Love hertz

Debuterend regisseur Joost van Ginkel maakte zijn eerste speelfilm volledig in gebarentaal. Voor horenden en doven.

FLOORTJE SMIT

Niet dat hij arrogant wil klinken hoor, maar hij had eigenlijk wel verwacht dat zijn film 170 Hz op het Nederlands Filmfestival een Gouden Kalf zou krijgen. Eentje voor actrice Gaite Jansen, of voor het beste sounddesign of montage. Beide kregen een nominatie. Maar het werd uiteindelijk de publieksprijs, en dát had hij van tevoren nooit zo ingeschat. 'Toen we een dag voor de uitreiking van de Kalveren bovenaan in de poll stonden, kreeg ik een sms'je van de sounddesigner. 'Ik dacht dat we moeilijke arthouse hadden gemaakt', schreef hij. 'Blijkt het opeens een commerciële film te zijn'.'

170 Hz is allebei. Het verhaal is even klassiek als toegankelijk: twee dove jongeren verliezen zichzelf in een meeslepende liefde. Een meisje en een pistool - regisseur Jean-Luc Godard zei ooit al eens dat je voor een film niet meer ingrediënten nodig hebt.

Maar visueel gaat Van Ginkel voluit. Omdat de acteurs alleen in gebarentaal spreken, leunt de film op een sterke beeldtaal en uitzonderlijke decors. En de film heeft nog een intrigerende muziek- en geluidstrack ook. Oftewel: 'Alles is net een beetje té'.

Het is een gedurfde keuze, zeker voor een debuterend regisseur. Maar zo bleu is de 40-jarige Van Ginkel nou ook weer niet. Hij werkte eerder twaalf jaar als freelance-televisiemaker bij programma's als Heerlijk Eerlijk Heertje voordat hij de overstap maakte naar film; zijn in eigen beheer gemaakte korte film Zand (2008) werd meteen geselecteerd voor het filmfestival in Venetië.

Dus nee, hij maakte zich geen zorgen of hij zich zou vertillen aan dit ongewone uitgangspunt. 'Natuurlijk vroegen veel mensen zich af hoe dat nou moest, negentig minuten zonder spraak. Hoe ik dat ging oplossen wist ik ook niet precies. Maar ik ga zelf naar de bioscoop om iets te zien wat ik niet eerder gezien heb. Al is het maar één scène, dáár koop ik een kaartje voor.'

En hoe fascinerend gebarentaal kan zijn, merkte Van Ginkel toen hij een groep mensen voor een dovenschool zag staan. Hij fietste er langs en kreeg heel langzaam door dat er iets vreemds was aan het plaatje: hij hoorde niets. 'Toen ben ik afgestapt en heb een poosje naar ze staan kijken. En ik dacht: wat een prachtige taal is dat, gebarentaal. Dat ga ik een keer gebruiken.'

Pas jaren later belandde het in een script. Omdat het zo mooi paste bij het isolement van de verliefde jongeren, bij de dromerige sfeer die hij zocht. Al is dat achteraf beredeneerd. 'Ik schrijf intuïtief. Pas later begrijp ik waar de keuzes vandaan komen, en waarom ze wel of niet werken.'

Toch bleek de keuze voor de gebarentaal wel een paar consequenties te hebben. Zo dacht Van Ginkel in eerste instantie een universele film te maken, maar na twee weken research leerde hij al dat de taal overal ter wereld verschillend is. Zijn keuze had bovendien direct invloed op zijn cameravoering - zo moest er plaats komen voor een ondertiteling. En omdat hij ook per se wilde dat doven de gebaren konden volgen - 'Je kunt natuurlijk niet zeggen: ik maak een film in gebarentaal, maar die is alleen voor horenden' - moesten ook de handen telkens in beeld zijn. En toen hij de eerste keer het script liet vertalen, bleek de gebarentaal er niet zo uit te zien als hij had verwacht. 'De dialogen waren heel netjes omgezet, in NOS Journaal-gebarentaal. Het is te keurig en dat voel je. Het was in ieder geval niet wat ik had gezien op al die bijeenkomsten die ik had bezocht.'

Dus stelde Van Ginkel twee dove jongeren aan, Mariko van der Garde en Serhat Agacan, die de teksten 'herschreven' en coaches werden voor de hoofdrolspelers. 'Ze hebben een soort slang, een eigen stijl van praten die slordiger is. Met de gebarentaal uit de film kun je geen kop koffie bestellen, heb ik weleens als kritiek gehoord, maar achteraf vertelde een vriend van Mariko dat Gaite precies zo gebaarde als zij.'

Hoe paradoxaal het ook klinkt: ook wat het geluid betreft liet Van Ginkel zich inspireren door de doven met wie hij sprak. 'Je wilt benaderen hoe het zou kunnen zijn. Dus heb ik ze een heleboel dingen laten beschrijven. Hoe het is als je onder de douche staat, bijvoorbeeld. Nou, dan hoor je niets, zeggen ze dan, maar als je vijf minuten doorvraagt, krijg je een ander antwoord. Ze voelen wel iets. Als water langs je oren gaat, is het alsof die open en dicht gaan - zoiets. En dat heeft wel iets met geluid te maken. Maar helemaal kun je het niet weten natuurlijk - er is niemand die kan zeggen of het wel of niet goed is.'

En dat is natuurlijk het punt dat Van Ginkel de grootste kritiek kan opleveren - ondanks al zijn research en hulp. Hij is zelf niet doof. En had hij, om die brug tussen doof en horend te slaan, niet op zijn minst moeten kiezen voor acteurs die echt niet kunnen horen? Het is een opmerking die Van Ginkel vaker heeft gehoord.

'Maar er zijn weinig dove acteurs, en al helemaal in die leeftijdscategorie. En daarbij: het zijn superzware rollen. Ze moeten naakt, ze moeten lang in een kleine ruimte zitten, ze moeten onder water acteren. Ze moeten op hun 18de een film kunnen dragen - ik had geen enkele onervaren acteur hiervoor gekozen, ook geen horende. Maar zoiets is moeilijk duidelijk te maken aan degenen die vinden dat het door doven gespeeld had moeten worden. Het grappige is wel: de dove coaches van Gaite en Michael vonden dat eigenlijk ook, aanvankelijk. Maar halverwege de draaiperiode was hun mening 180 graden gedraaid.'

De 20-jarige Gaite Jansen is een van de nieuwe talenten in de bioscoop. Zo jong als ze is, was ze eerder al te zien in de telefilm Coach (2009) en in Lover of Loser (2009). Ze was ook te zien in ondermeer de televisieserie In Therapie, in Schemer (2010), Sonny Boy (2011) en Lotus (2011). Nu volgt ze de acteursopleiding aan de Toneelschool in Maastricht.

Het is de eerste filmrol voor haar tegenspeler Michael Muller, maar hij had een dubbelrol in de muzikale voorstelling Urinetown van het M-Lab en speelde ook in hun The Wild Party. Daarvoor studeerde hij cum laude af aan de Dansacademie Lucia Marthas. (Foto Rob Keeris)

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden