat ik schrijf zal - kan - alleen maar van korte adem zijn. Van weinig lucht.' Tussen deze twee verhaallijnen door reflecteert de vertelster op de structuur van het boek. 'Een verticale roman, horizontaal verteld. Een verhaal dat je van onderaf moet bekijken, zoals Manhattan vanuit de subway.'

Het ondergrondse stelsel van de New Yorkse metro is een terugkerend beeld. Een schimmenrijk, waarin de doden zwijgend tussen de levenden verkeren.

Luiselli liet zich inspireren door 'In a station of the metro', het gedicht dat Ezra Pound schreef, nadat hij in een overvolle metro het gezicht van een overleden vriend had teruggezien. The apparition of these faces in the crowd;/ Petals on a wet black bough.

De vertelster ziet Owen in een passerende wagon. En hij ziet haar.

Owen is dan het boek al ingeslopen als tweede verteller. Hij schrijft over zijn gefortuneerde ex-vrouw, over zijn overtuiging dat hij langzaam in een spook verandert, zijn ontmoetingen met de blinde Homer. Het leven van de vertelster en dat van Owen vloeien langzaam in elkaar over. Spoken komen tot leven, levenden worden spoken, maar het raadselachtige universum van Luiselli doet nergens denken aan het magisch realisme van haar Latijns-Amerikaanse voorgangers.

De toon is afstandelijk, een onderkoelde melancholie afgewisseld met een zakelijke stelligheid. 'Alles is een gerucht, een gerucht dat zich verspreidt tot het een affiniteit is geworden.' Ook het boek staat bol van de geruchten. De vertelster doet een personage af als fictie, zegt vervolgens dat hij wel degelijk bestaat, dan dat hij waarschijnlijk allang niet meer bestaat. Ze schrijft dat haar man haar verlaat en laat dan haar man aan het woord, die zich afvraagt waarom ze dat in godsnaam opschrijft. De grens tussen waarheid en leugen lijkt vloeibaar. 'De vezel van de fictie begint aan de werkelijkheid te tornen en niet vice versa, zoals dat zou moeten zijn.'

De manier waarop Luiselli de twee dolende zielen samenbrengt, is ingenieus. Hun levens versmelten tot een caleidoscopisch verhaal dat zich lijkt af te spelen in een diepere laag van de werkelijkheid. Owen is stervende, de vertelster verdwijnt en tegen het einde weet je niet meer wie van de twee het spook is. Misschien bestaan ze tegelijkertijd, misschien geen van beide. In elke roman ontbreekt iets of iemand. In deze roman is er niemand. Niemand behalve een spook dat ik soms in de metro zag.

Ongrijpbaarheid is Luiselli's grote kracht. Ze maakt het haar lezers niet makkelijk: inhoudelijk waaiert ze uit, maar ze schrijft spaarzaam, op de millimeter en in een plot is ze niet geïnteresseerd (als een journalist haar daar op Twitter naar vraagt antwoordt ze droog: I don't believe in the Grand Finale. I hate Wagner).

De gewichtlozen moet je langzaam veroveren. Lezen, wegleggen, herlezen. Het is weerbarstig en van een grote rijkdom.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden