Lucht

Brigitte, een vlotte blonde vrouw van ergens in de veertig, weet het al: ze wordt gecremeerd, in een witte kist, met blauwe bekleding. 'Ik heb voor de kinderen allebei een hangertje voor aan een ketting, waar wat as in kan. De rest van de as gaat in een urn, naar mijn moeder op de schoorsteenmantel. Tot ze me zat is, dan mag ze me in het gootsteenkastje zetten.'


De schijnbare gelatenheid kenmerkte meer van de (ex-)longkankerpatiënten die Frans Bromet portretteerde in Brandend verlangen. De film werd maandag uitgezonden als een 2DOC van de NCRV/NTR.


Alle hoofdpersonen waren verstokte rokers (geweest), decennia lang. Hun liefde voor de sigaret leek onverwoestbaar, maar ze werden bedrogen: het was verslaving en nu zijn ze ziek. Bromet legde hun verhalen vast volgens zijn bekende procedé, met de ietwat onvaste schoudercamera en zijn kenmerkende interviewtechniek: een temerig, even belangstellend als licht zuigend 'O ja? Ah ja...'


Brandend verlangen is de tv-versie van een opdracht die longartsen Wanda de Kanter en Pauline Dekker gaven voor een website. Misschien dat daardoor de boodschap zo voorspelbaar was. Wie nog overwoog te gaan roken, is na Brandend verlangen snel genezen, wie ooit nog wil stoppen, moet nu beginnen. Nu.


Er smeulde geen vonkje nieuws onder de verhalen, maar beklemmend was het wel te zien hoe de patiënten (of hun naasten) balanceerden tussen blinde obsessie, excuses (verslavende stofjes, een negatief zelfbeeld) en vleugjes spijt nu het te laat is.


Judith (tweemaal longkanker, hersentumor) betreurde dat ze tijdens haar zwangerschap vijf sigaretten per dag rookte. En dat ze met haar man in de auto sigaren rookte terwijl de kleine op de achterbank zat. 'Maar ja, toch doen, hè?'


Wilma, weduwe van roker Adri: 'Weet je: soms schaam ik me er gewoon voor dat ik rook. En dat dat ding sterker is dan ik.'


Het verlangen blijft. Brigitte (nog maar één long, en hartklachten) vond ook tien jaar na haar stoppen niets zo lekker als een kop koffie met een sigaretje. Of dat sigaretje na de seks, ooit, toen haar man nog niet op de vlucht was geslagen voor haar ziekte: 'Je kent het gezegde: de seks was zo goed, zelfs de buren vroegen om een sigaret.'


Hoe het haar gelukt was te stoppen, weet ze nog steeds niet, maar makkelijk was het niet. 'Ik heb in een zakje staan blazen van de hyperventilatie. Om de onmacht over je eigen lijf. Over je eigen hersenen. Het is onmacht.'


Dick (63), op zijn ziekbed, met de armen in verband: er komt vocht uit van het oedeem. Bromet: 'Als ik zo naar je kijk, denk ik: jij bent ooit een grote, sterke kerel geweest.'


Dick: 'Geweest, ja. Groot ben ik nog wel'.


Of hij zijn hele leven gerookt zou hebben als hij geweten had wat hem te wachten stond, vroeg Bromet. Dick: 'Mwah, dat weet je niet, hè. We zijn allemaal nieuwsgierig, allemaal eigenwijs. Alles wat niet mag, doe je toch een keer.'


De aftiteling was dodelijk: 'Een week na deze opname is Dick overleden.' Hij had de Rolling Stones op z'n begrafenis gewild: Sympathy for the devil. Vond zijn vrouw niet kunnen. Het zou Louis Armstrong worden: What a wonderful world.


Het detail stond in schril contrast met de beklemmende sfeer die uit de verhalen opsteeg. Het Vlaamse tijdschrift Humo omschreef Brandend verlangen als een feelbad-documentaire.


Klopt. Deze kijker verlangde vurig naar frisse lucht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden