Lubbers neemt loopje met de feiten in euthanasiedebat

In het debat over het euthanasie-wetsontwerp van de regering is gesuggereerd dat humaan sterven al is geregeld. Thom de Graaf en H.J.J....

IN Forum van 24 augustus heeft oud-premier en minister van Staat Lubbers een beschouwing over euthanasie geschreven die niet onweersproken mag blijven. In de eerste plaats omdat hij de juridische feiten over het nieuwe wetsvoorstel onjuist weergeeft, in de tweede plaats omdat door hem gebezigde termen als 'fanatisme', 'fundamentalisme' en de suggestie van het toegroeien naar een inhumane samenleving, ernstige aantijgingen zijn, die een zinvolle en afgewogen behandeling van het wetsvoorstel in de weg staan.

Het kabinet heeft onlangs een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd dat beoogt artsen die op verzoek van de patiënt euthanasie plegen, mits zij aan met name genoemde zorgvuldigheidseisen voldoen, niet langer strafbaar te laten zijn.

Het wetsvoorstel is feitelijk, op enkele kleine wijzigingen na, identiek aan het op 16 april 1998 door de Kamerleden Van Boxtel (D66), Swildens (PvdA) en M. Kamp (VVD) ingediende initiatief-wetsvoorstel. Bij de formatie in de zomer van 1998 is afgesproken dit voorstel als regeringsvoorstel over te nemen. De relatie die Lubbers legt tussen alleen D66 en de verloren burgemeesterspost in Utrecht of het in de nacht van Wiegel 'gekapseisde referendum' is daarom feitelijk onjuist. Het past als platvloerse analyse niet in een ethisch debat, waarin respect voor elkaars opvattingen doorgaans de boventoon voert.

In de Memorie van Toelichting wordt uitgebreid ingegaan op de ontwikkelingen van het euthanasiedebat in ons land, op de toegenomen zorg bij pijn en stervensbegeleiding. Voorop staat zorgverlening. In een aantal gevallen kan euthanasie een laatste stap zijn, namelijk als er geen andere mogelijkheden resteren om een humane wijze van sterven te realiseren. Het is dan ook onterecht om een relatie te leggen tussen euthanasie en onvoldoende zorg. Zo'n bewering doet niet alleen onrecht aan de feiten, maar ook aan al die tienduizenden verpleegkundigen en verzorgenden in ons land, die ernstig zieken liefdevol verzorgen.

Oud-premier Lubbers stelt dat er al een wet inzake euthanasie is. Die is er inderdaad: namelijk het Wetboek van Strafrecht dat euthanasie verbiedt. Verder is er een meldingsprocedure in de Wet op de Lijkbezorging. Maar een wet die zorgvuldig uitgevoerde euthanasie expliciet toelaat, is er niet. Wat we momenteel in Nederland hebben is een juridisch monstrum, namelijk dat in de ene wet (Wet op de Lijkbezorging) een procedure is neergelegd voor wat in de andere wet (Wetboek van Strafrecht) is verboden!

Een wettelijke regeling van euthanasie - niet te verwarren met levensbeëindiging bij wilsonbekwamen - is echter niet alleen om die reden nodig. Belangrijk is vooral om de spanning tussen het wettelijk euthanasieverbod enerzijds en de aanvaarde praktijk en opvattingen anderzijds weg te nemen. Volgens de laatste peiling, uit 1998, is 88 procent van de bevolking, inclusief grote delen van de christelijke bevolking, voorstander van een euthanasieregeling.

Het doet af aan het gezag van de wet dat door een arts zorgvuldig en op verzoek van de patiënt uitgevoerde euthanasie in het Wetboek van Strafrecht is verboden. Dat dit nog steeds het geval is, komt omdat het CDA jarenlang in zowel de regering als het parlement een heldere wettelijke regeling onmogelijk maakte. Dat dit nu onder een Paars kabinet wel gebeurt rechtvaardigt geenszins de door Lubbers gebezigde kwalificaties.

Een tweede reden voor een wettelijke regeling is ervoor zorg te dragen dat euthanasie binnen het door de samenleving gewenste kader wordt verricht en getoetst. Dat is nodig omdat het gaat om een zaak van levensbelang. Vandaar dat in het wetsvoorstel de zorgvuldigheidseisen zijn neergelegd en de melding van euthanasie tot een voorwaarde voor straffeloosheid van de arts wordt gemaakt.

Daarmee komt een derde reden voor wetgeving aan de orde. Er wordt te weinig gemeld vanwege de zeer onbevredigende juridische situatie dat de arts nu in principe strafbaar is. Het is unfair ten opzichte van patiënten en artsen deze situatie te laten voortbestaan. De suggestie dat euthanasie al wettelijk is geregeld, klopt niet. Het feit dat Lubbers in zijn artikel inhoudelijk slechts ingaat op het melden van de arts aan de toetsingscommissie doet helaas vermoeden dat hij het wetsvoorstel niet serieus heeft bestudeerd.

Het gaat D66 al sinds jaar en dag, en inmiddels ook VVD en PvdA om de vrijheid van de wilsbekwame mens en om de zorgvuldigheid van het handelen van de arts. Dat fanatisme en fundamentalisme noemen is zonderling. We laten die constateringen dan ook maar voor wat ze zijn. Ruilhandel inzake leven en dood is thans in de politieke cultuur niet aan de orde. Het gaat wel om fundamentele zaken, geregeld in een wettelijke voorziening waar reeds in 1985 de Staatscommissie Euthanasie voor pleitte.

Het euthanasiedebat is in Nederland op waardige wijze gevoerd. Dat de oud-premier zich publiekelijk mengt in de discussie valt te waarderen. Maar het is ronduit teleurstellend dat hij zich daarbij bedient van feitelijke onjuistheden en onheuse retoriek. Dat past niet bij zijn karakter en reputatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden