'Loonkloof' moet aan OR worden voorgelegd

Het kabinet gaat wat doen tegen de groeiende 'loonkloof'. Bedrijven met vijftig werknemers of meer worden wettelijk verplicht de verhouding tussen de beloning aan de top en op de werkvloer voor te leggen aan de ondernemingsraad.

AMSTERDAM - Dat openbaar maken van de soms grote verschillen tussen baas en werknemer moet leiden tot meer openheid en discussie, wat weer een matigende werking moet gaan hebben op de topinkomens in het bedrijfsleven.


De vrijdag aangekondigde maatregel van minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) werd vorig jaar al geopperd. Toen bleek uit onderzoek van de Volkskrant dat de topinkomens, midden in de crisis, voor het eerst in drie jaar weer waren gestegen. Door de 7,5 procent extra voor de top groeide het verschil met de gemiddelde werknemer, die zijn loon niet of nauwelijks zag oplopen. Topmannen bij grote bedrijven als Shell, ASML en Heineken verdienen vaak vijftig keer zoveel als de gemiddelde werknemer.


Asscher vindt het onbegrijpelijk dat inkomens in de top van het bedrijfsleven de laatste jaren soms fors zijn verhoogd terwijl de werkloosheid hoog is en de lonen maar matig stijgen. Volgens hem zou het topbestuurders sieren als hun beloning gelijke tred zou houden met die van de rest van de werknemers.


Het kabinet gaat niet over de inkomens in het bedrijfsleven, maar Asscher denkt dat de openbaarmaking van de loonkloof helpt. 'De verhouding met de OR is belangrijk voor bedrijven', zei hij in een toelichting. Het kabinet verwacht verder dat de Europese Commissie binnenkort met een voorstel komt om het beloningsbeleid en de individuele beloning van bestuurders transparanter te maken.


Publieke sector

Het kabinet kwam vrijdag ook in actie rond de (semi-)publieke sector, waarover het wel iets heeft te zeggen. Topinkomens in de publieke en semipublieke sector moeten al per 1 januari worden teruggebracht naar de hoogte van een ministerssalaris. Nu ligt de limiet nog op 130 procent daarvan. Dat is 193 duizend euro, wat inclusief onkosten en pensioenbijdragen optelt tot 228 duizend euro. Vanaf 1 januari wordt dat 144.108 euro en 177.410 euro.


Minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) noemde dat vrijdag nog altijd een 'knap en fatsoenlijk salaris.' Hij is er niet bang voor dat goede bestuurders zich nu massaal afwenden van de (semi-)publieke sector. 'Er zal eens een enkeling naar Wall Street vertrekken. Wie wil, moet dat doen.'


Het nieuwe maximum geldt voor nieuwe bestuurders. Huidige bestuurders die boven de norm zitten, moeten hun salaris na vier jaar in stappen afbouwen. Er is ruimte voor individuele uitzonderingen, maar volgens Plasterk zullen dat er niet meer zijn dan een handvol. Het kabinet moet daarvoor toestemming geven. Nu verdienen bijvoorbeeld diverse topfunctionarissen bij De Nederlandsche Bank, onder wie president Klaas Knot , (ruim) meer dan 130 procent van het ministerssalaris. Of dat zo blijft 'is nog maar de vraag', zei Plasterk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.