Louvredeuren in Lens

Lens, een stadje van niks in de arme Franse mijnstreek, heeft ineens het mooiste museum van het land.

'In de krant stond dat het Louvre wilde decentraliseren. Ik heb meteen de telefoon gegrepen en de directeur gebeld: Meneer Loyrette, is het ondenkbaar dat Lens zich daarvoor kandidaat stelt? Nee, was het antwoord van Loyrette: nee integendeel. En zodoende heeft de armste stad van Frankrijk nu het mooiste museum.'


Daniel Percheron, voorzitter van de regio Nord-Pas-de-Calais, kan het mooi vertellen. Zo sprookjesachtig als hij het maakt, was het misschien niet helemaal. Hinderlijke tegenstanders als Martine Aubry, de burgemeester van het machtige Lille, moesten onschadelijk worden gemaakt en meer concurrentie lag op de loer.


Maar het is zover. Lens, een stadje van niks in de Franse mijnstreek dat zwaar geleden had onder de Eerste Wereldoorlog, met een gierend hoge werkeloosheid, lage levensverwachting en - buiten het voetbal - amper iets om vrolijk van te worden, kreeg een museum van 150 miljoen euro, dat kan putten uit de grootste en mooiste collectie ter wereld.


Het stadje zelf lijkt het nog niet te kunnen geloven. Alleen de kerstverlichting geeft de wandeling van treinstation naar museum iets feestelijks. De horeca is niet berekend op de stromen bezoekers die worden verwacht. Hotels zijn er amper, pal tegenover de museumingang staat een eenzaam café dat het vooral van zijn bierpomp moet hebben.


Lens is geen Metz, had Percheron al gewaarschuwd. Metz is een grote stad met een rijke historie, met een kathedraal en musea. Toen het Centre Pompidou daar twee jaar geleden een dependance opende, lag de infrastructuur al klaar. Sinds de opening in mei 2010 trok de expositieruimte 1,6 miljoen bezoekers, die samen 70 miljoen euro uitgaven, even veel als de bouwkosten waren. Het maakt Metz-Pompidou in bezoekersaantallen het grootste museum buiten Parijs.


Dat voorbeeld werkt inspirerend. Paleis Versailles maakte een expositie in Arras, Roulez Carrosse, die al 150 duizend bezoekers trok. Het Parijse Institut du Monde Arabe kocht onlangs een oude stoffenfabriek niet ver van Roubaix om zijn eerste dependance in onder te brengen.


Het rolmodel blijft Bilbao. De verpauperde stad in Noord-Spanje werd in 1997 wakker gekust door de komst van het Guggenheim Museum uit New York. Sindsdien weet een eindeloze stroom bezoekers Bilbao te vinden; ze komen om zich te vergapen aan de schepping van architect Richard Gehry en willen zich en passant best eens wagen aan de Baskische keuken. Het Guggenheim heeft de stad uit een economisch dal getrokken.


'Dat Bilbao-effect zoeken we', zegt Percheron. 'Eén museum maakt nog geen lente, maar hopelijk is voor Lens hiermee de winter voorbij.' Vandaar ook dat de regio flink investeert in het museum en 80 procent van de exploitatie voor haar rekening neemt. Percheron plaatst de mijnstad alvast in het rijtje met Abu Dhabi en Atlanta, andere steden waarmee het Louvre samenwerkt. De doelstellingen zijn ambitieus: Louvre-Lens moet een half miljoen bezoekers per jaar trekken. Ook op Vlamingen en Nederlanders wordt gerekend; Lens ligt vlak bij de A1 en heeft een tgv-station. Nederlands is in het museum naast Frans en Engels de officiële voertaal voor bewegwijzering en verklarende teksten.


'Dit is een kans voor Lens, maar net zo goed voor het Louvre', vindt Louvre-directeur Henri Loyrette. 'We hebben hier een nieuwe vleugel kunnen inrichten. Niet gehinderd door de beperkingen en de sfeer van een 16de-eeuws paleis zoals in Parijs.'


Wat hij daarmee bedoelt, zal iedere bezoeker in een oogopslag duidelijk worden. Louvre-Lens is een laboratorium waar de jongste opvattingen over museale presentatie aan de praktijk kunnen worden getoetst. Dat gebeurt vooral in de Galerij van de Tijd, een rechthoekige zaal van 120 bij 25 meter. Hier wordt met een dwarsdoorsnede van de collectie van het Louvre de kunstgeschiedenis doorgenomen. Alle tijdperken en culturen zijn vertegenwoordigd, met zowel meesterwerken als zelden getoonde stukken. De vroegste beelden zijn vondsten uit Egypte en Mesopotamië van 3000 voor Christus: een versierd doosje met jachttafereel, een steen met spijkerschrift, een bijna abstract vrouwenbeeld.


Zo gaat het in ijltempo door de eeuwen heen. Even verder staat een boogschutter uit het Paleis van Darius in Perzië. Meteen daarna volgen mozaïeken uit Carthago, een zeldzaam wulpse Romeinse hermafrodiet. Dan komt het hoogtij van de christelijke kunst al in zicht: koningsbeelden uit Parthenay, een icoon uit Constantinopel. Op rechts lopen intussen de niet-christelijke beschavingen mee: een prachtige hemelbol, in 1315 in Iran gemaakt; helmen uit India; een met bloemen versierd bord uit Turkije.


Waarna de moderne tijd zich aandient, met schilderijen van Rafael, El Greco, Rembrandt, De la Tour, Goya. De zeer Franse apotheose is het immense La Liberté guidant le peuple van Eugène Delacroix uit 1832. Een Marianne met ontblote borsten gaat voorop in de strijd. Lokale exegeten hebben in haar al het nieuwe museum gezien, dat Lens de weg wijst naar nieuwe voorspoed.


Die reuzenstappen op zich zijn niet bijzonder. Heel wat Franse provinciale musea gaan met een zelfde voortvarendheid door de kunstgeschiedenis van oudheid naar abstractie. Wat Louvre-Lens uniek maakt is, naast het niveau van de getoonde werken, de manier van presenteren. De collectie ontvouwt zich voor je ogen als een opeenvolgende reeks coulissen.


De wanden zijn vrijgehouden, het aluminium is niets dan de matte spiegel waarin kunst en bezoekers versmelten. Alle kunstwerken staan of hangen als decorstukken aan witte panelen. De zaal is bovendien bij de ingang hoger, waardoor de bezoeker overzicht heeft voordat hij zich tussen de kunst begeeft. Op de rechterwand loopt een tijdbalk mee, die indikt of uitzet al naar gelang de actualiteit: tussen 500 en 900 was er weinig aan de hand, na 1500 vertraagt het aftellen naar sprongen van vijftig jaar. Die balk is niet meer dan een houvast om je plaats te bepalen. De opstelling geeft een ongekende vrijheid: geen geschuifel meer langs de wanden, maar een parcours naar eigen inzicht.


Omdat de tijd de enige vaste waarde is, kunnen ook nieuwe verbanden worden getoond. Een buste van Diderot staat bij diens portret, zodat gelaatstrekken kunnen worden vergeleken. Naast een marmeren standbeeld van Ferdinand-Philippe, hertog van Orléans, hangt een schilderij van een vorst uit de Iraanse Kadjaren-dynastie. Twee culturen, twee heersers en toch verrassend veel overeenkomsten: in de houding, in hun blik, in de ongenaakbare zelfverzekerdheid die ze uitstralen. Het Parijse Louvre is streng naar tijdperk en origine ingedeeld. Daar zijn dergelijke dwarsverbanden en sprongen in de tijd niet mogelijk. In Lens zijn ze juist overal: tussen de beelden uit Mesopotamië en het oude Griekenland, tussen de vroegchristelijke en Romeinse beschaving,


In de Galerij van de Tijd zal jaarlijks een vijfde deel van de kunstwerken worden vervangen - elke vijf jaar is er dus een compleet nieuwe zaal. De twee andere expositieruimten zijn bedoeld voor thematische tentoonstellingen. De expositie over de Renaissance in de Tijdelijke Galerij wordt klassiek gepresenteerd in kleine zalen, soms met gekleurde wanden. Daar hangt ook De Maagd met kinden St-Anna van Leonardo da Vinci, onlangs gerestaureerd.


Spectaculair is wel weer het Spiegelpaviljoen, een rechthoek met drie glazen wanden die onbelemmerd uitzicht bieden op de omgeving: links twee zwarte bergen met afval uit de mijnen, rechts stadion Bollaert, waar voetbalclub Lens in 1998 kampioen van Frankrijk werd (de club staat nu vijfde in de tweede divisie). Daartussen een rij met kleine mijnwerkershuizen, die sinds kort uitkijken op het grote park dat het museum omringt. Met een minimum aan obstakels tussen kunst en omgeving is die zaal in zekere zin een hedendaagse versie van het Kröller-Müller Museum.


Kazuyo Sejima en Ryue Nishizawa, de Japanse architecten van het museum (ze ontwierpen ook stadstheater De Kunstlinie in Almere), roemen het zachte licht van de streek. Dat licht wilden ze gebruiken en tegelijk wilden ze de omgeving weerspiegelen, maar ook de kunst en de bezoekers. Zo is dit museum met veel glas en aluminium binnen- en buitenwanden ontstaan, als een platte zilveren doos neergedaald op de door mijnbouw en oorlogen omgewoelde grond van Lens. Alles hier is licht en vlak en transparant. Dat begint al met de royale entree, opgedeeld in glazen cirkels voor kaartverkoop, informatie, audiogidsen en museumwinkel. Zelfs de coulissen zijn toegankelijk. In de kelder van het museum wordt uitleg gegeven over opslag en restauratie. De depots zijn door grote glazen wanden te bekijken.


De avond valt. Buiten, in de motregen, wordt Xavier Dectot, directeur van Louvre-Lens, toegesproken door een verkleumd groepje in kleurige regenkleding. Mensen uit de streek, die zojuist een voettocht van 365 kilometer van het Parijse Louvre naar Lens hebben volbracht: 365 kilometer in dertien dagen. 'Gewoon, omdat we blij zijn dat het museum er komt', zegt een deelnemer uit Douai. 'De streek heeft zo'n duw nodig.' Een wandelaar haalt een paar bloembollen uit z'n rugzak en geeft die aan de directeur. 'Irissen', zegt hij. 'Meermaals door Delacroix geschilderd. We hopen dat ze de streek in bloei zetten.'


Louvre-Lens is sinds gisteren open; dagelijks van 10 - 18 uur, m.u.v. dinsdag. louvrelens.fr

Vingerwijzingen


De audioguides in Louvre-Lens behoren tot een nieuwe generatie. Op een touchscreen laten ze de museumzaal zien en de kunst die daar is. Met een vinger kun je navigeren naar een object naar keuze. Van daaruit kunnen nieuwe menu's worden geopend, met extra toelichting, een uitleg door een van de conservatoren, een overzicht van verwante kunstvoorwerpen of een korte introductie van de betreffende kunstenaar. De gidsen zijn gratis en hebben ook Nederlandse tekst.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden