Londen krijgt eigen Silicon Valley, maar dan bruisend

De Britse hoofdstad is in trek bij internetbedrijven. Ze zitten midden in de stad en vlak bij het geld.

LONDEN - Het is vrijdagavond en de Shoreditch Grind, een espressobar aan de Old Street-rotonde, is afgeladen met jongemannen en een handvol jongedames. Met flesjes Corona in de hand spreken ze over applicaties, internetprotocollen en de laatste nieuwtjes uit de Londense ict-wereld. 'Welkom bij de Silicon Drinkabout', zegt de Michael Hobson, één van de 'Three Beards' die deze wekelijkse borrel organiseren. 'De Drinkabout is voor ons wat een pub is voor een dorp. Hier ontmoeten mensen elkaar om te lachen, te praten en te netwerken,' legt de 27-jarige baarddrager uit.


De naam van de bijeenkomst is een afgeleide van de term 'Silicon Roundabout'. Dat verwijst naar de rotonde in Shoreditch, een hippe wijk ten noordoosten van de Londense binnenstad waar bijna achthonderd technologie- en internetbedrijven zitten, van Google tot Pollarize, de start-up waarmee Hobson en vier bevriende mede-oprichters groot hopen te worden. Waar de aangrenzende City, het financiële centrum van de wereld, zowel financieel als publicitair een lastige tijd doormaakt, begint Silicon Roundabout de hegemonie van Silicon Valley in Californië aan te tasten.


Silicon Roundabout heeft al opmerkelijke succesverhalen voorbij zien komen. De grondlegger van de Drinkabout is Michael Acton-Smith, wiens computerspel Moshi Monster razendsnel een wereldsucces is geworden. Veelbesproken is ook de overname door Twitter, voor 25 miljoen pond, van de in Shoreditch bedachte site Tweetdeck. In kamer 310 van Curtain Studio's, een Victoriaans pakhuis nabij de White Cube Gallery, hopen Paul Joyce en Rod Hudson deze successen te evenaren met Geckoboard, een schermfunctie waarmee bedrijven in een oogopslag al hun kerncijfers kunnen zien. Zonder actieve marketing heeft het al meer dan 1.400 betalende klanten.


'We begonnen anderhalf jaar geleden met zijn tweeën en nu werken er al tien man', zegt Joyce, die voorheen bij een zakenbank werkte. 'De kracht van deze omgeving? Het is voor Londense begrippen nog steeds betaalbaar en toch zit je midden in de stad, dicht bij andere bedrijfjes en dicht bij sommige van onze klanten. Kijk naar buiten, de straat leeft.' Zijn verhaal sluit aan bij de ervaringen van Emma Vandore, als stadssocioloog verbonden aan The Centre of Londen. Met twee collega's heeft ze empirisch onderzoek gedaan naar de Silicon Roundabout, resulterend in een rapport met de titel A tale of Tech City.


'Een paar jaar geleden vestigden enkele bedrijfjes zich hier, aangetrokken door het stadsherstel en de lage huren. Een journalist schrijft erover, een ingenieur munt op Twitter de term 'Silicon Roundabout', het wordt populair en de overheid omarmt het. Het is heel Engels. In Frankrijk zou de overheid een plek aanwijzen en bepalen welke bedrijven zich er mogen vestigen.' Vergeleken met het afgelegen Silicon Valley is de ligging van de Roundabout ideaal. Vanuit Californië is het zes uur vliegen naar Wall Street, vanaf de Roundabout is het zes minuten lopen naar de City.


Lichtpuntje

Om de ontwikkeling te steunen, een lichtpuntje tijdens de recessie, richtte de Britse overheid in 2011 de Tech City Investment Organisation op. Het doel hiervan is buitenlandse investeerders aantrekken en bedrijfjes helpen bij hun groei. Tevens zijn er plannen om het Olympisch Park, 7 kilometer oostwaarts, te betrekken bij de Londense versie van Silicon Valley, iets waarmee de nieuwe baas van de investeringsorganisatie, voormalig Facebook-topvrouw Joanna Shields, aan de slag moet. Vandore is echter sceptisch over deze trek naar het verre oosten van Londen: 'De technologiejongens zitten het liefst bij elkaar in die ene vierkante kilometer. Voor sommigen is de aangrenzende Clerkenwell al de andere kant van de maan. De kracht is het bruisende, stedelijke karakter, waarmee het meer lijkt op New York dan Silicon Valley.'


Het is niet voor niets dat grote Amerikaanse internetbedrijven zich richten op Shoreditch. Amazon heeft er zijn Digital Media Development Centre geopend en ook Google is er actief. In Bonhill Street opende de Britse minister van Financiën George Osborne eind maart de Google Campus, een broedplaats voor startups. Jonge ondernemers kunnen er voor een habbekrats een bureau huren en vrijwel dagelijks vinden er seminars plaats. Een paar maanden geleden kwam Google-topman Eric Schmidt langs voor een vraag en antwoord-sessie. Tevens kunnen de starters een beroep doen op een mentor.


Een van de huurders in het oude pakhuis is Opensignalmaps, een bedrijfje dat wifi-plekken en de kracht van signalen voor mobiele telefoons in kaart brengt. Het is het geesteskind van vier jongens die op Oxford samen natuurkunde hebben gestudeerd. Eentje zit nu in San Francisco, eentje in Dublin en twee in Londen, James Robinson (27) en Brendan Gill (28). 'We huren hier een bureautje voor 350 pond per jaar, maar het liefst werken we in het café', zegt Robinson in de ontvangsthal, waar kasten staan met antieke Apple-computers, kunstschaatsen en boeken.


De twee vertellen over de korte geschiedenis van het bedrijfje, dat in The Observer werd genoemd als een veelbelovende startup. 'Lange tijd hebben we volledig virtueel gewerkt, voornamelijk op plekken waar veel zon scheen, zoals Costa Rica, maar uiteindelijk hebben we besloten Londen als basis te kiezen en niet San Francisco', zegt Robinson, een Android-ontwikkelaar, 'We gaan nu mensen werven en de salarissen liggen lager in Londen, al is het aanbod ook wat beperkter. Aan de Amerikaanse westkust is de startup-scene gevestigd, hier is-ie in opkomst.'


Hun ervaringen met Tech City zijn positief. 'De overheid schept de voorwaarden. Je kunt binnen een dag voor 20 pond een bedrijf beginnen, er zijn speciale ondernemersvisa, belastingvoordelen en veel minder regels dan in de VS', zegt Gill, 'maar het belangrijkste is het goede werkklimaat.' Zelf is Gill, een voormalig ABN Amro-analist, een deelnemer aan de Silicon Kickabout, een wekelijks uurtje bedrijfsvoetbal. Op zijn beurt stipt Robinson het belang van de Drinkabout aan: 'Amerikanen praten vanzelf over hun zakelijke triomfen, wij Engelsen hebben daar eerst bier voor nodig.'


Op de Drinkabout vertelt Michael Hobson dat hij en zijn vrienden ook bijeenkomsten organiseren waar startups plannen kunnen presenteren om feedback te krijgen. 'We proberen samen te werken met de kunstenaars in deze buurt. Wij kunnen hen helpen met technische zaken, zij ons met vormgeving. Het voordeel hier is het gemeenschapsgevoel', aldus Hobson. De Nieuw-Zeelandse hacker en webontwikkelaar Peter Johnson, de enige bezoeker zonder visitekaartje, vult aan: 'Wat je in deze omgeving ziet, is het vriendelijke gezicht van het kapitalisme. Hier heersen hoop en optimisme.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden