Loodvervanger

De oliemaatschappijen Fina, Shell, Esso en BP verkopen sinds begin deze week voor het eerst een nieuwe superbenzine met octaangetal 98 zonder lood....

Sinds eind jaren twintig zitten er organische loodverbindingen in de benzine voor de klopvastheid - bedoeld voor het regelmatig laten draaien van de motor - en voor het smeren van de kleppen.

Oliemaatschappijen doen vanaf de jaren zeventig almaar minder lood in de benzine, onder druk van de samenleving, zoals dat zo mooi wordt aangeduid. De klopvastheid wordt nu geregeld door allerlei organisch-chemische toevoegingen zoals zogeheten ethers.

Het kleine beetje lood - niet meer dan vijfien milligram per liter - dat tot voor kort nog in de gelode super zat, diende alleen voor de smering van, om precies te zijn, de uitlaatklepzittingen. Daar schuiven twee metalen stukken bij hoge temperatuur langs elkaar en dat geeft slijtage. De loodverbindingen in de benzine ontbinden, waarna zich een superdun laagje loodoxide op metalen onderdelen afzet. Dat voorkomt slijtage.

Eind jaren tachtig moesten nieuwe personenauto's worden uitgerust met een katalysator in de uitlaat om de rookgassen te ontdoen van verzurende stikstofoxiden en andere schadelijke gassen, zoals koolmonoxide en koolwaterstoffen.

Lood verstopt die katalysator. Motorfabrikanten - de Duitsers voorop - hebben als oplossing van dat probleem een keiharde staalsoort ontwikkeld. Smeerlood in benzine is dan niet meer nodig. In Europa zijn de eerste motoren met kleppen van keihard staal zo'n tien jaar geleden geïntroduceerd.

Er rijden daarom hier nog maar relatief weinig auto's met motoren rond die gelode benzine behoeven. Alleen oude auto's hebben die nog nodig. In 1990 was in Nederland iets meer dan de helft van de pompbenzine gelood; vorig jaar was dat nog maar 16 procent. De markt voor die smerende benzine verdwijnt dus geleidelijk.

Het wagenpark in Nederland is relatief jong, net als dat in Duitsland. In landen als Frankrijk en Italë - waar de auto-industrie bovendien enkele jaren later is overgegaan op de hardere staalsoort - ligt de gemiddelde leeftijd van het wagenpark hoger. In Frankrijk is de helft van de benzine dan ook nog gelood.

Er is lang gezocht naar een alternatief voor die loodverbindingen: veel stoffen met exotische namen zijn bekeken. Als beste is een kaliumzout uit de bus gekomen; dit smeert bijna net zo goed als de loodhoudende stoffen.

Oliemaatschappijen hebben dat uitgebreid onderzocht. Uit onderzoek van Shell, de enige maatschappij die enigszins gedocumenteerd over de brug komt, blijkt dat bij proeven in Engeland auto's met 'zachte' kleppen zonder enige loodsmering na zesduizend kilometer ernstige slijtage vertoonden. Die deed zich niet voor bij gebruik van benzine met de smerende kaliumverbinding.

Auto's die lang achtereen gelode benzine hebben getankt, kweken een antislijtlaag op de kleppen waarmee best nog twintigduizend kilometer kan worden gereden, ook al wordt alleen nog loodvrije benzine getankt. Auto's die een smerende stof in de benzine nodig hebben, kunnen dus best als tussendoortje loodvrije benzine tanken; dat geldt ook wanneer straks auto's enige tijd op die nieuwe benzine met loodvervanger hebben gereden.

Andersom kan nu ook, bijvoorbeeld als per vergissing naar het tankpistool van 'super met loodvervanger' wordt gegrepen in plaats van naar de Eurosuper of naar de normale Eurobenzine. De werking van de katalysator gaat veel minder achteruit bij het gebruik van een kaliumverbinding dan bij toepassing van een loodverbinding. Lood vergiftigt de kat.

Verwisseling kan overigens bijna niet. Het tankpistool van de gelode super - en nu dus van de super met loodvervanger - past niet in een tank van een auto waarin alleen loodvrij mag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.