Loog Wilders, of loog de regering?

Het parlementaire debat over Geert Wilders’ Fitna vormde het spectaculaire sluitstuk van een maandenlange discussie – veel ophef over een film die maar niet kwam. Een reconstructie.

Het verhaal over Fitna begint op 13 april 2007. Om 9.30 uur wandelt Geert Wilders langs de irisscan die toegang geeft tot de 25ste verdieping van de Hoftoren, waar de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) zetelt. Wilders neemt plaats in een van de zes krappe, donkerleren stoeltjes van Tjibbe Joustra en maakt zich op voor een lange zit.

De NCTb heeft een overzicht samengesteld van reacties in Arabischtalige en Iraanse media op recente uitspraken van Wilders over moslims en de Koran. Die informatie is niet prettig, houdt Joustra Wilders voor. Wil hij het toch zien? Ja, zegt Wilders.

De ambtenaar die de presentatie geeft, laat zich ontvallen dat Wilders zijn boodschap ook anders zou kunnen verwoorden. Joustra corrigeert zijn ondergeschikte.

Wilders lijkt er geen aanstoot aan te nemen. Na afloop spreekt hij zijn waardering uit. Als er weer commotie is, wil hij dat graag weten.

Een paar dagen later herhaalt hij zijn loftuiting. Halverwege een lange e-mail refereert hij aan de ‘voortreffelijke briefing’. Die is hem van nut, schrijft hij, omdat hij nog verder zal gaan op de ingeslagen weg. Want: ‘Dit is niet het einde, zoals velen denken, maar nog maar het begin van mijn strijd tegen de islam.’

Op 26 april slaat hij over hetzelfde bezoek een heel andere toon aan. In De Telegraaf en op het RTL Nieuws zegt hij dat de NCTb heeft geprobeerd hem te intimideren. Joustra reageert kort en zakelijk. Hij noemt de e-mail, maar de media krijgen daarin geen inzage. Joustra geeft verder geen commentaar en er wordt niet gelekt.

Het is een omen. In de maanden daarop gaat Wilders inderdaad verder met zijn strijd tegen de islam, met zijn oproep tot een koranverbod en met de film Fitna. Hij neemt er tevens goed nota van dat Joustra de e-mail met complimenten niet laat uitlekken en trekt een conclusie: vertrouwelijk is vertrouwelijk, zijn geheimen zijn veilig bij de NCTb.

Half oktober 2007 benadert Wilders de NCTb opnieuw. Hij wil met Joustra praten over zaken die betrekking hebben op zijn veiligheid. Op 29 oktober neemt hij weer plaats in het krappe stoeltje. Hij gaat een film maken waarin hij aantoont dat de Koran een fascistisch boek is, zegt hij.

Twee dagen na zijn gesprek met Wilders laat Joustra een ambtenaar zijn bevindingen optekenen. Daarin staat hoe Wilders hem de inhoudelijke contouren van de film schetst. Op vier punten stemt dat overeen met de uiteindelijke film. Het vijfde punt luidt:

‘e. De beoogde film sluit af met dhr. Wilders die (delen van) de koran verscheurt.’

Joustra houdt Wilders de mogelijke implicaties voor en zegt hem dat hij het kabinet hiervan op de hoogte moet stellen. Wilders heeft geen bezwaar.

De ministers Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken) en Ernst Hirsch Ballin (Justitie) spreken op 7 november met Wilders. Joustra’s plaatsvervangster Lidewijde Ongering is bij het gesprek aanwezig. Wilders wil niet dat er wordt genotuleerd, noch wil hij sprekend worden opgevoerd. De bewindslieden hechten er wel aan dat hun boodschap op papier komt te staan. Ongering maakt aantekeningen in een schriftje.

Aantekeningen
Die aantekeningen, die de basis vormen van latere gespreksverslagen, laten zien dat Hirsch Ballin zich grote zorgen maakt over het verscheuren en verbranden van pagina’s uit de koran. Of de heer Wilders nog eens goed wil nadenken over zijn voornemen, gelet op eventuele gewelddadige reacties in de islamitische wereld.

Op 20 november neemt Wilders plaats aan de vergadertafel op de werkkamer van minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken. Hij vertelt nog eens wat hij van plan is in zijn film. Ho, zegt Verhagen, als Wilders vertelt over het verscheuren en verbranden van delen uit de Koran. Zoiets heeft Wilders helemaal niet nodig om zijn punt te maken, vindt de minister. Hij waarschuwt hem voor de mogelijke gevolgen van zo’n daad. Wilders werpt tegen dat hij niet verantwoordelijk is voor de daden van heethoofden.

Op 27 november heeft De Telegraaf de primeur: Wilders komt met ‘een provocerende film’ over de islam. Hij wil bevestigen noch ontkennen dat daarin een koran wordt verbrand of verscheurd.

Enkele weken later vraagt Hirsch Ballin Wilders om een nieuw onderhoud. Hij wil hem nog eens wijzen op mogelijke juridische consequenties. Wel is hij al tot de conclusie gekomen dat het niet mogelijk is de film op voorhand te verbieden. Hij vraagt ook Verhagen erbij. Die heeft veel beter contact met Wilders. Bovendien heeft die als minister van Buitenlandse Zaken beter zicht op de ernst van de situatie in het buitenland. Misschien kan dat Wilders van zijn plannen afhouden.

De drie ontmoeten elkaar op 27 februari op de werkkamer van Hirsch Ballin. Het gesprek verloopt aanvankelijk stroef. Wilders wil wel kwijt dat zijn film die vrijdag klaar zal zijn. Hij heeft een buitenlandse internetprovider gevonden om vertoning mogelijk te maken, als Nederlandse omroepen het laten afweten.

Als Wilders wordt gevraagd of hij heeft nagedacht over de suggestie de koran te verscheuren noch te verbranden, zwijgt het Kamerlid. Betrappen bewindslieden hem op iets wat strafbaar is, dan móeten ze wel juridische stappen nemen, redeneert Wilders. Verhagen probeert het met een grapje. Moet Wilders in de bak, dan gaat hij in de bak. Die riposteert lachend dat hij wel hoopt dat Verhagen hem dan komt opzoeken. Best, maar niet als de film in mijn vakantie komt, kaatst die terug.

Intimidatie
Hirsch Ballin kan er niet om lachen en kapt alle jolijt af. De zaak is hier te ernstig voor. De drie gaan uit elkaar. Verhagen neemt een paar aantekeningen mee die hij tijdens het gesprek heeft gemaakt. Binnen een kwartier gaan op beide ministeries telefoons af. Diverse media willen een reactie op uitlatingen van Wilders dat hij zojuist geconfronteerd is geweest met ‘een uur pure intimidatie’ door twee ministers.

De spanning loopt op. Maatregelen om politie en burgemeesters voor te bereiden, lekken uit, net als evacuatieplannen van sommige ambassades in potentiële risicolanden. Premier Balkenende spreekt van ‘een forse crisis’.

Op vrijdag 14 maart komt plots een sms’je binnen bij de NCTb. Wilders. Vanaf nu kan de film elk moment komen, meldt hij. Er komt géén waarschuwing meer. Het bericht veroorzaakt consternatie. Steeds is afgesproken dat Wilders kort van tevoren nog een waarschuwing zou geven. Wat betekent dit? Kan de film vanavond komen?

De interdepartementale crisisstaf wordt bijeengeroepen. De ministers Ter Horst, Hirsch Ballin en Verhagen – die die dag tóch met vakantie is gegaan – worden op de hoogte gebracht. Koortsachtig wordt getracht contact te leggen met Wilders. Maar die heeft zijn telefoon uit staan. Op mails reageert hij niet. Niemand weet waar hij zich bevindt.

Uit het kabinet klinken verbaasde en geïrriteerde geluiden. Hoe kan Wilders nou zoek zijn? Er lopen immers wel een man of acht van de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging om hem heen? Bel die dan! En de AIVD?, oppert een enkeling.

De NCTb legt uit dat de operationele kant, de beveiliging, strikt is gescheiden van alle andere aspecten. Zelfs Joustra weet niet, en wil niet weten, waar Wilders en zijn bewakers uithangen. Schaduwen of afluisteren van een parlementariër is ‘out of the question’.

De crisisstaf blijft bijeen, de betrokken bewindslieden blijven stand-by. Verhagen heeft vanuit het buitenland contact met het NCTb en zijn staf. Afgesproken wordt dat hij daar kan blijven, mits in de buurt van een vliegveld. Binnen tweeënhalf uur moet hij in Den Haag kunnen zijn.

Pas een etmaal later komt het verlossende woord. In De Telegraaf op Zondag, meldt Wilders dat zijn film de eerste dagen nog niet komt.

Op 27 maart komt Fitna toch nog als een verrassing. Minder dan een uur van tevoren meldt Wilders dat zijn film om zeven uur die avond de lucht in zal gaan. Joustra stelt Hirsch Ballin, als verantwoordelijk minister, op de hoogte. De overige kabinetsleden horen het, met de rest van Nederland, pas als het zover is.

De film ‘valt mee’. Er wordt geen koran verscheurd. Wel klinkt het geluid van scheurend papier. Maar daarbij verschijnt de mededeling dat het geluid van een telefoonboek kwam. Aanslagen, rellen en grootschalige boycots blijven uit, islamitische organisaties reageren beheerst. De dagen na de film overheerst opluchting.

Op 1 april spreekt de Tweede Kamer eindelijk over de film die de politiek dan al vier maanden in zijn greep heeft. Wilders kiest weer de aanval. Hij verwijt het kabinet dat het in de aanloop naar de première onverantwoord en hysterisch heeft gehandeld. Níks wisten ze van zijn film. En dan toch zo’n heisa maken. Hij eist excuses van premier Balkenende.

Wat dan gebeurt, behoort tot de meest memorabele momenten in de parlementaire geschiedenis. Het is het nalezen van de Handelingen waard.

In 31 niet al te spannende zinnen in zijn beantwoording in eerste termijn zegt minister Hirsch Ballin van Justitie: ‘Nadat de NCTb met Wilders’ instemming collega Ter Horst en mij had geïnformeerd, hoorden wij van hem welk scenario hij in gedachten had.’

Het is het moment waarop Wilders moet hebben begrepen dat, anders dan elf maanden eerder, zijn vertrouwelijke gesprekken niet langer ten koste van alles vertrouwelijk zullen blijven.

D66-fractieleider Alexander Pechtold doet er vier zinnen over om te beseffen wat Hirsch Ballin hier zegt, overeind te komen en naar de interruptiemicrofoon te lopen. Hirsch Ballin stopt en kijkt hem bijna uitnodigend aan. ‘Voorzitter. Ik heb in deze fase wel behoefte, aangezien dit nieuws is, om van de heer Wilders te horen of dit klopt.’ Wilders komt met duidelijke tegenzin overeind en zegt: ‘Ik heb gezegd dat er een film kwam. Ik heb gezegd dat die film over de Koran ging. En that’s it.’

Dan zegt Hirsch Ballin: ‘Wij hebben in dat gesprek afgesproken dat wij aantekening zouden nemen van wat er door collega Ter Horst en mij werd gezegd in dat gesprek. Zowel onze herinnering als de aantekeningen van dat gesprek laten er geen twijfel over bestaan dat wat ik zo-even zei een juiste weergave van zaken is.’

Ditmaal staat Pechtold binnen twee zinnen bij de microfoon. ‘U schermt hier nu met aantekeningen. Bent u bereid die aantekeningen aan ons te tonen?’

PvdA-fractievoorzitter Hamer valt hem bij: ‘Als het waar is wat de minister van Justitie hier zegt, was er dus alle aanleiding om bezorgd te zijn... De heer Wilders blijft nu zitten, terwijl hij de hele middag opsprong. Ik wil nu graag van hem weten of de minister van Justitie staat te liegen of niet.’

Wilders kan niet terug zonder zichzelf verdacht te maken: ‘... Ik weet niet wat er allemaal in de aantekeningen van de ministers staat. Dat interesseert mij ook niet... U kunt produceren wat u wilt... maar er klopt helemaal niets van.’

Hamer houdt aan. Ze vraagt of Wilders vooraf wél of niet iets tegen Hirsch Ballin heeft gezegd over de inhoud van zijn film. Ze vraagt hem naar een feit. Maar Wilders antwoordt zo: ‘Naar mijn mening staat hij dat voor honderd procent te verzinnen.’

Belazerd
Twintig minuten later zitten alle Kamerleden én toeschouwers met het verslag van het gesprek tussen Wilders, adjunct Ongering van de NCTb, Hirsch Ballin en Ter Horst op 7 november. Ze lezen dat Wilders al in oktober sprak van het verscheuren van de koran. Het kabinet had wél reden alarm te slaan.

Het woord is aan Wilders: ‘Voorzitter. Ik word nu belazerd, belazerd door de minister van Justitie, met dit vod van een verklaring die leugens bevat. Het is bedrog, er klopt niets van ... Dit is een ongekende schande. Hij maakt mij hier, in deze Kamer, voor leugenaar uit, terwijl hij degene is die liegt... ’ Dan gaat hij zitten om de rest van het debat vrijwel niet meer overeind te komen.

Halsema van GroenLinks oppert een parlementair onderzoek. We kunnen de betrokken ambtenaar, Ongering, verhoren, stelt ze Wilders voor. ‘Als u er zo van overtuigd bent dat er wordt gelogen, moet u mijn voorstel toch steunen?’, vraagt ze aan Wilders. Maar die wil niet. Hij stemt even later tegen.

De een na de andere fractiewoordvoerder wijst op ongerijmdheden en spreekt zijn verbazing uit.

Maar als Wilders even niet meedoet, is er in het parlement niemand over die doorbijt. Niemand spreekt expliciet die ene onvermijdelijke conclusie uit: Wilders liegt. Zijn collega’s vinden het niet chic, overdreven hard, onbeschaafd, oncollegiaal, ‘electoraal niet handig’ en vooral niet nodig om zover te gaan. Het publiek zal dat zelf wel doen.

Maar dat doet het publiek niet. Uit opiniepeilingen de dagen na het debat blijkt dat enkele miljoenen burgers er serieus rekening mee houden dat het de regering is die in het Fitna-debat heeft staan liegen, tot en met het vervalsen en antedateren van gespreksverslagen aan toe. De zaak blijft in de lucht hangen.

Over dat wantrouwen maakt onder anderen de vicevoorzitter van de Raad van State Herman Tjeenk Willink zich zorgen. Kort na het Fitna-debat al dringt hij aan op meer duidelijkheid. Op 10 juli probeert D66-leider Pechtold het presidium van de Kamer nogmaals te bewegen tot een onderzoek.

Als Wilders de waarheid spreekt, kan zijn getuigenis twee bewindslieden, twee topambtenaren en ten minste één lager geplaatste ambtenaar achter de tralies brengen. Hirsch Ballin en Ter Horst hebben dan valsheid in geschrifte gepleegd, net als Joustra en Ongering. Ook de schrijver van de notulen van het gesprek met Joustra op 29 oktober moet dan in het complot zitten, want die notulen zijn dan geantedateerd. En passant brengt Wilders dan de regering ten val.

Maar als hij liegt, komt dat onomstotelijk vast te staan.

Wilders stemt tegen een onderzoek. De anders zo publiciteitsbeluste politicus zegt het hele verdere jaar geen stom woord meer over de kwestie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.