Losers in de porno-industrie

Dn een restaurant in New York zegt een man tegen zijn vriendin dat hij haar niet heeft willen kwetsen toen hij haar een egocentrisch mormel noemde. Op een politiebureau in de Betuwe zegt een brigadier tegen zijn ondergeschikte: Dit is niet New York, waar mensen hun buren niet kennen. Waar zijn je hersens?


Twee locaties die niets met elkaar gemeen hebben. Of het moet zijn dat de auteurs de lezer binnenleiden in een bijzonder authentieke omgeving. Elvin Post en Felix Thijssen zijn allebei meester in entertainen, in de beste zin van het woord.


We hebben allemaal onze wilde dromen van een nieuw begin, citeert Elvin Post een song van Admiral Freebee, in Roomservice. Het is een citaat dat op al zijn thrillers (vier tot nu toe) slaat. Bevolkt door losers in diverse categorieën, die ultieme pogingen doen hun leven te veranderen.


In Roomservice nemen die wanhopig uitgegooide reddingsboeien een karikaturale vorm aan, die perfect past bij het onderwerp: de porno-industrie. De grootste tieten, de diepste keel, de natste kut, de grootste lul. Post verwerkt deze highlights van het menselijk bestaan in een verhaal dat spat, glittert en (desnoods) schrijnt.


Breng bij elkaar: Jack, een privédetective, gespecialiseerd in bewijzen van overspel, wiens vader, een brandweerman, op 11 september omkwam in de tweede toren. Larry, de zoon van de op vier na grootste pornofilmproducent van Amerika, locatie-scout voor zijn vader, door niemand serieus genomen, maar hij heeft een droom. Een idee voor een film, The Cock Robbers, gebaseerd op een waargebeurd verhaal, in Congo, waar mannen door dieven ontdaan werden van hun penis.


De producent zelf, Archie, dik in de zeventig, zwartleren pak, een reusachtige Snoopy-sleutelhanger aan zijn broekrits, twee bijbehorende vrouwen, en gedwongen contacten met de maffia. Regisseur op leeftijd Werner Brünst, bezocht door herinneringen aan Oost-Duitsland; nu, na geile carrière, met koekoeksklok van de vlooienmarkt in Rostock. Bud, gevierd porno-acteur, dronken tegen een boom gereden en verminkt geraakt. Nog steeds een indrukwekkend apparaat tussen de benen, maar uiterlijk broertje van Frankenstein.


Die allen, in combinatie met een paar dames, leveren een verhaal op dat steeds gewelddadiger wordt. En ondanks de conclusie dat het leven eigenlijk één lange pornofilm is - alles draait erom dat je op cruciale momenten keihard bent - heeft het einde een twist die, heel knap, stompzinnigheid, melancholie en mededogen (met het begin van een stijve) combineert.


Een stille wijk. Begin van de nacht. Twee mannen verbergen zich op afstand van elkaar in een tuin. Ze wachten, op de bad guy. Ik kan beter bij jou komen zitten voor ik in slaap val, zegt Bart. En dan? vraagt Max. Weet ik veel? Misschien kunnen we de Heidelbergse catechismus doornemen?


Humor is bij Felix Thijssen om te grinniken of grijnzen. Ook in Lydia, het twaalfde deel in de serie rond privédetective Max Winter. Een reeks waarin steeds een andere vrouw een rol speelt in zijn leven.


Ditmaal verpleegkundige Lydia, die lijkt te moeten boeten voor een geheim uit haar verleden. Prachtig opgebouwd, spannend, en een paar werkelijk ontroerende liefdesscènes uit een huwelijk. Thijssen heeft zijn werk tot in de perfectie opgebouwd, met het ritme van precies de juiste woorden.


Elvin Post: Roomservice.


Anthos; 296 pagina's; € 19,95.


ISBN 978 90 414 1134 1.


Felix Thijssen: Lydia.


Sijthoff; 269 pagina's; € 17,95.


ISBN 978 90 218 0372 2.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden