Louter toekomstmuziek

Pas op zijn 38ste debuteerde hij. Gregory Porters ster is rijzende, als vertolker van new urban jazz. Voor de charmante zanger en tekstschrijver is jazz het begin van alles.

Het eerste dat opvalt tijdens een ontmoeting met jazzvocalist Gregory Porter is het contrast tussen zijn zachtaardige stem en zijn imposante postuur. Een boomlange verschijning met op zijn hoofd iets dat het midden houdt tussen een skimuts en een jockey-pet. Op alle foto's, ook die gemaakt zijn tijdens plaatopnamen in de studio, draagt hij dit curieuze hoofddeksel met flappen die als een schaatsmuts over zijn oren is getrokken.


Over het hoe en waarom laat de zanger zich niet uit. Minzaam lachend mompelt hij over een mysterie dat hij graag in stand wil houden, om er snel aan toe te voegen dat het hem bij het muziekmaken niet hindert, en ach, is de jazzgeschiedenis sinds Thelonious Monk niet vergeven van opvallende hoofddeksels?


Gregory Porter (40) praat even innemend als zijn muziek klinkt. Hoewel hij pas twee jaar geleden officieel debuteerde met het alom bejubelde album Water, in 2011 genomineerd werd voor een Grammy in de categorie jazz vocaal, is zijn ster rijzende.


Sinds zijn eerste optredens in Nederland, begin 2011, wordt hij ook hier gerekend tot een van de belangrijkste nieuwe jazzmuzikanten. Niet alleen blijkt hij op het podium een charismatische persoonlijkheid. Ook tijdens het gesprek in zijn Amsterdamse hotel is het moeilijk je ogen af te wenden. Ook weet hij, net als bijvoorbeeld pianist Jose James of Robert Glasper, met wie Porter zich verwant voelt, met groot gemak bruggen te slaan naar aanpalende genres als gospel en soul. Maar hoe breed zijn interesses en opvattingen ook zijn, alles begint, zo benadrukt Porter, bij de jazz. 'Het klassieke, akoestische geluid van piano, bas, drums met trompet of saxofoon, is nooit overtroffen.'


Wat de muziek van Porter, zoals te horen op Water en de dit jaar verschenen opvolger Be Good, bijzonder maakt is, los van de prachtige klank en souplesse van zijn stem, ook de ruimte die hij in zijn composities aan zijn bandleden geeft om uit de liedjes weg te lopen. Porter: 'Ik denk nooit in hokjes, als: dit is soul of jazz. Maar wat mijn muziek van soul onderscheidt, is dat ik bij het componeren wel denk: nu kan Chip (Crawford, pianist, GK) even losgaan of nu wil ik alleen bas en drums horen. Zo componeer ik en het liefst geef ik de liedjes ook nog een boodschap mee.'


Het best komt dit tot uiting op 1960 What?, een twaalfeneenhalve minuut durende protestsong, gedragen door de regels 'The Motor city is burning you all/That ain't right.' Nog altijd het nummer dat Porters stijl het best typeert, vindt hij zelf ook. 'Alles klopt, het basloopje aan het begin, de dreigende piano en mijn zang waar alles steeds weer bij terugkomt. Maar ik ben sindsdien wel gaan leren dat het ook iets korter en puntiger kan'.


Porters eerder dit jaar verschenen tweede album Be Good is inderdaad een plaat waarop Porter iets minder lang van stof is, zonder dat zijn composities aan zeggingskracht hebben ingeboet. Wat in de als jazzcomposities opgebouwde nummers opnieuw overheerst, is Porters prachtige donkere bariton. Je hoort echo's van soulzangers Donny Hathaway en Bill Withers, maar ook die van aan jazz verwante vocalisten als Lou Rawls en Oscar Brown Jr.-- zonder dat je Porter van enig epigonisme zou kunnen betichten. Zijn muziek lijkt een gat te vullen, waarvan je voordat Water verscheen niet eens wist dat het bestond.


De band waarmee hij op North Sea Jazz zal optreden, is dezelfde als op zijn platen. Naast Crawford (die in het verleden onder meer bij The Four Tops speelde) wordt Porter begeleid door drummer Emanuel Harrold en bassist Aaron James. Hoewel Porter zelf aan de piano componeert, zal hij zich beperken tot zingen. 'Dat is iets wat ik wel betreur: dat ik niet eerder naar mijn moeder heb geluisterd. Die zei al vroeg dat ik muzikale aanleg had. Als ik op mijn 8ste een instrument had leren spelen, dan had ik daar misschien wel het podium mee op gedurfd. Nu is het alleen mijn stem waarmee ik in de openbaarheid treed.'


En dat professioneel zingen gebeurt schoorvoetend. Vreemd, want Porter wekt de indruk voor het podium geboren te zijn. Aanvankelijk had hij andere plannen met zijn leven. Als 18-jarige verliet hij het ouderlijk huis met een studiebeurs op zak om zich in San Diego te bekwamen in football. 'Ik was een goeie hoor', zegt hij glunderend. Drie jaar later liep hij een onherstelbare schouderblessure op. 'Wat het uiteindelijk makkelijker maakte te voldoen aan mijn moeders laatste wens. Daags voor haar dood hebben we een nacht lang gepraat. Zij lag aan een zuurstofapparaat dat steeds slechter dienst deed. Zo mooi als mij had ze nog nooit iemand horen zingen, zei ze. En ik was toch gek op de platen van Nat King Cole, die ze zo vaak had opgezet? Ze zei: hou toch op met die sport. Ga zingen.'


'Porter begon zich aanvankelijk te bekwamen in een andere discipline waar hij aardigheid in had, het schrijven van musicals. Hij maakte de voorstelling Nat 'King' Cole And Me over zijn fascinatie voor de jazz-zanger die hij inderdaad al sinds zijn kinderjaren adoreerde. 'Hij zong prachtig. Hoe hij een regel als 'I love you for sentimental reasons' zeggingskracht gaf, vond ik zo knap'. Bovendien oogde hij op de platenhoezen van mijn moeder zo aardig, zo goeiig en lief. Zo iemand wilde ik wel als vader. Nat King Cole is in mijn kindertijd mijn surrogaatvader geweest. Dat kun je best zo stellen. Dat had mijn moeder volgens mij ook snel door.'


Porter kreeg in de jaren na de dood van zijn moeder meer aardigheid in het schrijven en zingen. Hij leerde zich ook de kunst van het netwerken aan. Iets wat hem goed van pas kwam toen hij in 1999, na een jaar of vijf sappelen, met een grote productie It Ain't Nothing But The Blues Broadway aandeed. In New York, bakermat van de jazz, moest Porter zijn geluk gaan beproeven, wist hij. Waarom jazz? Was het voor iemand als Porter niet handiger om zich in pop of soul te gaan profileren?


'Nee', antwoordt Porter resoluut. 'Pop, soul, r&b, dat betekent al snel dat je je moet overleveren aan producers en dat je hitsingles moet maken. Dat is precies wat ik niet wilde. Ik wilde avond aan avond muziek maken. Liedjes zingen die muzikanten om me heen ruimte zouden geven om te improviseren.'


In New York, vooral in Harlem, kwam hij gelijkgestemden tegen als Wynton Marsalis, van wie hij snel leerde dat discipline en een ruimdenkende geest grondwaarden zijn voor een mooie loopbaan. Hij kreeg een wekelijkse vaste avond in St. Nicks, een inmiddels opgedoekte jazzclub in Harlem. Daar zong hij iedere avond vooral nieuw eigen werk. voor publiek waaronder zich ook diverse boekers uit Europa bevonden. 'In Europa, in Nederland en Engeland, maar vooral ook in Oost-Europa kan ik veel meer optreden dan in de Verenigde Staten. Vooral Rusland biedt grote mogelijkheden voor muzikanten als ik. Er is daar veel meer belangstelling voor jazz, oud en nieuw. Iedere keer als ik die kant op kom, voelt de ontvangst als een warm bad.'


Gregory Porter: Be Good. Motéma/Suburban.


Porter speelt vrijdag 6 juli tijdens North Sea Jazz om 19.30 uur in de Darling zaal en is om 21.15 uur te gast tijdens het optreden van saxofonist James Carter in de Congo tent.


New Urban Jazz


Onder de noemer 'new urban jazz' staan vrijdag tijdens North Sea Jazz in de Darling zaal vier namen op het programma die vooral met elkaar gemeen hebben dat ze het niet zo nauw nemen met genre-indelingen. Zo kun je Gregory Porter net zo goed een soulzanger noemen, en schiet de zang van Jose James van croonend naar rockend. Porter, James en ook pianist Robert Glasper maken deel uit van een generatie muzikanten die muziekstijlen als hiphop, funk en rock met jazz vermengen. Porters bewondering voor Glasper is begrijpelijk. De manier waarop die op zijn recente album Black Radio eigen composities doet volgen door werk dat uiteenloopt van Mongo Santamaria tot Nirvana en daar steeds de juiste (zwarte) vocalisten bij vindt, is bijzonder knap.


De schok van gelukzaligheid


Gregory Porter (40) groeide op in een groot vaderloos gezin, met acht kinderen en een moeder die als predikante langs kerkjes trok. Hij was een jaar of 8 toen hij een keer in een grote kerk mocht zingen. Alleen, dus niet, zoals gebruikelijk, in een koor. 'Dat voelde heel bijzonder, er ging een schok van gelukzaligheid door me heen. Achteraf zeg ik dat ik beter naar mijn gevoel had moeten luisteren. Want daar, in dat zingen lag mijn toekomst.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden