Loyaal, scherp, maar geen scherpslijper Dinsdagprofiel Lilianne Ploumen

‘Lief’, noemt haar 13-jarige dochter Lilianne Ploumen. Een kwalificatie die kort na haar verkiezing tot voorzitter van de PvdA naadloos leek aan te sluiten op haar imago....

‘Ze wordt nog een beetje als een trutje afgeschilderd, een vrouwtje dat vriendelijk en aardig voor de politici zal zijn en dat geen problemen zal veroorzaken. Ha ha, dat is een fikse onderschatting van haar’, zegt Marjan Sax, oprichter en voormalig voorzitter van Mama Cash. Ploumen was vijf jaar mededirecteur van dit financieringsfonds voor vrouwen.

Sax verhaalt met smaak over de consternatie die in 1996 ontstond rondom de Joke Smitprijs. Mama Cash kreeg de prijs, Ploumen de eer die in ontvangst te nemen. Nog voordat de toespraak was uitgesproken, hingen de ambtenaren van Sociale Zaken aan de lijn. Ploumen liet in haar toespraak, die ter inzage was gegeven, geen spaan heel van het emancipatiebeleid van toenmalig minister Ad Melkert. Sax: ‘De hele dag is er ruzie gemaakt, maar ze gaf geen krimp. Ze heeft alle druk weerstaan. Wat ze op papier had gezet, heeft ze gewoon voorgelezen.’

Op het moment dat Pronk zich kandidaat stelde voor de voorzittersbaan van de PvdA werd links en rechts verondersteld dat Ploumen zich zou terugtrekken. Pronks aanhang was groot en beiden hebben wortels in het ontwikkelingswerk. ‘Ik heb er lang over nagedacht’, zegt ze zelf. ‘Maar Jan is een goede politicus, geen goede voorzitter. Ik wel.’ Ze werd in haar campagne gedragen door een club van tien vrouwelijke directeuren van non-profitorganisaties, die zij een paar jaar geleden oprichtte. ‘Lang voordat Pronk zich kandideerde, zijn wij aan de slag gegaan voor Lilianne’, zegt een van hen.

Haar diepe stem klinkt Limburgs zangerig, haar oogopslag is vorsend maar onbekommerd. ‘Het is een merkwaardige sensatie al die kranten te zien met jou op de voorpagina’, zegt ze. Ja, bevestigt ze nog maar eens, haar vader was melkboer in Maastricht. Een kleine middenstander die met zuivel langs de deur ging en wiens vrouw aan huis verkocht. Zodra de kinderen oud genoeg waren, gingen ze mee om zelf geld te verdienen. Tot in de keuken brachten ze de pakjes boter of de halve liters. Ploumen is daardoor gevormd. In het standsbewuste Maastricht van toen ontdekte ze totaal andere levens dan het hare. ‘Er hing nog de sfeer van: de boodschappen achterom.’

Haar ouders, beide inmiddels hoogbejaard, hadden niet meer dan lagere school. Hun drie kinderen moesten het beter krijgen. Toen Lilianne, de oudste, haar eindexamen haalde, vroeg haar vader onderweg bij elke uitgestoken vlag aan zijn klanten: ‘Hier ook eentje geslaagd?’, om vervolgens trots over z’n dochter te vertellen. ‘Mavo zeker?’, vroeg een dame. ‘Nee, nee, nee, atheneum’, haastte haar vader zich dan te zeggen. Thuis verkneukelde de familie zich. Op haar literatuurlijst stonden alleen vrouwelijke schrijfsters, onder wie Anja Meulenbelt met De schaamte voorbij.

‘We waren ons er scherp van bewust hoe de maatschappij in elkaar zat’, zegt haar vijf jaar jongere zus, psychiater Mariëlle. ‘We hebben al jong geleerd ons te voegen. Mijn zus zal altijd met iedereen respectvol omgaan, of het nou directeur Pietje is of vuilnisman Jantje. Ze stoot niet snel iemand voor het hoofd. Ze is zakelijk en direct, maar ook diplomatiek en innemend.’

Of ze er langer zal zitten dan de dertien maanden van haar voorganger? ‘Ja, dat gaat ze met gemak redden. Haar grote kracht is haar doorzettingsvermogen. Ze kan heel goed voor zichzelf zorgen en heel goed haar grenzen aangeven, ook die met haar privéleven. Ze laat zich niet mangelen, daarom is ze zover gekomen. Het zal niet gemakkelijk zijn, maar ze heeft altijd politieke ambities gehad en ze zal overeind blijven.’

Als baby weigerde Lilianne te drinken, waardoor uitdroging dreigde. Haar ouders waren dodelijk ongerust, maar de huisarts riep opgewerkt: ‘Dit is een doorbijter, die gaat het ver schoppen’. Ze bleef een mager kind, dat slecht at, toen nog een ochtendhumeur had en altijd met haar neus in de boeken zat.

Op haar tiende ging ze ‘zelfstandig wonen’ in een ander deel van het huis. Na een halve dag kwam ze terug: te ongezellig. Toen al in opvatting calvinist, niet in levensstijl. Lekker eten, uitgaan, een pilsje van de tap én carnaval. Ze noemt het zaken die bij haar horen. Net zoals de melancholie van Maastricht, ‘een fijnzinnig soort humor’.

Destijds ontvluchtte ze de stad waar ‘de mensen zich moeilijk laten lezen’ naar de stad ‘waar iedereen zegt wat hij denkt’: Rotterdam, om er maatschappijgeschiedenis te studeren. ‘In Maastricht was ik nooit alleen maar Lilianne, maar de dochter van m’n vader, het zusje van m’n broer. Je wordt altijd geduid. Ik wilde los zijn, helemaal vrij zijn, niet braaf en inschikkelijk. Zelfstandigheid was niet altijd makkelijk, maar het gaf me de ruimte te zijn die ik was en te worden die ik ben. Die ruimte heb ik maximaal benut. Soms heb ik verschrikkelijke heimwee naar het landschap van vroeger. Zit ik in de trein, zie ik achter elkaar die weilanden met de slootjes. Thuis heb ik een aquarel met van die heuveltjes. Ja, als je uit Maastricht komt, dan kom je ergens vandaan.’

Ploumen was een paar jaar slapend lid van GroenLinks. Pas toen ze in Slotervaart neerstreek, begon het te kriebelen. De Amsterdamse tuinstad heeft veel groen, veel scholen, prachtige huizen voor de Amsterdamse middenklasse waar zij woont, totaal gescheiden van de buurten waar alleen Marokkaanse families wonen. Slotervaart is een probleemwijk.

Ze sloot zich aan bij de PvdA, meer volkspartij en pragmatischer dan GroenLinks, geschikter om die problemen aan te pakken, vond ze. Ze werd voorzitter van de kandidatencommissie voor de gemeenteraadsverkiezingen en schoof Ahmed Marcouch als lijsttrekker naar voren. ‘Ik was een relatieve nieuwkomer. Het voordeel is dat je heel onbevangen kunt kijken.’

Een bruggenbouwer noemt Marcouch haar. Hij is inmiddels voorzitter van de deelgemeente Slotervaart en geniet sinds zijn verkiezing landelijke bekendheid door zijn onorthodoxe aanpak. ‘De excessen zijn hier soms heel groot, maar Lilianne weet de mensen op een goede manier bij elkaar te houden. Ze is heel erg in staat te luisteren en anderen te laten luisteren. De PvdA heeft nieuwe politieke standpunten nodig en die moeten komen uit de buurten en van de afdelingen. Ik denk dat zij dat zal kunnen.’

Ploumen heeft het haar belangrijkste taak genoemd: de leden hun stem in de partij teruggeven, zonder de Haagse politici voor de voeten te lopen. Ervaring deed ze op bij kleinere hulporganisaties als Foster Parents Plan en Mama Cash.

In 2001 trad ze in dienst van Cordaid, de ontwikkelingsorganisatie waarin katholieke hulpverleners hun krachten hebben gebundeld. Jaarlijks is er 170 miljoen euro te verdelen. Cordaid was niet alleen fiks groter, Ploumen moest ook omzichtiger omspringen met zaken als abortus, voorbehoedsmiddelen of seks voor het huwelijk.

Sjoera Dikkers zat nog bij Stop Aids Now toen zij met Ploumen en bisschop Muskens een bezoek bracht aan Oeganda. ‘Je zag hoe moeilijk het haar soms viel de katholieke boodschap te brengen. Ze is een vrijgevochten dame. Je zag haar schipperen, een beetje van dit en een beetje van dat, de randen van wat mogelijk was opzoeken. Ze heeft moeten inbinden. Mama Cash propageerde de abortusboot, dat kan niet bij Cordaid. Ik heb haar zien worstelen, maar dat deed ze goed.’

Haar directe collega bij Cordaid René Grotenhuis: ‘Ze is loyaal en scherp, geen scherpslijper. Maar wat het belangrijkste is: je kunt haar net zo goed in de woestijn in Ethiopië zetten als in het Vaticaan. Ze is altijd op haar plek. Ze is altijd aanwezig, niet als functionaris maar als persoon. Ze kan erg door de problematiek worden aangeraakt. Ze weet wat ze wil bereiken en ze bereikt dat zonder te manipuleren.’

Een enkele keer, zegt Grotenhuis, is ze te snel, vertoont ze te veel ongeduld, hakt ze net een slag te vroeg de knopen door.

Weinigen hebben Ploumen de stap naar de PvdA afgeraden. Marjan Sax deed dat wel. ‘Ik weet niet of het goed voor haar is. Al die machtsspelletjes. Mij lijkt het geen fijne baan. Ze heeft in elk geval ambitie en ze is een stevige tante. Maar bij de PvdA zitten ook stevige heren, het is de partij van de bonzen. Het lijkt me niet eenvoudig je daar te handhaven. Maar goed, ze wil het kennelijk, ik vind het dapper.’

Dochter Cécile volgde de verkiezing, die uren duurde, op haar computer en via teletekst en televisie. ‘ Het is wel heel raar om je moeder op tv te zien. Ook wel vreemd, al die bloemen. Het went snel. Ik vind het stom dat ze zoveel werkt, maar voor mij is ze altijd heel bezorgd en behulpzaam. Als ik iets anders wil dan zij, kunnen we er altijd samen over onderhandelen. Als het niet onredelijk is tenminste.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.