Loyale fabriek

In de wereld van de reclassering heeft zich een fluwelen revolutie voltrokken. De tijd van de geitenwollen sokken is voorbij, de 'productietikken' hebben hun intrede gedaan....

Het caseload-overzicht staat op de agenda. Unitmanager Jan Delsing geeft zijn mensen in een straf tempo een voor een het woord. 'Kwaliteit' staat er groot op de flap-over achter hem geschreven. Een medewerkster krijgt een standje, omdat ze een cliënt te laat heeft aangemeld op haar computer. 'Jammer', reageert de zaal, het outputsturingssysteem rekent dat werk nu niet mee. 'Het systeem telt de vakantiedagen door', waarschuwt Delsing.

Dit is geen werklunch van een verzekeringsmaatschappij of het omzetoverleg van een uitzendbureau.

Dit is een vergadering van de reclassering.

In stilte heeft zich een fluwelen revolutie voltrokken achter de façaden van de dertig reclasseringskantoren in Nederland. De organisatie die bekend stond om zijn autonomie en zijn fervente verdediging van de 'cliënt' (zo wordt de doelgroep van oudsher genoemd) is in het afgelopen decennium omgevormd tot een loyale fabriek.

Elf 'producten' biedt de reclassering, verantwoordelijk voor de resocialisatie van delictplegers. Per product is vastgesteld hoeveel tijd eraan mag worden gespendeerd. Het maken van een voorlichtingsrapport voor de rechtbank moet bijvoorbeeld in zestien uur gebeuren. Werkzaamheden die geen product opleveren, zoals het koffie drinken met een klant die stoom moet afblazen, kunnen niet in de computer worden ingevoerd en leveren geen 'productietikken' op. Dat betekent dat het ministerie van Justitie ze niet vergoedt.

De nieuwe werkwijze heeft het reclasseringswerk uitgehold, meent een oudere medewerkster die anoniem wil blijven. Volgens haar wordt er veel minder met cliënten gepraat omdat het computerwerk zoveel tijd vraagt. 'Het is doorgeslagen naar bureaucratie. De sjoege is uit het werk.' Een bonte stoet van interim-managers heeft het er ook al niet beter op gemaakt, klaagt ze. 'Nog even en de reclassering is totaal weggezakt in een moeras van justitiecontrole, computeruitdraaien, stuurloosheid en mismanagement', schreef ze in een brief aan de Volkskrant.

Het meelopen met twee reclasseringswerkers bewijst dat haar kritiek deels hout snijdt. Ferry Offerman, al 12,5 jaar reclasseringswerker, ontvangt vanmiddag cliënten die een werkstraf hebben gekregen. Na een kort gesprek stopt hij de nieuwelingen in het cliëntvolgsysteem.

De computer eist een antwoord op een vracht vragen over de achtergrond van de klanten. Dat dwingt tot nadenken, is het idee. Omdat het veel tijd kost om elk antwoord te achterhalen, 'raden' reclasseringswerkers dat vaak. Voor 'kale' werkstraffen - zonder extra begeleiding - zijn niet veel gegevens nodig, meent Offerman. Hij vult bij 22 vragen telkens 'niet van toepassing' in. 'En dat zit iedereen te doen bij de twintigduizend taakstraffen die we jaarlijks uitvoeren', grapt hij niet zonder ernst.

Een collega van hem vertelt dat hij de hele middag achter het toetsenbord kwijt was om twee cliënten op zijn naam te krijgen en een derde van zijn naam af te halen. 'Het komt voor', zegt Offerman, 'dat collega's vragen het dossier te faxen. Ze kunnen het zo uit het systeem halen, maar willen dat niet omdat de zaak dan op hun naam komt te staan.'

Ted van der Valk, tot voor kort algemeen directeur van de Stichting Reclassering Nederland, kent de verhalen. Hij is de drijvende kracht achter het proces dat zijn organisatie zo ingrijpend heeft veranderd. 'Pure overlevingsstrategie', stelt hij. 'Begin jaren negentig werd er tien miljoen op ons bezuinigd. Dat was fors op een begroting van 99 miljoen gulden. Men wilde een fusie van de raad voor de kinderbescherming, de voogdij en de reclassering. Het accent leggen op de jeugd. De reclassering voor meerderjarigen zou worden uitgekleed. Onacceptabel.'

Een hervorming moest duidelijk maken wat de reclassering doet met de zak geld die ze jaarlijks van Justitie krijgt. Ook moest helder worden wat recidive voorkomt en wat niet. De reorganisatie kwam in een stroomversnelling toen de Algemene Rekenkamer de vloer aanveegde met de dienst.

In 2000 werd het cliëntvolgsysteem ingevoerd, dat de onpraktische papieren dossiers verving. De gegevens van een klant zijn nu overal met een druk op de knop opvraagbaar. Dit jaar werd het outputsturingssysteem in gebruik genomen, waarin de werknemer zijn daden moet verantwoorden. Van der Valk: 'Als ze zeggen dat het te ingewikkeld is, zeg ik: het systeem is door jullie zelf uitgedokterd.'

Als eerste in de strafrechtsketen kan de reclassering tonen wat ze voor werk verricht, zegt hij trots. 'Je moet zorgen dat je niet jezelf verkoopt. Wat je doet, moet zo goed worden dat het zichzelf verkoopt. Ik gaf indertijd het bestuur op een briefje dat de begroting 30 procent zou stijgen. We zitten nu op 250 miljoen gulden.'

'Hulde aan Van der Valk', zegt raadsheer Rinus Otte, van het gerechtshof Arnhem, zonder een spoor van ironie. Hij is een van de weinige rechters die studeert op de vraag wat er gebeurt nádat een straf is opgelegd. 'Van der Valk heeft de reclassering op de kaart gezet. Maar de overlevingsstrategie bracht wel kaalslag met zich mee.'

Voornaamste punt van kritiek is dat de reclassering zich op de taakstraffen heeft gestort, die in aantal flink zijn gegroeid. Maar het executeren van de alternatieve straf heeft weinig van doen met de originele reclasseringstaak: de hulpverlening aan daders om recidive te voorkomen.

Daarnaast mist Otte de teloorgang van het 'lichte werk', de gesprekjes met een klant om greep op hem te houden. De schuld ligt volgens hem niet alleen bij Van der Valk c.s. 'Zolang de politiek niet weet wat ze met het sanctiestelsel wil, moet ze de reclassering niet op de nek zitten.'

Door de productienormen dreigt het gevaar dat er louter aandacht is voor de delictplegers met wie succes is te behalen. Otte is niet de enige die zich daarover zorgen maakt. 'Gedwongen tot het maken van keuzes is de neiging groot te kiezen voor de kansrijken', waarschuwt Anton van Kalmthout in zijn proefschrift over de geschiedenis van de taakstraf. De krachtproef is zwervers, junks en gestoorden weer tot de doelgroep te rekenen 'tegen de druk van op productie en meetbare effectiviteit gerichte overheid in'.

Hoogleraar Constantijn Kelk, die in zijn lange loopbaan veel over de reclassering publiceerde, formuleert het nog pregnanter. 'Ik ben bang voor het kweken van desperado's, mensen die niks meer hebben te verliezen. Die angst wordt wel erg makkelijk afgedaan met effectiviteitspropaganda.'

Van der Valk erkent dat het regelen van kale werkstraffen niet bij de reclassering thuishoort. Het was de bedoeling daaraan steeds hulpverlening te koppelen. Problemen thuis, het gebrek aan een woning of werk dragen immers vaak bij aan het plegen van misdrijven. 'Maar de kale werkstraf is praktijk geworden. We wilden productie halen, anders kregen we te weinig geld binnen. Nu de overlevingsstrategie heeft gewerkt, moeten we weer de diepte in. We gaan wetenschappelijk onderzoek doen met de schat aan gegevens die we hebben verzameld. We zijn pas op de helft.'

Jessie te Koppele (29) van de reclasseringsunit Apeldoorn ziet de nieuwe computersystemen wel zitten, al zijn ze 'te rigide'. In tegenstelling tot een hoop oudere collega's - 71 procent van de 1400 werknemers is ouder dan 45 jaar - is zij voor het afleggen van verantwoording. 'We zijn misschien te ver doorgeschoten, maar ik vond dat we wel wat mochten verzakelijken.'

De cliënten die ze vandaag spreekt, illustreren hoe moeilijk reclasseringswerk kan zijn. Ze begint met een 'vroeghulp'-bezoek aan twee arrestanten. Daar komt ze te weinig aan toe, bekent ze. 'Terwijl ik nu al iemand kan motiveren om hulp te aanvaarden.'

Daarna ontvangt ze een echtpaar op kantoor dat een forse schuld heeft. Hij, een probleemdrinker, wordt ervan verdacht een zwakbegaafde vrouw te hebben verkracht. Ze had zich op verzoek van een groepje mannen uitgekleed. Een van hen heeft foto's van haar gemaakt en die op internet gezet. De vrouw heeft zich op commando door een hond laten likken.

De cliënt ontkent te hebben geweten dat zij zwakbegaafd is. Te Koppele moet een voorlichtingsrapport maken. Hij is bang zijn baan te verliezen. De schulden zijn al zo hoog.

De vierde klant: een weduwe die werd mishandeld door haar man. Ze heeft twee zoons - de een drinkt, de ander is net vrij - die niet met elkaar overweg kunnen. De drinkende zoon woont nog thuis en stelt dat hij een ongeneeslijke ziekte heeft. Te Koppele denkt dat hij dat zegt om daar te kunnen blijven wonen. Met een dochter botert het ook al niet. Mevrouw zelf is kleptomane. De rechter legde haar conform advies verplicht contact met de reclassering op.

Te Koppele heeft de vrouw mondiger gemaakt, ze geeft haar kinderen meer tegengas. Sinds ze het advies volgt om te winkelen met een kleine tas, komt het stelen nauwelijks meer voor. Ze is zo aan haar begeleider gehecht dat ze een knuffelbeest stuurde toen die een kind kreeg.

De volgende afspraak, een pedofiel met een laag IQ die tegenover een plek woont waar veel kinderen komen, vereert Te Koppele ook al met een cadeau voor de baby. Zij probeert hem tot verhuizing te dwingen. Tot haar opluchting staat er een Te Koop-bord in zijn tuin. De man heeft een werkstraf gekregen omdat hij in een dronken bui een kind heeft betast - voor de tweede keer.

Hij is geweigerd door een inrichting die pedofielen behandelt. Te Koppele heeft de kliniek gevraagd die beslissing te heroverwegen. 'Ik wil er alles aan gedaan hebben om herhaling te voorkomen. Maar de uitslag laat op zich wachten. Dat is frustrerend, want als die meneer een kind pakt, heeft de reclassering het weer gedaan.'

Ze is een manager van probleemgevallen, zegt ze tijdens de terugrit. Ze is het zat om zich te verdedigen. 'Ja, ik werk met daders en ik hoop dat ze jou niet pakken, dankzij het werk dat ik heb gedaan, zeg ik dan.' Ze zucht. 'Deze dag moet ik bezuren door morgen achter de computer te zitten.'

Leken denken vaak dat de reclassering ex-delinquenten begeleidt. Maar dat is wegbezuinigd. Ten onrechte, vindt Van der Valk. 'Gevangenisstraf helpt niet. Ik heb de heilige overtuiging dat je in begeleiding moet investeren.'

Er ligt een plan bij Justitie om de reclassering een rol te geven na de vrijlating van veroordeelden. Van der Valk zal dat niet meer uitvoeren. Hij trad vorige week terug. Het komende half jaar geeft hij mede vorm aan het nieuwe toporgaan, waarin alle partners worden opgenomen. De Verslavingsreclassering en de Reclasseringsafdeling van het Leger des Heils klaagden bij het bestuur met succes dat ze waren achtergesteld bij de Stichting Reclassering Nederland.

Van der Valk was tegen de nieuwe rolverdeling - zijn functie krijgt minder inhoud - en trok zijn conclusies na elf jaar directeurschap. Hij zegt loyaal te blijven vanwege de nieuwe politieke verhoudingen. In de verkiezingsstrijd is weinig medeleven getoond met de zwakkeren in de samenleving. Ondanks zijn ferme uitspraak dat 'we nu kunnen uitleggen wat onze toegevoegde waarde is', zal de reclassering voorlopig kwetsbaar blijven, taxeert hij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden