Louwes: Strijdlustig na weer een tegenslag

Ernest Louwes kijkt strak voor zich uit terwijl president Davids van de Hoge Raad vertelt dat de Deventer moordzaak niet wordt heropend. Een emotionele uitbarsting, zoals na zijn veroordeling in 2004, blijft uit.

Even later staat een strijdbare Louwes in de hal van de Hoge Raad journalisten te woord tijdens een geïmproviseerde persconferentie. ‘Er zijn twee mensen die weten dat de uitspraak van de Hoge Raad 100 procent fout is’, zegt hij. ‘Dat zijn de moordenaar van de weduwe Wittenberg en ik.’

De veroordeelde wordt niet, zoals gebruikelijk, afgevoerd naar de gevangenis. Omdat hij bijna tweederde van zijn 12 jaar celstraf heeft uitgezeten, zit hij alleen nog ’s avonds in de cel. Overdag werkt Louwes tijdelijk in het magazijn van een beddenzaak in Amstelveen. In het weekend is hij thuis, in Lelystad.

Justitie heeft op twee voorwaarden toestemming gegeven hiervoor: het salaris dat Louwes verdient, moet hij afstaan en hij mag geen interviews geven. Toch besluit hij de pers nu te woord te staan. ‘Ik neem aan dat het me deze keer wordt gegund.’

Hij oordeelt hard over de Hoge Raad en kondigt een civiele procedure aan waaruit moet blijken dat sprake is van een complot. ‘We zullen aantonen dat agenten hebben gelogen, dat documenten zijn vervalst en dat gigantisch is geknoeid met zogenaamd sporenmateriaal.’

Zijn vrouw Anneke houdt buiten het zicht van de camera’s zijn handen vast, die hij achter zijn rug heeft gevouwen. Dan zegt ze dat haar man genoeg heeft verteld. ‘Ik wil niet dat hij voor straf nog een jaar dag en nacht in de cel moet zitten.’

Maar Louwes praat later, in kleine kring, verder. Dan legt hij uit dat hij al rekening hield met een negatief oordeel van de rechters. In 2004 was dat heel anders. ‘Nee, ik ga niet mee, verdomme’, riep hij destijds toen de parketpolitie hem wilde afvoeren. ‘Ik wist toen zeker dat ik zou worden vrijgesproken’, zegt hij. ‘Toen dat niet gebeurde gaven ze me geen kans om afscheid te nemen van mijn vrouw en dochter. Daarom werd ik zo boos.’

Sinds de moord op Wittenberg is ruim acht jaar verstreken, waarvan hij er zeven heeft vastgezeten. ‘Die tijd krijg ik nooit meer terug. Het leven in de gevangenis is vreselijk, maar gelukkig heb ik mensen die voor me strijden. Ik had steeds iets om naar uit te kijken, zoals een zitting of een nieuw onderzoek.’

In de gevangenis heeft hij rechten gestudeerd. Hij wilde stage lopen bij een advocatenkantoor maar dat mocht niet, want het OM zou geen genoegen hebben genomen met een stagevergoeding.

Critici twijfelen aan de onschuld van Louwes, die niet is vrijgepleit door aanvullend onderzoek van justitie en de Hoge Raad. Maar hij houdt vol. ‘Ik ben onschuldig. Ik hoop dat u zich realiseert dat dit iedereen had kunnen overkomen, met dit beleid.’ Volgens Louwes is het vrijwel onmogelijk om een onherroepelijke veroordeling aan te vechten. ‘Wat voor ieder mens een nieuw feit is, is voor juristen geen nieuw feit. Dat is bizar.’

Binnenkort moet hij op zoek naar een baan. Als dat in mei is gelukt, mag hij met een enkelband de rest van zijn straf thuis uitzitten. Maar hij zal zich nooit bij zijn veroordeling neerleggen. ‘Ik laat me niet als een misdadiger wegzetten. Onze strijd gaat door.’

Ernest Louwes (r), naast zijn advocaat mr. Geert-Jan Knoops. (ANP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.