Louche nachtclub in een dikke puist

In het oeuvre van Peter en Bobby Farrelly is een belangrijke rol weggelegd voor lichaamssappen, -openingen en -afwijkingen. In Dumb & Dumber drinkt een politieagent urine, in Kingpin wordt een brandschoon toilet ondergekotst, in Me Myself & Irene penetreert een politieagent een kip, en in hun grootste hit, There's Something...

Ook in Osmosis Jones, waarvan ze de live-action delen regisseerden, geven de broertjes blijk van hun voorliefde voor poep, plas en antihelden die in onmogelijke situaties terechtkomen. Sterker: zelden was een Hollywood-ster viezer en minder glamoureus dan Bill Murray in Osmosis Jones.

Murray, eerder te zien als arrogante bowler in Kingpin, speelt Frank, een ongelikte beer met een imposante, bleke blubberbuik, een baard van twee dagen en grote zweetplekken onder zijn oksels. Hij eet alles, als het maar cholesterol-verhogend is, en doet niet aan sport. Het opstapje voor zijn veranda noemt Frank een trap.

In het openingsshot staat Frank aan zijn kont te krabben voor een apenkooi, als een chimpansee het hardgekookte ei waar hij zojuist een zoutvaatje over heeft leeg geschud, uit zijn handen grist. Het ei lijkt in de bek van de aap te verdwijnen, maar Frank vindt het terug en werkt het in één keer naar binnen - tot ongenoegen van zijn schattige, schone dochtertje.

De weg die het ei in Franks lichaam gaat, vormt het hart van de vertelling. Franks lijf - bijzonder origineel vormgegeven door de animatiefilmers Piet Kroon en Tom Sito - is als een grote stad. Met een burgemeester die zich drukker maakt om zijn herverkiezing dan om de staat waarin de stad verkeert ('We bouwen gewoon een derde kin om in de woningnood van de vetcellen te voorzien'), een eigen nieuwszender, snelwegen en een vliegveld.

In de zweetklieren onder zijn oksels zitten vervelende bacillen te etteren; de dikke puist tussen zijn wenkbrauwen is een louche nachtclub, waar onfris volk samenklontert.

Wanneer een dodelijk virus Frank binnendringt, ligt zijn lot in handen van de wittebloedcel Osmosis Jones en pijnstiller Drixenol. Samen gaan zij op jacht, in de beste traditie van buddy-copfilms als 48 Hours en Lethal Weapon; de onbesuisde, eigengereide Jones (met de stem van Chris Rock) en de nette, wetsgetrouwe Drix (stem: David Hyde Pierce).

In razend tempo passeren alle denkbare clichés: van de ruzies tussen de twee makkers, die elkaar ondanks zichzelf steeds meer gaan waarderen, tot de competentiestrijd met andere lichaamsfuncties ('Hoor jij niet in de mond te zitten').

De hectiek in het lichaam, onderstreept door een geluidsband met hiphop in plaats van de gebruikelijke weeë liedjes, vormt een fraai contrast met Franks buitenwereld. Frank eet maar door; zo onverstoorbaar dat je je afvraagt waar zijn lichaam zich zo druk om maakt.

Het Amerikaanse publiek lustte het onevenwichtige Osmosis Jones niet. Van de 75 miljoen dollar die de film kostte, werd aan de kassa amper 15 miljoen terugverdiend.

Warner Nederland lijkt er ook niet al te veel vertrouwen in te hebben en brengt de film in slechts vijf kopiën uit.

Dat is jammer: Osmosis Jones is buitengewoon grappig en je steekt er nog wat van op ook: allerhande lichaamsfuncties worden op inventieve wijze inzichtelijk gemaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden