Loonsverhoging is slecht voor de economie

Loonstijging leidt tot nog meer werkloosheid, menen de werkgevers. Nee hoor, zegt de econoom Arnoud Boot, hogere lonen kunnen bijdragen aan koopkrachtherstel.

Arnoud Boot: Nee


Nederland heeft veerkracht. Ik kan mij snel vinden in deze constatering van werkgeversorganisaties. We hebben ons zelf een pessimisme aangepraat dat ongekend is, en een volstrekte ontkenning is van de fundamentele kracht van de Nederlandse economie zoals we die sinds de jaren tachtig hebben vormgegeven. Onze economie is veel flexibeler dan wel eens wordt gesuggereerd, we hebben een ideale ligging in de wereld, en we hebben een voorspelbare omgeving met een goed landsbestuur. Natuurlijk kan er van alles beter, maar het land zit redelijk goed in elkaar.


Ons exportsucces is hiervan een mooie indicatie. En dat is goed en niet slecht zoals sommigen lijken te suggereren. We hebben echter grote fouten gemaakt in de vormgeving van de financiële sector (te groot, onverantwoord gefinancierd), huizenmarkt (een grote zeepbel mede door het subsidiëren van hypotheekschuld) en een afgedwongen pensioenstelsel dat veel te groot in omvang is en ook nog eens zekerheden suggereerde die er niet waren. Deze problemen hebben we laten ontstaan in de jaren voor het begin van de crisis in 2008.


Huishoudens hebben voor de crisis boven hun stand kunnen leven omdat men maximaal kon lenen, en zolang huizenprijzen bleven oplopen kwam er geen eind aan het feest. De lonen waren relatief laag maar door schulden te kunnen maken voelde iedereen zich toch rijk. Ja, dit was wat in ons hoofd geprogrammeerd zat sinds het Akkoord van Wassenaar in 1982. Toen maakten bedrijven geen winst door veel te hoge lonen, en daar moest toen iets aan gebeuren. Loonmatiging zit sindsdien in ons dna; zelfs de vakbeweging is er door verblind. En eigenlijk was het een soort uitruil tussen werkgevers- en werknemersorganisaties: de werkgevers vonden redelijk lage lonen prettig, en de werknemersorganisaties hadden een broertje dood aan te veel loondifferentiatie. Dus een bescheiden vlakke loonontwikkeling was het resultaat.


Gelooft u het niet? Heeft u zich dan wel eens afgevraagd waarom er op een personeelsadvertentie in 2006 geen enkele reactie kwam? De arbeidsmarkt was volslagen overspannen - het prijsmechanisme van lonen werkte niet.


Nu de lonen zomaar omhoog over de hele linie? Neen, natuurlijk niet, dat zou volstrekt onverantwoord zijn. De lokale retailsector is in mineur, en bonenplukkers in het Westland worden in het buitenland geworven - die lonen blijven dus onder druk staan. Maar allerlei andere, meer hoogwaardige sectoren kunnen zonder enig probleem hogere lonen accommoderen, en er zodoende mede voor zorgen dat de koopkracht herstelt.


En hier wordt de reactie van de werkgeversorganisaties meer suggestief. De AIQ (kosten factor arbeid) is sterk teruggelopen sinds het Akkoord van Wassenaar, en dat moest ook want het winstinkomen van bedrijven moest toen omhoog; het was nul in die tijd. Dat de AIQ nu ietsjes oploopt is omdat in de neergang werknemers in de getroffen sectoren minder te doen hebben. Maar daar gaat het niet over. Het gaat over de rest van het bedrijfsleven dat een ongekend spaaroverschot heeft. Het ligt in de orde van grootte van 10 procent van het nationaal inkomen, en wordt verklaard door het binnenlands spaaroverschot.


Een stukje wordt verklaard door lagere investeringen, maar het grootste deel is een beschikbaar overschot. Dit bestaat in kleinere omvang al langer en heeft tot gigantische beleggingen en investeringen in het buitenland geleid. Dit klinkt misschien mooi, maar de miskleunen met al dit kapitaal dat de grens over gaat zijn enorm. Het verdwijnt uit het zicht van Nederland, en meestal worden we er niet beter van.


Arnoud Boot


Hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam


BERNARD WIENTJES MICHAEL VAN STRAALEN ALBERT JAN MAAT: Ja


De lonen worden al jaren gematigd en ondernemingen komen daar mooi mee weg, wordt soms beweerd. Dat klopt niet. Ondernemingen herkennen zich niet in het beeld dat de loonkosten de afgelopen jaren zo gematigd zijn. Integendeel, hun loonkosten zijn sneller gestegen dan wat zij verdienden. Tegelijk zien veel ondernemers hun omzet dalen omdat consumenten minder te besteden hebben. Deze situatie vraagt niet om generieke loonmatiging. Maar het verhogen van de loonkosten bij oplopende werkloosheid heeft meer bijwerkingen dan genezingskracht.


Hoe kan het dat werkgevers geen loonmatiging ervaren en werknemers hun netto-inkomen wel zien verslechteren? Voor bedrijven zijn de loonkosten relevant. Die bestaan uit het brutoloon, maar ook uit werkgeverspremies voor pensioenen, WW, arbeidsongeschiktheid en Zorgverzekeringswet. De stijging van deze loonkosten moet afgezet worden tegen wat bedrijven extra hebben kunnen verdienen door productiviteitsstijging en prijsverhogingen. Als deze in balans zijn, zijn de loonkosten verantwoord. Sinds de jaren negentig is er geen matiging noch een onverantwoorde stijging van de loonkosten. De laatste jaren zien we wel dat bedrijven hun loonkostenstijgingen niet meer kunnen terugverdienen. Dit is zichtbaar in een toenemend aandeel van loonkosten in de toegevoegde waarde van bedrijven (een stijging van de arbeidsinkomensquote, de AIQ). Eén ding is helder: van loonkostenmatiging is geen sprake.


Ondanks die stijgende loonkosten is het netto-inkomen van werknemers de afgelopen jaren gedaald. Als loonkosten stijgen en netto-lonen dalen, is het niet moeilijk de schuldige te vinden: de overheid die de lasten voor zowel bedrijven als werknemers fors heeft verhoogd. Soms met de belofte dat dit tijdelijk is. De praktijk leert echter dat niets zo permanent is als belasting- en premieverhoging. Groene belastingen, btw, accijnzen, sociale lasten, het is verhoging na verhoging en dat holt de koopkracht uit. Het is kortzichtig werkgevers te vragen dit te compenseren. Dat is een recept voor nog meer faillissementen en stijgende werkloosheid. Dan stapelen we op de nu ontstane werkloosheid door de financiële crisis een ontslaggolf door sterk oplopende loonkosten.


Dat raakt wel degelijk onze exportpositie. Van de werknemers werkt 44 procent in exporterende bedrijven. We verdienen 30 procent van ons inkomen door export. Van de exportbedrijven is 67 procent mkb'er. We moeten beseffen dat de productiviteit in Nederland op een zeer hoog niveau ligt, in het bijzonder in deze sectoren. Het welvaartsniveau van een land wordt nu eenmaal bepaald door de productiviteit en concurrentiepositie van de internationaal concurrerende sectoren. Succes op exportmarkten trekt ook het loonniveau omhoog in de binnenlandse sectoren. Gelukkig kent Nederland veel sectoren met een heel hoge productiviteit waarmee we wereldmarkten veroveren. Verliezen we onze positie, dan wordt het voor iedereen schraler.


De oproep tot hogere lonen getuigt van weinig inzicht in de totstandkoming van lonen. Loonvorming vindt niet centraal plaats, maar in sectoren en ondernemingen. Zo wordt rekening gehouden met verschillen in omstandigheden per sector of bedrijf. De arbeidsmarkt verschilt per beroep en regio. Om de werkloosheid te verlagen, is daarom behoud van een gedifferentieerde en verantwoorde loonvorming noodzakelijk. Ook de hervorming van WW, ontslagrecht en flexwetgeving is daarvoor hard nodig. Maar voor alles moeten we terug naar economische groei. Essentieel daarbij is dat behalve de exportsector ook de binnenlandse vraag herstelt.


Daarvoor zijn drie dingen noodzakelijk.


1. Geen lastenverzwaringen meer, maar echte lastenverlichting. Dus geen verschuivingen binnen belastingen en premies en geen nieuwe belastingen uit de hoge hoed zoals de leidingwaterbelasting.


2. Rust op de woningmarkt. Het prille herstel van de huizenprijzen zal de consumptie goed doen en moet niet worden doorbroken. Waar hypotheekschulden in de weg zitten, moeten we slimme oplossingen vinden, bijvoorbeeld een verantwoorde inzet van pensioenvermogen.


3. Herstel van vertrouwen. Er is geen reden voor pessimisme. Nederland heeft een sterke economie en een sterk bedrijfsleven en er liggen ontzettend veel kansen. We hebben vaker veerkracht getoond. We twijfelen er geen seconde aan dat we dat ook nu weer kunnen opbrengen. Maar niet via het dwaalspoor van onverantwoorde loonkostenstijging. Dan zijn we echt verder van huis.


Bernard Wientjes VNO-NCW Michael van Straalen MKB Albert Jan Maat LTO

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden