Interview Dick Berlijn

Loskomen van ‘grote broer’ Amerika: oud-generaal Dick Berlijn pleit voor een ander veiligheidsbeleid

De Iraanse Revolutionaire Garde patrouilleert boven de Britse olietanker Stena Impero in de Straat van Hormuz, juli 2019. Beeld AFP

Nederland moet de bakens verzetten in het veiligheidsbeleid, zegt voormalig commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn. Want de rol als ‘trouwe, kleine bondgenoot’ van de VS is niet vol te houden. 

Nederland moet niet meedoen met een door de VS geleide militaire missie in de Straat van Hormuz ‘als die bedoeld is de druk op Iran maximaal op te voeren’. En terwijl de eerste F35-jachtvliegtuigen nu binnenstromen en het kabinet heeft besloten er nog acht extra te kopen in de grootste en meest controversiële defensie-aankoop in recente tijden, vraagt ‘de huidige politieke constellatie’ juist om investeringen in Europese defensie. Want Europa moet zelf leren nadenken en handelen op veiligheidsgebied en streven naar ‘strategische autonomie’. 

Dat zegt Dick Berlijn (69), zelf een voormalig ‘Top Gun’, en alom geroemd als een van de beste en meest bekwame officieren van zijn generatie. Na zijn succesvolle operaties als F-16-piloot drukte hij jarenlang een stempel op het defensiebeleid en was hij nauw betrokken bij de keuze voor de JSF – eerst als bevelhebber der Luchtstrijdkrachten (2000-2004), daarna tot 2008 als commandant der Strijdkrachten, de hoogste militaire functie van het land.

Nederland moet de bakens verzetten, vindt Berlijn – hoe moeilijk dat ook zal zijn. Zijn pleidooi voor een radicaal ander veiligheidsbeleid klinkt als een waarschuwing uit militaire hoek dat de rol van ‘trouwe, kleine bondgenoot’ van de VS, die Nederland na de Tweede Wereldoorlog is gaan vervullen, niet vol te houden is in deze tijd.

‘We zaten niet alleen vastgeklonken aan de VS, maar ook aan het Amerikaanse leiderschap. De Navo was zo sterk omdat de Amerikanen dat leiderschap namen, en dat maakte eensgezind optreden mogelijk. Maar nu wordt er power play gespeeld.’

Dick Berlijn: ‘Tegenwoordig dwingt Amerika het af dat partners ze volgen. En daar zijn we niet altijd gelukkig mee, voorzichtig gezegd.’ Beeld Kiki Groot

De aankoop van de JSF/F-35 houdt ­Nederland al dertig jaar ­bezig. U was op beslissende momenten daarbij betrokken. Hoe kijkt u nu op het besluit terug?

‘Ik wil een onderscheid maken tussen de militaire en internationale aspecten. ­Gebaseerd op de ervaringen tot nu toe, is de F-35 in militaire zin nog steeds absoluut een goede keuze geweest. Het is een vliegtuig dat enorm veel kan, een platform dat informatie opzuigt en verwerkt – en informatie, weten waar je tegenstander zit, dat is cruciaal. Militair was het de juiste keuze, beter dan alle concurrenten.

‘Als je naar de politieke overwegingen kijkt – welk signaal geef je af door dat vliegtuig te kopen en niet een Europees toestel? Hoe stevig is de coalitie waarin wij altijd denken te gaan opereren? – dan kun je zeggen dat er veel is veranderd. Waar zo’n dertig, twintig, en misschien wel tien jaar geleden geen twijfel was over onze coalitiepartners, ligt dat nu anders. Niet dat we opeens twijfelen aan de Navo, maar het leiderschap is veranderd. In het verleden overlegden we in de Navo-Raad over de strategie en het politieke doel. Tegenwoordig dwingt Amerika het af dat partners ze volgen. En daar zijn we niet altijd gelukkig mee, voorzichtig gezegd.’

Kunt u een voorbeeld geven?

‘Ik vond het veelzeggend dat toen laatst door Amerika werd gevraagd troepen te leveren voor Syrië, de Amerikaanse ambassadeur (Pete Hoekstra, red.) power play pleegde en heel zwaar op Nederland leunde – publiekelijk zelfs, wat ook niet helpt. We willen niet in een coalitie werken met een land dat zegt ‘luister eens, ik ben de sterkste en je hebt me maar te volgen, anders schop ik je eruit of doe ik geen zaken meer met je’. En dan zeg ik: ik weet niet hoe nu die inschatting zou zijn bij de keus van een vliegtuig. De keus destijds was ook vanwege de coalitie – de partij waarmee we dachten te blijven opereren.’

Werkt de directe aanpak van de ambassadeur?

‘Helemaal niet. Misschien is het gebrek aan diplomatieke ervaring. Maar als je echt iets wil, dan wordt er van tevoren voorzichtig gesondeerd. Ook Amerika heeft er geen belang bij Nederland gezichtsverlies te laten lijden doordat Den Haag nee moet roepen. Normaal gesproken zie je dat als wordt gezegd ‘dat kan misschien wel’, het hele politieke spectrum zijn best doet om het te laten gebeuren. Zelfs de oppositie is dan soms bereid om, zelfs als ze de missie niet ondersteunt, daar verzachtend over te spreken. Maar nu geef je alle aanleiding om nee te zeggen. En ‘het is maar goed dat Nederland een keer nee zegt’, dat soort emoties. Dus het is helemaal niet effectief.’

Is dat een breed gedeeld gevoel in Den Haag?

‘De een formuleert het wat voorzichtiger dan de ander, maar ik ben zeker niet de enige die dat vindt. Zie hoe nu door de Amerikaanse regering wordt gekeken naar structuren zoals de EU en de Navo, die ons stabiliteit hebben gebracht. Op die structuren wordt steeds meer, zelfs openlijk, kritiek geleverd – ‘het heeft allemaal geen zin, laten we er maar uitstappen’. Dat zijn ernstige signalen.

‘Als Europa moeten we ons afvragen waar we straks onze kracht vandaan halen. En het onderstreept het belang dat Europa verenigd blijft en dat we het eens worden over ons veiligheidsbeleid. Dat we niet uiteenvallen in verschillende landjes. Europa heeft een sterke defensie nodig om andere partijen duidelijk te maken dat ze zich niet moeten wagen aan allerlei avonturen.’

Maar een sterke defensie heeft ­Europa toch helemaal niet?

‘Europa heeft veel landen met defensies. De Europese samenwerkingsverbanden, zoals het Nederlands-Duits Legerkorps, zijn goed en effectief. Het is militair ­logisch om dat te doen. Wat we niet hebben, is een geïntegreerde defensie. Een defensie met één uniform onder één commando. Dat willen we niet. Dat gaan we niet meer meemaken. Maar we moeten veel meer kijken wat die Europese defensie slagvaardig maakt. Dat gaat niet alleen over militaire middelen maar ook over politieke structuren daaromheen om te zorgen dat die slagkracht ook op de mat kan worden gelegd.’

Europeanen moeten streven naar strategische autonomie?

‘Exact. Als je gaat nadenken over wat strategische autonomie inhoudt, brengt dat ons ook terug naar de vraag: wat voor middelen horen daarbij? In dat licht had die keuze voor de F-35 weleens anders kunnen zijn.’

Er lopen nu materieel-initiatieven in Europa. Heeft u er vertrouwen in dat hierin de nationale reflexen overwonnen kunnen worden?

‘Nee, eigenlijk niet. Het is nog steeds heel opportunistisch. Die nationale overwegingen zijn nog steeds dominant. Het zal op korte termijn niet veel veranderen, maar Amerika gaat een andere kant op, en ook na Trump zal de geest niet zomaar terug in de fles komen. Amerika wil niet meer de politieagent van de wereld zijn en Europa moet zich afvragen: welke rol willen wij spelen en welke middelen horen daar bij? En hoe zorgen we dat landen niet gaan denken ‘Europees beleid betekent: koop Frans’?’

De oude situatie bestaat niet meer, iets nieuws is er nog niet – wat doen we in de tussentijd?

‘Heel veel tollen staan los, dat betekent dat we ook heel ad hoc reageren. Wil je hieraan meedoen? Ja, want ik wil eigenlijk geen nee hoeven zeggen. Als de Amerikanen een beroep op ons doen, denken we: ja, we zijn het eigenlijk niet eens met het veiligheidsbeleid, maar laten we maar ja zeggen anders worden we gezien als de bad guy. Dat is natuurlijk op langere termijn funest. Dan zien we onszelf steeds terug in situaties waarin we helemaal niet willen zijn. Dat is een hele slechte weg. Ik haal graag Sun Tzu aan: ‘Strategie zonder tactiek is de langzaamste route naar de overwinning. Tactiek zonder strategie is het geluid voor de nederlaag.’ Dan gaan we de bietenbrug op, als we alleen maar hapsnap reageren op dingen.’

Wat denkt u van die missie in de Straat van Hormuz? Om te beginnen: is die nodig?

‘Is die missie nodig om Iran verder onder druk te zetten? Nee, vind ik niet. Ik ben erg sceptisch over het Amerikaanse beleid om uit het het nucleaire akkoord met Iran te stappen. Iran heeft zich gehouden aan de afspraken. Dat de regering-Trump vindt dat die ­afspraken veel verder hadden moeten gaan, daar nemen we kennis van, maar dat is niet afgesproken. Nu besluit Amerika om Iran verder onder druk te zetten. Als dat de reden is voor die missie, dan ben ik daar fel op tegen.

‘Als je deelneemt aan een Amerikaans programma gericht op regime change, dan escaleer je de situatie. Dat is iets anders dan deelnemen aan een Europese missie die neutraal ervoor wil zorgen dat vrije doorgang wordt gegarandeerd. De Britten hebben gezegd dat ze een Europese interventiemacht willen. Ik vind niet dat we moeten deelnemen aan een operatie van de Amerikanen waarvan we absoluut niet weten wat daar gaat gebeuren. Wat als er een provocatie is, en Amerika ziet dat als vrijbrief om grootschalig oorlog te gaan voeren?’

Het is een curieuze situatie: Nederland is in korte tijd door de VS en Groot-Brittannië gepolst inzake afzonderlijke missies in de Straat van Hormuz. Maar onder premier Johnson gaan de Britten toch meedoen aan de Amerikaanse missie.

‘Ik zie daar heel grote risico’s in. Dat de Britten dat doen, moeten zij weten. Maar Nederland moet zich sterk afvragen: ‘Moeten we daaraan deelnemen?’ Ja, wij vinden dat de vrije doorgang door de Straat van Hormuz moet blijven. Maar wij willen niet in een conflict gezogen worden waar we het eigenlijk helemaal niet mee eens zijn. Met de EU hechten we aan het overeind houden van het nucleaire akkoord – en daar zijn we het dus niet eens met het Amerikaanse buitenlandbeleid.’

De Britten zeggen: wij doen nu mee met de Amerikanen, maar het einddoel is nog steeds een Europese missie. Valt deze missie aan de Tweede Kamer uit te leggen?

‘Dat wordt een heel lastige. Al is het in het verleden ook wel gebeurd. (Lacht). Alle begrip voor het feit dat de regering belangrijke partners niet voor het hoofd wil stoten, maar ik vind het niet overtuigend. Wij moeten op enig moment toch durven opstaan voor wat we eigenlijk vinden. Het mooiste zou zijn als je dat in Europees verband zou kunnen doen, dat zou veel krachtiger zijn. En op dat terrein vind ik Europa nu ook heel passief.’

Nederland moet niet meedoen onder Amerikaanse leiding?

‘Zeker niet als het een Amerikaans geleide missie is met als doel Iran verder onder druk te zetten. Dat zal anders verwoord worden, dat besef ik ook wel, maar als dat de strekking is van de operatie vind ik dat we dat niet moeten doen.’

Niet meedoen aan een Amerikaanse missie, Europa strategisch autonoom, misschien beter geen JSF – tien jaar geleden was u nog bevelhebber van de krijgsmacht. Blijkbaar is in korte tijd veel veranderd.

‘Zeker. We hebben in het verleden soms ook wel onze vraagtekens gehad bij operaties. Maar dan hadden we het idee dat onze argumenten gehoord werden en dat er rekening werd gehouden met onze reserveringen. We hebben nooit op dezelfde manier getwijfeld aan het Amerikaanse leiderschap als nu. Een zwalkend beleid, zonder duidelijke weg, gestoeld op dubieuze overwegingen, dat maakt het allemaal niet sterker.’

Sommige mensen zullen zeggen: dat is mooi praten. Berlijn heeft keihard gewerkt om die JSF binnen te halen…

‘…En daar sta ik nog steeds achter, maar er is inderdaad intussen veel veranderd. Europa is het aan zichzelf verplicht een sterk beleid te voeren. En als Amerika of Rusland of Turkije of wie ook heel andere visies hebben over stabiliteit en niet meer hechten aan internationale afspraken – ja, dan is er wel wat veranderd. Het is niet niks als Turkije ineens Russische wapens koopt of in Syrië met de Russen partij kiest, terwijl de rest van de Navo met Amerika aan de andere kant staat.’

Als de wereld zo instabiel is, is dit dan de tijd om ruzie te gaan maken met de VS?

‘Geen ruzie, maar we moeten als Euro­peanen onze principes niet compromitteren omdat we graag ja willen zeggen tegen de grote broer. We zijn dankbaar voor alles wat er in het verleden is gebeurd, maar er komt een moment waarop je zegt: dit moet niet op deze ­manier.’

Waar interessante en spraakmakende verhalen online en in de krant ophouden, gaat het Volkskrantgeluid verder. Wat is een zwart gat precies? En hoe gaat het eraan toe in tbs-klinieken? Onze verhalenmakers leggen het uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden