Los Holandeses

Ze wilden snel geld verdienen, ‘lekker makkelijk’. Maar in de Dominicaanse Republiek worden steeds meer Nederlandse drugsrunners betrapt. Nergens buiten Europa zitten er zo veel in de gevangenis....

Streng kijkt de directeur van La Victoria naar het papiertje dat voor hem op tafel ligt. Het is een verzoek om de Nederlandse gedetineerden in de grootste gevangenis van de Dominicaanse Republiek te mogen bezoeken.

De directeur heeft er duidelijk geen zin in, maar weet dat de aanvraag van hogerhand afkomstig is. Zuchtend maakt hij een nonchalant gebaar naar een gevangene in de deuropening van zijn kantoor: ‘Verzamel de Nederlanders en breng ze hierheen.’ De gevangene buigt gedienstig, raapt al zijn moed bij elkaar en vraagt de directeur wat hem te doen staat als een Nederlandse gevangene niet wil opdraven.

‘Ik vraag ze niet te komen’, zegt de directeur geïrriteerd. ‘Ik eis het van ze. Alle Holandeses moeten over tien minuten hier zijn.’

Amper vijf minuten later staan ze er allemaal. Een veertigtal bezwete, gespannen jongens en mannen in een kaal zaaltje van de La Victoria-gevangenis, op 22 kilometer van de Dominicaanse hoofdstad Santo Domingo.

Het is een bonte verzameling Nederlanders, Antillianen, Arubanen en Dominicanen met een Nederlands paspoort die één ding met elkaar gemeen hebben: ze zijn voor drugssmokkel opgepakt. Neem de 40-jarige Peter Kock, die op het vliegveld van Santo Domingo is aangehouden omdat hij 100 bolletjes coke had geslikt. Of de 34-jarige Mark Vreven, die op dezelfde luchthaven is opgepakt omdat hij 9,7 kilo cocaïne in zijn koffer had verstopt.

Kock wilde naar eigen zeggen ‘allerlei schulden aflossen en een operatie voor mijn moeder betalen’. Vreven wist echt zeker dat hij met de drugs in zijn bagage ‘lekker makkelijk en snel geld zou verdienen’. Allebei zitten ze nu celstraffen uit van ruim vijf jaar in ‘de beruchtste en meest onhygiënische gevangenis van de Dominicaanse Republiek’. Aldus een rapport van de Verenigde Naties over La Victoria, waar 5.000 gevangenen leven in een complex dat voor slechts 1.000 man is gebouwd.

Hier zien Kock en Vreven hoe steeds meer landgenoten achter de tralies belanden van La Victoria, maar ook van de gevangenissen van Higuey en Najayo. Het zijn er zoveel dat Nederlanders, na de gedetineerden uit buurland Haïti, de grootste groep buitenlandse gevangenen op het Caribische eiland zijn gaan vormen.

De Dominicaanse autoriteiten kijken er niet meer van op. De laatste jaren halen ze steeds vaker smokkelende Nederlanders uit de rij naar het vliegtuig. Soms na een (anonieme) tip, meestal omdat een opgewonden drugshond of hun eigen zenuwachtige gedrag de Nederlandse drugsrunners hebben verraden.

Een mogelijke verklaring voor het toegenomen aantal betrapte Nederlanders is volgens de Dominicanen het invoeren van de honderdprocentcontroles op Schiphol, vijf jaar geleden. Vanaf 2003 worden passagiers op alle vluchten vanuit de Nederlandse Antillen, Suriname en Venezuela er uitgebreid op drugs gecontroleerd. Daardoor zouden smokkelaars de Dominicaanse Republiek vaker als drugsroute naar Europa zijn gaan gebruiken – vooral vanwege de vele goedkope vakantievluchten.

Maar ook het feit dat de Dominicanen veel uitgebreider op drugs zijn gaan controleren op de luchthavens van Santo Domingo, Puerto Plata en Punta Cana, zou het toegenomen aantal arrestaties verklaren. Vooral op de vluchten met bestemming Amsterdam en Madrid worden Nederlanders minutieus gecheckt en veelvuldig betrapt. Het gevolg is terug te zien in de explosieve groei in de cijfers van het Dominicaanse Directoraat Generaal voor Gevangenissen.

Zaten er in 1999 nog maar zes Nederlanders gevangen in de Dominicaanse Republiek, in 2004 – een jaar na de invoering van de honderdprocentcontroles op Schiphol – was hun aantal al opgelopen tot 75. Op dit moment prijken 169 namen van Nederlandse mannen en vrouwen op de vijf pagina’s lange lijst van de Dominicaanse autoriteiten.

Op die lijst is ook te lezen wanneer de Nederlanders voor het eerst een Dominicaanse gevangenis zijn binnengebracht, welke wetsartikelen ze allemaal hebben overtreden en wat het hun toegewezen gevangenennummer is.

Wat er niet op staat, is of ze zijn verhoord, voor de rechter zijn verschenen of überhaupt zijn veroordeeld. Of dat nu is omdat er onduidelijkheid over bestaat of niet – voor de Nederlandse gevangenen pakt het wel zo uit. ‘Gek worden we van het gebrek aan informatie’, schreeuwen ze in de La Victoria-gevangenis door elkaar heen. ‘Advocaten willen je geld. Tolken willen je geld. Geen idee wat ze voor je doen.’

Tureluurs werd de 30-jarige Marciano Blackman, nadat hij in april 2007 werd gepakt met tientallen bolletjes coke in zijn maag. ‘Tot driemaal toe moest ik bij de rechter terugkomen. Proces dit, proces dat. Allemaal in het Spaans. Iedereen geld vangen. Uiteindelijk kreeg ik zes jaar cel en wist ik niet eens of ik nou opgelucht of teleurgesteld moest zijn met deze straf.’

Peter Kock en Mark Vreven knikken bij Blackmans woorden. Ook andere Nederlanders herkennen zijn verhaal. En breek ze de bek niet open over de hulp van de Nederlandse ambassade. ‘Die gasten doen niets voor je. Ze komen nauwelijks langs omdat hun kerntaken in het gedrang zouden komen. Wat de fuck zijn kerntaken? Wat zijn wij dan? Bijzaken? Ze laten ons echt aan ons lot over’, zegt Blackman furieus.

Nee, dan de Spaanse of de Italiaanse vertegenwoordigers. Die brengen regelmatig vers water, medicijnen en andere spullen voor hun gevangen landgenoten in La Victoria. En een ruime maandelijkse toelage waarmee de Spanjaarden en Italianen in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Want de gevangenen in de Dominicaanse Republiek moeten alles zelf betalen: hun eten, hun drinken, hun toiletpapier, hun zeep. ‘En dat lukt echt niet met die 30 euro die we elke maand van de ambassade krijgen’, zegt Vreven. ‘Al was het maar omdat op de dagen dat wij het geld krijgen de bewakers direct langskomen om een deel af te pakken.’

De bewakers zijn vaak erger dan de gevangenen, zegt Kock op fluistertoon. ‘Die willen echt voor alles geld hebben. Als je weigert, krijg je klappen. Of ze kijken de andere kant op terwijl Dominicaanse gevangenen je te grazen nemen.’

Blackman: ‘Er is een groep Dominicanen die hier in La Victoria de dienst uitmaakt. Die gasten eisen doodleuk 500 pesos (ruim 9 euro) belasting voor je mobiel, 300 pesos schoonmaakkosten of 300 pesos om de muren van de binnenplaats te schilderen. Daarmee kopen ze hun drugs en hun hoeren op bezoekdagen.’

Vreven: ‘Hier heerst de wet van de jungle. Voor 5 pesos of een sigaret wordt je neergestoken. Zelf ben ik al een keer overvallen. Jammeren heeft geen zin, dan pakken ze je gewoon nog een keer.’

Zelfs voor je eigen slaapplek moet je in de gevangenis betalen’, zegt Kock. ‘Ik heb 10.000 pesos moeten neertellen voor een hokje met zestien man. Later heb ik die kunnen doorverkopen en ben voor 20.000 pesos naar een cel met drie man verhuisd.’

‘Zonder geld ben je hier een hond’, schreeuwt Blackman. ‘Dan slaap je op de grond en eet je mee met de kakkerlakken. Word je ziek of ga je dood, dan laat niemand een traan om je. Neem Bob, een oudere Nederlander in een rolstoel, die hier vorig jaar vastzat. Die hebben ze gewoon laten verkankeren. Die hebben ze als een stuk vuil op een begraafplaats in Santo Domingo onder de grond gestopt.’

Blackman smeekt de directeur of de Nederlanders hun cellen mogen laten zien. De directeur stemt opmerkelijk snel toe. ‘Laat maar jullie paleizen zien’, grapt hij, om daarna lang en uitvoerig te lachen om zijn eigen opmerking.

De Nederlanders zijn de grappen en grollen van de directeur wel gewend. En humor of niet, ‘je kunt beter even meelachen’. Nederig knikken ze naar de directeur voor ze de stenen trap aflopen naar een binnenplaats van La Victoria. Daar hebben Dominicaanse gevangenen kleine markstalletjes ingericht waar ze vers fruit, blikjes, papieren tissues en sigaretten verkopen.

De Nederlandse gevangenen blijken vrijwel allemaal aan de lange donkere gang A te zitten. ‘Voor hun eigen veiligheid’, zegt de hoofdbewaker. ‘De Nederlanders zitten hier voor drugs. Maar de Dominicanen voor moord en andere gekke dingen. Die moet je toch een beetje gescheiden houden.’ Hij grijnst er vet bij.

Behendig leidt hij het bezoek naar cel nummer 5, waar een kleine, Nederlands sprekende zwarte man, die hij voorstelt als ‘De Koning van Paramaribo’, zijn slaapplek moet laten zien. Achter een gekleurd gordijn zijn opeens een comfortabel bed, een kleuren-tv, een radio, een ventilator en een eigen doucheruimte zichtbaar.

‘Zie je, geen problemen hier’, lacht ‘De Koning van Paramaribo’ triomfantelijk naar de hoofdbewaker. ‘Bakaman’ (‘spion’), sist een van de gevangenen,‘vertel ook hoe je aan al die shit komt.’

Blackman wacht dit niet af. Hij sleurt het bezoek naar cel 11, een smalle donkere ruimte met zelf getimmerde hokjes en een verstopte wc. Zo’n tien hongerige Nederlanders storten zich er op een grote pan soep. Hun enige maaltijd vandaag.

Blackman: ’Kijk, zo leven wij Nederlanders in de Dominicaanse gevangenis. Als bange ratten in een hok.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden