Nieuws Israël

Loze belofte over uitzetten Afrikanen achtervolgt Israëlische premier Netanyahu

Boze inwoners van Tel Aviv gaan woensdagavond de straat op om premier Benjamin Netanyahu te herinneren aan zijn belofte om Afrikaanse immigranten Israël uit te zetten. ‘Sophie wacht nog steeds’, is het motto van de demonstratie - vernoemd naar een oudere vrouw die een jaar geleden de persoonlijke toezegging kreeg van de premier dat ‘Klein Afrika’ zou worden teruggeven aan de oorspronkelijke bewoners.

Israëlische premier Netanyahu Foto AP

Het is een armere wijk van Tel Aviv, waar de afgelopen jaren duizenden Eritreeërs en Soedanezen zijn neergestreken. In de eerste helft van dit jaar signaleerde de politie er een sterke stijging van ‘geweld, berovingen en ernstige aanvallen’. Migranten raakten ook onderling slaags. Genoeg is genoeg, vindt de Beweging voor de Bevrijding van Zuid-Tel Aviv, de bewonersorganisatie die het protest organiseert.

Veel landen worstelen met de uitzetting van migranten, maar voor Israël spelen ‘existentiële vragen’ een rol, zegt Adam Keller van de mensenrechtenorganisatie Gush Shalom. Het gaat om ‘het Joodse karakter van de staat’, onlangs nog verankerd in een door Netanyahu bejubelde wet. Tegenstanders van deportatie wijzen op het bijbelboek Jesaja, waarin het Joodse volk ‘een licht der natiën’ wordt genoemd; een aspiratie die de eerste Israëlische premier David Ben-Goerion tot de zijne maakte. En uiteraard rijst de morele vraag of Israël, opgebouwd door immigranten, de grenzen hermetisch mag sluiten voor nieuwkomers.

Voor Netanyahu is dat geen vraag meer. Hij greep naar een beproefd middel: de bouw van een ‘afscheidingshek’. Langs de grens met Egypte verrees een 200 kilometer lange barrière om een einde te maken aan de toestroom van ‘illegale infiltranten’, zoals de premier de Afrikanen noemt. Zij vormden volgens hem een grotere bedreiging voor Israël dan terroristen in de Sinaï-woestijn. Hij pochte over het resultaat, een effectieve rem op de komst van Afrikanen uit (overwegend) islamitische landen. ‘Hoe konden we een Joodse en democratische staat garanderen met 50- tot 100 duizend infiltranten per jaar? Het aantal zou weleens kunnen oplopen tot 1,5 miljoen!’

Volgens officiële cijfers zijn er ruim 35 duizend Afrikanen in het land die de regering kwijt wil. Mensenrechtenclub Gush Shalom stelt dat ze aanspraak kunnen maken op asiel: ze komen uit het door oorlog geteisterde Soedan (met name Darfur) en het dictatoriaal geregeerde Eritrea. Maar de regering wilde per se tot deportatie overgaan. Begin dit jaar werden de Afrikanen voor de keuze gesteld: het land uit of de cel in.

‘Opgejaagd dier’

Het leidde tot grote onrust in ‘Klein Afrika’, zo bleek tijdens een korte rondgang van de Volkskrant in het voorjaar. In het Lewinsky-park, een verzamelplaats van drugsdealers, picknickende vrouwen, spelende kinderen en een enkele niet-Afrikaan, vertelde de 18-jarige Hassan uit Darfur dat hij 22 maanden onderweg was geweest naar Israël. Hij belandde in een detentiecentrum, dat later gesloten werd op last van het Hooggerechtshof. ‘Ik heb hier geen vrienden en mijn familie is achtergebleven, maar toch wil ik blijven.’ Hij vond een schamel onderdak bij landgenoten, maar geen werk.

In een aanpalende straat noemde de Eritreeër Mikaede (35) zich een ‘opgejaagd dier’. ‘Ik heb geen paspoort, geen visum, niks. Elke dag kan ik opgepakt worden.’ Hij vond een baantje in een supermarkt, en woont met een vriend in een kleine kamer. Met het geld dat hij verdient, probeert hij zijn familie terug te betalen. Die verzamelde 22 duizend dollar, bestemd voor een mensensmokkelaar. Mikaede vreesde uitzetting naar Rwanda, waarmee Israël onderhandelde over de opname van de ongewenste Afrikanen. Die gesprekken liepen op niets uit, evenmin als die met een ander ‘derde land’, Oeganda.

Netanyahu onderhandelde wel succesvol met de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR over een wereldwijde spreiding van de Afrikanen. De UNHCR wilde zo’n 16 duizend van hen elders aan onderdak helpen, mits de anderen een verblijfsvergunning in Israël zouden krijgen. Het compromis werd evenwel verworpen door de de ultra-rechtse flank van de coalitie, inclusief ministers van Netanyahu’s eigen Likoed-partij. Daarop blies de premier de overeenkomst af.

Zo bleef hij met lege handen achter  - reden waarom demonstranten hem donderdag confronteren met de belofte die hij niet kon inlossen. Maar er zijn in Tel Aviv ook medestanders van de Afrikanen. Van de Israëlier Moshe (‘geen achternaam in de krant’), die als vrijwilliger in het Lewinsky-park soep uitdeelt, tot duizenden die de straat op gingen uit protest tegen de deportatieplannen.

Het is inmiddels een bont gezelschap dat het voor de Afrikanen opneemt. Van rabbijnen tot overlevenden van de Holocaust, van oud-diplomaten tot piloten van luchtvaartmaatschappij El Al die zeiden niet te zullen meewerken aan deportatie. Het zijn mensen die ‘aan de goede kant van de geschiedenis staan’, aldus rabbijn Susan Silverman, oprichter van de organisatie Miklat Israël (vrij vertaald: vluchtheuvel Israël). Die biedt Afrikanen huisvesting.

In The New York Times schreef ze: ‘De bevolking van Israël, een land dat werd opgebouwd door diegenen die de ovens van Hitler ontvluchtten en de onderdrukking in Arabische landen waar ze werden behandeld als tweederangsburgers, voelt de onrechtvaardigheid van het regeringsbeleid tot in de eigen botten’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.