Lopen door het lab van Dick Hillenius

Dick Hillenius vond er zijn paradijs: Rheebruggen, landgoed in Drenthe. Reeën, vossen, Limousinkoeien en de zeldzame vroedmeesterpad bevolken het domein, dat in handen is van de Stichting Het Drentse Landschap....

Het is een mooi verhaal, verworden tot legende. Ooit zou een menseneter op Rheebruggen drie kinderen hebben verschalkt. Na het slachten en pekelen duikt ineens Sinterklaas (!) op die de kinderen weer tot leven wekt. De dader krijgt berouw en slijt de rest van zijn leven in het klooster, terwijl een van de drie slacht-offertjes, inmiddels een machtig heer, het Huis Rheebruggen herbouwt. Het verhaal is een bewerking van een Frans gedicht, dat in de vroege Middeleeuwen in het Drents op schrift is gesteld onder de naam Rheebroggens Bröcht.

Het huidige Rheebruggen heeft veel weg van het landgoed zoals het er destijds moet hebben uitgezien. De havezate (hofstede) is verdwenen - gesloopt rond 1835 - maar de boerderijen zijn blijven staan. De Stichting Het Drentse Landschap heeft stukje bij beetje het landgoed in oude staat teruggebracht.

Een bezoek aan Rheebruggen is een stap terug in de tijd. De weilanden, die op hun beloop worden gelaten - verschraling is beleid - zijn afgebakend door kleine percelen bos. Op de wallen langs de zandpaden groeit wat vroeger geriefhout was, dat gebruikt werd voor de stelen van hooivorken en bijlen, terwijl de takkenbossen bij de bakker in de oven belandden. De boswallen deden dienst als afscheiding voor het vee, beschermden tegen windvlagen, de greppel erlangs verzorgde de afwatering. Holle wegen zijn het tegenwoordig, de uitgesleten karrensporen, met bomen die naar elkaar toe reiken.

Rheebruggen is een bijzonder stuk natuurgebied. Het landgoed is sinds 1973 in handen van de stichting, die in de jaren tachtig nog eens 125 hectare opkocht van particulieren. Het landgoed ligt weggestopt tussen Ansen en Uffelte en dankt zijn naam aan rede of rode, de benaming voor een nat gebied met rietkragen. De toevoeging Bruggen is waarschijnlijk letterlijk bedoeld. Op de overgangen over de Oude Vaart, grofweg de grens van het landgoed, werd door de heren van de havezate vroeger tol geheven. Van dat geld werden sinds 1616 door de toenmalige eigenaar Roelof van den Clooster tot Rheebruggen de boerenwegen onderhouden.

De Stichting Het Drentse Landschap, beheerder van tientallen stukken grond in de provincie, moet het tegenwoordig hebben van giften en enige steun van de overheid. Daardoor kabbelt het ooit verdroogde beekje weer, met behulp van een windmolen die het water oppompt uit de Oude Vaart, en zijn her en der drinkpoelen uitgegraven. Vossen vinden een schuilplaats in de boswallen, reeën een plek om te rusten in het gras en in de stukken bos. Stinzenplanten, waarvan de zaadjes overgewaaid zijn van boerenerven, geven kleur aan bermen en weilanden.

Ook is de ontwatering tenietgedaan. Ruilverkaveling eiste haar tol in de vorm van verdroging. In de Oude Vaart is een zelfregulerende stuw aangebracht, die reageert op veranderingen in het waterpeil. Mede daardoor is het landgoed geheel autarkisch. De vijftig limousin-koeien, en de drie tijdelijk gestalde Schotse hooglanders leven van de rogge, de haver en het kuilgras dat het land oplevert. De enige overproductie bestaat uit vlees, dat uiteindelijk in de pan van begunstigers van de Stichting belandt.

Rustige beesten zijn het, met lange wimpers en dikke koppen. Dagelijks dringen ze samen bij de beheersboerderij, waar in de voorgevel nog twee zandstenen ornamenten uit het voormalige Huis Rheebruggen zijn verwerkt. Ze geven het Saksische bouwwerk een gezicht: dat van een enigszins boos kijkende man met kleine ogen. Hier staan de koeien in de winter op stal en verzorgen de bemesting van het landgoed. Binnenlopen kan slechts op de open dagen, die regelmatig georganiseerd worden. Dan kan ook het eilandje bekeken worden, achter de boerderij, waar ooit de havezate stond.

De biologische boerderij is een van de vijf boerderijen die verspreid over het landgoed zijn neergezet. Drie uur wandelen levert alleen een ontmoeting op met twee vissers. De zandpaden, sluipweggetjes, weilanden en slootkanten zijn vrijwel onbetreden, hoewel verschillende routes naar en over Rheebruggen voeren. Op het terrein zelf is een tocht van een dik half uur uitgezet. Zolang je althans stevig doorstapt. En dat lukt zelden, want de wandeling vereist stilstaan, kijken, ruiken en luisteren. Naar de mees, de tjiftjaf, de wielewaal, het bescheiden geluid van de appelvink.

En natuurlijk naar het gemopper van de vroedmeesterpad. Op de route langs het zandpad naar het huis van wijlen Artis-bioloog Dick Hillenius ligt links (onder het prikkeldraad door, pas op voor de Schotse hooglanders) hun burcht. De twintig jaar geleden met een dragline gegraven vijver is in de loop der tijd onderdeel van het landschap geworden en is rondom begroeid, met typisch Drentse wallen, alsof het een toevallig op de juiste plek opgewelde poel betreft. De zeldzame padden, een ernstig bedreigde soort, maken ongelooflijk veel lawaai. Als ouwe mopperende mannetjes roepen ze elkaar toe. Met kwaken heeft het weinig te maken.

Twee decennia geleden liet de Amsterdammer Hillenius zich verleiden tot de aankoop van een stuk land op Rheebruggen. Hij vertelt erover in zijn verhalenbundel De hand van de slordige tuinman: 'Het stuk land, weiland, was me aangeboden voor een veel te hoge prijs. Mijn eerste wandeling was wrevelig. Maar toen begon het mechaniek. Bij elke volgende wandeling drong het stuk land en zijn mogelijkheden dieper in mijn hersens. Ik denk dat dat de reden is waarom boeren zo eindeloos om hun land kunnen lopen. Ze zeggen dat dat het gewas beter doet groeien, maar ik denk dat het een soort inlijven is, een regelmatige streling, die je ook geeft aan vrouw en kinderen, en ontvangt. Ten slotte wilde ik wel kopen, tot elke prijs, ik bezat al, was al bezeten.'

Hillenius maakte er zijn eigen biologische paradijs van: een verzameling bloemen, planten en beesten uit alle landen die hij ooit bezocht. De vijver werd zijn eigen laboratorium, zorgvuldig bedacht met moerasachtige kanten, naar het midden steeds dieper. Uitermate geschikt voor de amfibiëen waarop hij zo gek was. 'Omdat levende planten en dieren me interesseren, juist om dat leven dat ze doen, een activiteit, veel activiteiten, groei, uitbreiding, strijd, bloei, omvallen, doorgaan of verrotten, beweging.'

Maar de mooiste plek op Rheebruggen ligt aan de rand van de tuin van de familie Jolles, die als enige de mogelijkheid biedt op het landgoed te overnachten. Onder de beuk, hangend of liggend, kijk je uit over een wild begroeid weiland waar de limousins grazen, vossen een haastig heenkomen zoeken en regelmatig reeën hun schichtige gezicht laten zien. Het is een plek om de tijd te vergeten. Of, zoals Wolfaart Jolles het zegt: 'Het is nergens meer rustig, behalve op Rheebruggen.'