'Loyaliteit bestaat nog in deze business'

Bijna had de malaise in de platenindustrie hem er onder gekregen. Maar dankzij een band als Fleet Foxes en Midlake is Bella Union, het platenlabel van Simon Raymonde, weer een van de belangrijkste Britse ‘indie’ labels van dit moment....

Een eigen platenlabel, dat was nooit de bedoeling. Het liep toevallig zo en voor hij het wist kon hij er niet meer onderuit. Maar als iemand destijds tegen Simon Raymonde had gezegd: ‘Weet je wat jij met al je kennis zou moeten doen, een platenlabel beginnen’, had hij deze hard in het gezicht uitgelachen.

In een Londense pub, naast het kantoor van Bella Union vertelt Raymonde (1962) over het label dat hij eigenlijk niet wilde, maar dat nu gezien wordt als een van de belangrijkste Britse ‘indies’ van het moment. De afgelopen jaren had Bella Union succes met Fleet Foxes, The Low Anthem en Midlake. Terwijl de nieuwste troef, John Grant (voorheen zanger van The Czars), dezer dagen veel aandacht opeist met zijn solodebuut The Queen Of Denmark.

Het zijn vooral Amerikaanse artiesten waarmee Raymonde scoort. ‘Raar eigenlijk, ja. Op Bella Union zitten weinig Britten. Dat zal wel komen omdat ik hier niet aan dat spel mee wil doen.’

Met het spel bedoelt hij het avond aan avond afstruinen van pubs en concertzalen, op zoek naar nieuwe bandjes. ‘Een ouderwets gegeven misschien, want je zou in deze tijd niet meer verwachten dat jonge bands en artiesten nog een platenmaatschappij nodig hebben. Maar geloof me, veel is er niet veranderd. Het werkt nog altijd zo, dat als er rond een nieuwe naam iets van een buzz ontstaat, er meteen een stel vertegenwoordigers van platenlabels op af vliegt om hen te contracteren. Ik doe daar niet aan mee, nooit gedaan ook. Als ik merk dat ik niet de enige ben die iets in een nieuwe band hoort, dan haak ik af. Die bidding wars haat ik.’

Wat dat betreft, werkt het in de Verenigde Staten een stuk meer relaxed. ‘Het wemelt daar nog altijd van de ambitieuze bandjes, zangers en zangeressen die door zoveel mogelijk te spelen de aandacht op zich willen vestigen. Ik woon dan wel in Groot-Brittannië hier, maar heb veel Amerikaanse contacten die me inseinen. Daarnaast is een festival als South By Southwest in Austin, Texas voor mij altijd heel belangrijk gebleken. Hier zag ik mijn eerste grote internationale contract, Lift To Experience. Niet echt een groep waar tot nog toe alles uit gekomen is, maar zes jaar geleden werd ik compleet ondersteboven geblazen door deze rockband. Ik stelde me voor en vertelde dat ik ooit zelf in een band had gespeeld, The Cocteau Twins. Toen was het ijs gebroken. Heb ik wel vaker gemerkt, ik hoef de naam maar te noemen of de artiesten kijken me aan met een blik van: o, jij bent anders. Alsof ik ineens een van hen ben.’

Via Lift To Experience, waarvan de bandleden in het Texaanse plaatsje Denton woonden, kwam Raymonde weer in contact met hun stadgenoten uit de band Midlake. ‘Zo introduceert de ene band de andere aan mij. Of muzikanten hebben een agent of manager die mij weer naar andere muzikanten brengt. Zo heb ik in een jaar of vijf een aardig netwerk opgebouwd. En bijna altijd was ik de eerste die echt met zo’n getipte artiest of band in zee wilde. Want dat is het voordeel van in deze tijd in de VS: de platenindustrie is daar zo in elkaar gestort dat er nog maar een paar labels serieus op zoek gaan naar nieuwe muzikanten.’

Toen hij van een bevriend agent een sms kreeg met het bericht: ‘Check out Fleet Foxes, great band from Seattle’ ging hij daar meteen achteraan. ‘Ik vond ze op MySpace en hoorde White Winter Hymnal. Mijn eerste reactie was: ‘Fuck, wat is dit goed’, en de tweede: ‘Die moet ik gaan zien’.’

Het contact was zo gelegd. Fleet Foxes-voorman Robin Pecknold kwam naar Londen, het klikte en eigenlijk kon het niet anders dan dat Fleet Foxes bij Bella Union zouden tekenen. ‘Dat ik er zo’n vaart achter zette, had ook alles te maken met het feit dat zij uit Seattle kwamen, de stad waar ook het platenlabel Sub Pop ooit Nirvana tekende. Dat zag ik als een bedreiging natuurlijk.’

Toen Raymonde vervolgens maanden niks van Fleet Foxes vernam, stuurde hij maar eens een lange mail waarin hij uitlegde dat hij met Bella Union toch de beste keus was voor de band. Want Sub Pop mocht in de VS wel een toonaangevend indie-label zijn, in Europa flopte de een na de andere band. ‘Het was echt een smeekbede van mij, maar het werkte. Ik kreeg per kerende post antwoord. Ja, Fleet Foxes had contact met Sub Pop, die de band voor Amerika had getekend.’ Maar ze waren het enthousiasme van Raymonde niet vergeten. In de rest van de wereld zou Bella Union hun platenlabel worden.

Dat was niet alleen fijn voor Raymonde, het was inmiddels ook bittere noodzaak geworden. Bella Union was financieel in zwaar weer gekomen. ‘De malaise in de platenindustrie had ook mijn label bijna onderuit gehaald. Ineens ging onze distributeur failliet en kon ik artiesten die ik met veel beloftes had binnengehaald, niet meer die promotie geven die ik hen had toegezegd. Fleet Foxes bracht echt redding. Alles ging vanaf het eerste moment goed. Het debuutalbum kreeg lovende kritieken, de concerten raakten uitverkocht en hun muziek werd zowaar op de radio gedraaid. De band werd een echte hit. Ik verkocht eerst honderdduizend platen en na die zomer van 2008 schoot de verkoop in een maand tijd naar driehonderdduizend, goed voor platina.’

De teller staat inmiddels op een half miljoen. Waarvan slechts tien procent als download werd verkocht. ‘Behalve het fabeltje dat artiesten geen albums meer willen maken, is het ook bewezen dat het publiek nog altijd albums wil kopen, lijkt me. De markt van volwassen liefhebbers, zeg maar de thirtysomethings en ouder, is nog best florissant. Dat publiek koopt nog graag cd’s, als er maar zorg aan wordt besteed. In hun afweging welke cd of lp ze willen kopen, telt ook de verpakking. Zoals ik dat vroeger ook belangrijk vond toen ik geld voor één single-tje had.’

Zou hij de plaat ook zelf kopen? – dat is wat Raymonde zich bij alles wat Bella Union uitbrengt altijd afvraagt. In de tijd dat hij zelf nog bas speelde in de Cocteau Twins (1984-1997), was verpakking ook al essentieel. Het label waarop de band zijn platen uitbracht, 4AD, maakte van hoezen soms ware kunstwerken, die verzameld werden, soms ongeacht de muziek die er op stond.

Zo komt het gesprek toch op de band waar Simon Raymonde eigenlijk niet meer te veel over na wil denken, laat staan over wil praten. Raymonde voegde zich indertijd bij het liefdespaar Robin Guthrie (gitaar) en Liz Fraser (zang), toen zij al een paar succesvolle platen uit hadden. ‘Het gaat niet eens om de persoonlijke verhoudingen tussen mij en Robin en Liz, die zijn eigenlijk wel okay. Maar ik krijg echt buikpijn als ik eraan denk hoe we eigenlijk door de industrie genaaid zijn. In die tijd, de vroege jaren tachtig, was je als band al zó blij dat je een contract kreeg, dat je niet keek waar je precies je handtekening onder zette. De Cocteau Twins deden met hun handtekening afstand van alle muziekrechten, die zouden levenslang bij het platenlabel blijven. Toen ik bij de band kwam had ik daar ook niet over nagedacht. Op een gegeven moment verkochten we honderdduizend platen per maand en hadden we vijftig pond zakgeld per week. We kwamen er pas achter dat er iets niet klopte toen we met bands als The Jesus And Marychain en Echo And The Bunnymen op tournee gingen. Toen bleek pas dat het contract dat wij hadden niet normaal was, maar er was geen weg terug.’

Tot op de dag van vandaag heeft Raymonde van de plaatverkoop en de airplay van de Cocteau Twins nooit een cent terug gezien. Al het geld vloeit nog altijd naar het 4AD label, dat valt onder de door Martin Mills beheerde Beggars groep.

‘Ik ken Mills al sinds het eind van de jaren zeventig, toen ik in zijn platenzaak Beggars Banquet in Earl’s Court werkte. En we werken nog altijd samen, bijvoorbeeld als bestuurslid van de belangenvereniging van platenlabels. Een paar keer ben ik er over begonnen tegen hem. Martin, vroeg ik, vind je het ook niet een beetje onredelijk wat er indertijd is afgesproken? ‘Ja, ja,’ zei hij steeds lachend. ‘Ja, zo gaan die dingen nu eenmaal, maar ik zal kijken wat ik eraan kan doen’. Niks dus. Die contracten zijn nooit ontbonden.’

Die financiële situatie was er mede debet aan dat de band nooit echt enthousiast werd toen ze vijf jaar geleden instemden met een reünieverzoek van het Amerikaanse Coachella-label. ‘Dat zou een opleving in de verkoop van onze platen betekenen, waar we niks aan over zouden houden.’ Maar de belangrijkste reden was toch dat het ‘gewoon niet meer ging, samen op een podium. Alle eer aan Liz, die de knoop heeft doorgehakt. De chemie was inderdaad weg. Ik kan me echt niet meer voorstellen dat we ooit nog samen spelen, maar ruzie hebben we niet meer.’

Toen de band in 1997 uit elkaar ging, was dat anders. Vooral Liz en Robin konden niet meer met elkaar overweg. De band was al een paar jaar van hun contractuele verplichtingen aan 4AD verlost, maar de samenwerking met Phonogram verliep ook al niet naar wens. Guthrie en Raymonde besloten dus maar zelf een label te beginnen, Bella Union, waarop Cocteau Twins en soloprojecten van bandleden konden worden uitgebracht.

‘Het briefpapier was al klaar, het logo was ontworpen, maar toen klapte de band uit elkaar. Robin en ik gingen nog even samen door met het label, maar het was niks voor hem. Ikzelf begon er echter wel aardigheid in te krijgen. Aanvankelijk produceerde ik wat bandjes om aan de kost te komen, maar het regelen en op kantoor zitten, bleek wel iets voor mij. En als ik dan toch platenbaas wilde zijn, dan maar voor Bella Union. Het briefpapier en de enveloppen had ik immers al in huis.’

Voor Simon Raymonde heeft het Cocteau Twins-verhaal nog altijd een vieze bijsmaak. ‘Ik kreeg jarenlang steken in mijn maag als ik er over nadacht. Pas sinds een paar jaar ben ik daar van af. Dan zie ik hoe succesvol een band als Fleet Foxes hier wordt, of dan merk ik dat een band als Beach House, waar ik door geldnood indertijd veel te weinig promotie voor kon doen, toch bij Bella Union blijft en dan word ik weer warm van binnen. Loyaliteit bestaat nog in deze business. Maar het zal wel komen door het verleden, dat ik me zelf een beetje schaam als ik met contracten aankom. Vandaar dat ik hier niet mee doe aan die heksenketel. Ik zie mijn collega’s met contracten wapperen na optredens en denk: als dat maar goed gaat.’

Zelf heeft hij er nog alle vertrouwen in. ‘Fleet Foxes braken twee jaar geleden door op South By South West. De afgelopen twee jaar ging het daar in Austin steeds om de vraag wie de ‘nieuwe Fleet Foxes’ zouden worden. Zoiets vervult me dan toch met trots. En nu zie ik weer hetzelfde gebeuren met John Grant. Met zijn band The Czars is het nooit wat geworden. Band en zanger haatten elkaar, ook al maakten ze een stuk of zes platen. Grant kwam echt aan de grond te zitten en bleek suïcidaal. Dan gaat hij op bezoek in Denton bij de jongens van Midlake, bij wie de Czars in het voorprogramma stonden, en dan gaan ze samen de studio in. Het resultaat: een plaat om te huilen zo mooi. Daar kan ik zo intens van genieten dat ik alle ellende vergeet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden