Lowlove

Mijn vrouw zag net de backstageparkeersticker van Lowlands 2010 aan de binnenkant van mijn auto. Dit weekend beleefde het popfestival de achttiende editie.

‘Die kan er toch wel van af, hè?’ zei mijn vrouw, en zonder mijn antwoord af te wachten trok ze het plastic velletje rücksichtslos van mijn voorruit. ‘Je bent nu echt te oud om die nog maandenlang te laten zitten.’
Het is waar: in vroeger tijden heb ik mijn backstagepas veel te lang op mijn ruit gelaten: een relikwie en trofee tegelijk. Ik begreep dat ik hierin niet de enige ben: veel Lowlandsgangers hebben de gewoonte om hun fleurige toegangsbandjes de rest van het jaar om hun pols te blijven dragen, totdat de verweerde stukjes plastic er vanzelf afvallen.
Het blijft een van de onbevattelijkste uitingen van menselijke beschaving: het zomerse samenzijn in Biddinghuizen. 55.000 mensen verzamelen zich drie dagen lang op een enorm veld, om te drinken, eten, luisteren, dansen, hangen, zwalken, kijken, versieren, slapen en aan mekaar te zitten. Iedereen is vrolijk en uitgelaten, ik heb in al die jaren nog nooit één wanklank meegemaakt.
Mijn eerste bezoek was begin jaren negentig, toen ik was uitgenodigd als entr’acte voor te lezen in een circustent. Het was de eerste keer dat ik als schrijver dezelfde behandeling kreeg als een gemiddelde popmuzikant (een kleedkamer, een schaal met mini-marsjes, schone handdoeken, een werkend toilet). Van die eerste editie herinner ik me de verslavende sfeer en de in vale lappen gehulde massa die zich in een drom der namelozen hongerig en vervuild over het veld voortbewoog van het ene concert naar de andere biertent. Lowlands bestond toen voor indy’s en alto’s.
Bij de afgelopen editie – mijn elfde – is het rondzwalken over het festivalterrein gebleven, maar vale lappen zijn er nauwelijks meer te zien. Natuurlijk waren er als vanouds de vele aandoenlijke T-shirts met namen van bands en pogingen tot humor (‘Tim Knol is vét!’), maar het was dit weekeinde vooral een parade van schoonheid die langs de tenten trok.
De muziek hielp natuurlijk bijzonder mee om de zwampende koorts te vergroten. Op vrijdag speelden The Specials in de oude bezetting een nu al legendarisch optreden en op zaterdag bracht de Zwolse wonderrapper Typhoon samen met The New Cool Collective van wondersaxofonist Benjamin Herman tienduizend man naar een hoogtepunt. De groep werd aangekondigd door de boomlange O-dog, een van Typhoons sidekicks, die in een ultrastrak pak met de bedwelmende glimlach van Chelsea-voetballer Didier Drogba de tent fenomenaal wist op te geilen. Toeschouwers werden meegezogen: dit was geen muziek, dit was seks.
Later die avond bracht de band LCD Soundsystem hun publiek in een zo mogelijk nog diepere fase van opwinding. Verlegen schoolmeisjes verloren zichzelf, huismoeders raakten in trance, stoere jongens sprongen in het rond: zelden heb ik zo’n samenballing van hartstochtelijke energie gezien. Zelfs mijn vrienden en ik hebben, zij het met een nogal neuroti-sche intellectuele reserve, voorzichtig met onze vingers tegen onze benen getikt.
Inmiddels is het zondag en schrijf ik dit stuk terwijl 70 kilometer verderop de koningen van de opzwepende downtempo-muziek, Massive Attack, net zijn begonnen aan hun optreden. Ik kijk naar het fleurige bandje om mijn rechterpols en ben benieuwd hoe lang ik het zal laten zitten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden