Loopgravenhumor

Het satirische tijdschrift The Wipers Times werd, letterlijk, in de loopgraven van WOI gemaakt. De Britse satiricus Ian Hislop schreef er een historisch drama over.

Het is 12 februari 1916. De Britse bevelhebber Fred Roberts en zijn mannen lopen door het souterrain van een ruïne in het Vlaamse stadje Ieper. Ze zoeken eten, sigaretten, een bed of iets anders dat de oorlog draaglijker kan maken. Veel bruikbaars zien de Sherwood Foresters, zoals deze brigade heette, niet. Een piano. Een sofa. Een platenspeler. Dan opeens valt het oog van Roberts op een drukpers. Hij veegt het apparaat schoon en krijgt een briljante ingeving: het drukken van een tijdschrift. Een satirisch tijdschrift. Luitenant Jack Pearson is ook enthousiast. Hij pakt een stuk papier en probeert iets te drukken. Met succes.


Zo verliep de geboorte van The Wipers Times, vernoemd naar het stadje dat synoniem is geworden met de ellende van de Eerste Wereldoorlog. Wipers, vegers of afvegers, was soldatendialect voor 'Ypres'. Het geeft meteen aan om wat voor een blad het ging. Tijdens de oorlog hebben Britse militairen zeker honderd verschillende bladen gemaakt. In de meeste gevallen ging het om veredelde nieuwsbrieven, zoals The Fifth Gloucester Gazette en The Southern Cross, maar de geestige en oneerbiedige Wipers Times zou uitgroeien tot de Punch van de loopgraven, een verre voorloper van Private Eye. Prima voor de esprit de corps.


De hoofdredacteur van de echte Private Eye, Ian Hislop, is er dan ook mede verantwoordelijk voor dat The Wipers Times een eeuw na dato is herontdekt. Twaalf jaar geleden maakte hij er al een radiodocumentaire over. Er zat meer in, zo oordeelde hij. Daarom heeft Hislop samen met collega-satiricus en oud-kostschoolmaatje Nick Newman een historisch drama over dit loopgravenblad gemaakt. Michael Palin werd bereid gevonden de goedmoedige generaal te spelen die The Wipers Times steunde tegen aanvallen van officieren die klaagden over de subversieve toon welke in hun ogen soms grensde aan landverraad.


Hislop zou veel hebben herkend toen hij oude nummers doornam van The Wipers Times, dat de vraag 'Am I as offensive as I might be?' als motto had. Iedereen was het doelwit van spot, van de Hun tot de eigen meerderen. In de rubriek What we want to know werd gevraagd naar de identiteit van de officier die zich dagelijks als een 'kerstboom' in de loopgraven begeeft. Ook de opinieleiders op het eiland kregen het te verduren, met name de patriottische historicus Hilaire Belloc. In het stuk Bewijs dat we de oorlog aan het winnen zijn voorspelde 'Belary Helloc' dat het aantal vechtende Duitsers binnen een half jaar van twaalf miljoen tot zestien zou worden gereduceerd.


Een geliefd stijlmiddel was de terugkerende grap. Wekelijks stonden er klachten in over de scheur in de kerktoren en de gaten in het wegdek. 'Wat, wat, vraag ik me af, doen onze dorpsoudsten toch door deze situatie zo op haar beloop te laten?', vroeg een redacteur zich af. De ingezonden brieven zouden niet misstaan in een gewone Engelse krant anno 2013. 'In ben bereid te zweren dat ik tijdens mijn nachtelijke rondzwervingen over de Meninlaan een koekoek heb gehoord. Ik ben toch zeker wel de eerste die zulks is overkomen dit jaar? Of kan één van uw lezers dezelfde distinctie opeisen?' Ten tijde van gifgasaanvallen belichtte het weerbericht de luchtkwaliteit.


Om ruimte te vullen plaatste Roberts nepprogrammeringen voor de kapotgeschoten bioscoop, 'de best geventileerde zaal in de stad'. De oorlog zelf zijdelings ter sprake, behalve wanneer 'onze jaloerse plaatselijke rivalen, Heer Hun & co, een muur deden neerkomen op onze machine'. Deze luchthartige toon stond in schril contract met de gedichten die The Wipers Times afdrukte, veelal geschreven door soldaten uit de arbeidersklasse. Het taalgebruik was eenvoudig en sentimenteel. Daarentegen werden satirische stukken, getuige het rijke vocabulaire ('volubly', 'inebriates') geschreven door hoogopgeleide leden van de middenklasse.


Het was een bewijs dat er tussen alle treurnis behoefte was aan een lach, hetgeen aansluit bij de Britse liefde voor satire en zelfspot. De combinatie oorlog en humor is niet nieuw, getuige series als Dad's Army, 'Allo 'Allo! en Blackadder. Het grote verschil met deze series is dat The Wipers Times tijdens de oorlog werd gemaakt, letterlijk in de loopgraven. Onvergetelijk in de film is het beeld van Roberts, die in de loopgraven nabij de Somme drukproeven ligt te corrigeren. De bijdragen maken duidelijk dat de solidaritieit van soldaten niet zozeer lag bij generaal, koning of vaderland, maar bij hun maten. Liever dan de oorlogspoëzie van Siegfried Sassoon lazen de soldaten hun krantje.


Gaandeweg de oorlog veranderde de naam van The Wipers Times enkele keren, afhankelijk van tijd en plaats. Zo verscheen er een Somme Times, een Kemmel Times en een Better Times. Het laatste nummer heette The Horrors of Peace. In het geval van Roberts was dat minder ironisch dan het leek. Hij probeerde na de oorlog aan de slag te komen als journalist, maar kwam niet verder dan assistent-samensteller van kruiswoordraadsels.


Gedesillusioneerd keerde Roberts terug naar de diamanthandel, waar hij reeds voor de oorlog werkzaam in was, en verhuisde naar Canada. Zijn wapenbroeder Pearson werd hotelier in Argentinië. De twee overleden in de jaren zestig. The Wipers Times was toen al lang vergeten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden