Luchtig R.E.M.-naslagwerk

WAAROM komt het Britse tijdschrift Q altijd als eerste met die simpele, maar geweldige ideeën? Je vist de beschikbare interviews met R.E.M....

Het klinkt simpeler dan het is. Je moet oppassen dat zo'n special edition niet een veredeld knipselmapje wordt. Maar laat dat maar aan Q over. Tussen de grote interviews uit verschillende tijdvakken wordt vakkundig een brug geslagen met uitstekende achtergrondverhalen, bijvoorbeeld over de linkse rockscene van Athens, Georgia, waar R.E.M in 1980 uit omhoogklauterde. Er zijn beroemde, paginagrote foto's van Anton Corbijn, reconstructies van de wereldtournees met The Police (1993) en Radiohead (1995) en beschouwingen over elke R.E.M.-plaat. In retrospectief, meestal, want tot Green (1988) waren albums blijkbaar niet eens een bespreking in Q waard.

Ondanks zijn waarde als biografie en naslagwerk leest het blad heerlijk luchtig weg - ook al een specialiteit van Engelands grootste muziekblad. Je leest wat bassist Mike Mills' golf-handicap is, stuit op een pagina met alle kapsels van zanger Michael Stipe. En er is een onbetaalbare foto van R.E.M.'s bezoek aan de Muppet Show (november 1998). Met Elmo en andere beroemde figuren zongen ze Furry Happy Monsters, in plaats van Shiny Happy People.

Tegenover uitstekende overzichten van alle videoclips en alle artiesten met wie R.E.M. ooit samenwerkte, of een interview waarin Michael Stipe eindelijk eens ingaat op de betekenis van enkele van zijn cryptische teksten, staat een ruime dosis aan typische Q-meligheid. Geen enkel ander serieus popblad in de wereld komt weg met nonsens als de top tien van 'misheard lyrics'. In Losing My Religion zingt Stipe 'that's me in the corner', en dus niet 'let's pee in the corner'. De fotobijschriften zijn vaak nóg meliger.

Valt er dan helemaal niets tegen? Een paar details misschien. Het voorwoord van Patti Smith bijvoorbeeld, dat op het omslag speciaal wordt aangekondigd. Stipe adoreert haar; en zij hem. Wie een mooi stuk proza van een door de wol geverfde kunstenares verwacht, zal teleurgesteld zijn bij het lezen van het uit Smiths mond opgetekende praatje over die aardige, oprechte, poëtische en getalenteerde Michael Stipe.

In 1996 stelde Stipe een fotoboek over Smith samen: Two Times Intro - On The Road With Patti Smith. Hij volgde haar tijdens optredens, als een devote fan, gewapend met fotocamera. Datzelfde jaar zong Smith de donkere koortjes van de R.E.M.-single E-Bow The Letter. Over de bijna angstig hechte vriendschap tussen Stipe en zijn heldin valt veel meer te vertellen dan nu gebeurt.

Deze special valt op door zijn grondigheid. Er is een team redacteuren vrijgemaakt om eindeloos te speuren naar allerlei wetenswaardigheden, collector's items en malle feitjes.

Dan realiseer je je maar weer eens dat we voor dit soort uitgaven aangewezen zijn op Engelse en Amerikaanse bladen. De Nederlandse afzetmarkt is te klein. Er is geen tijd, geen geld en geen mankracht, laat staan dat een Nederlands blad de Amerikaanse popjournalist David Fricke en de Canadese schrijver Douglas Coupland zou kunnen strikken voor een gastbijdrage.

Te weinig muziekliefhebbers zijn bereid 27 gulden te betalen voor een tijdschrift. Ook al steek je er minstens even veel van op als van Denise Sullivans matige biografie Talk About The Passion (Da Capo, 1998).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden