Lol trappen met Rod Stewart

Voor de term pubrock furore maakte, had je al The Faces. Vijf jongens die lol maakten in de kroeg. En ze klonken geweldig, blijkt uit een retrospectief met live-opnamen....

Door Gijsbert Kamer

Vijf jongens lopen een kroeg binnen. . . Zelden kreeg een luxe overzichtsbox zo'n treffende relativerende titel als het vier cd's tellende retrospectief gewijd aan The Faces. De vijf jongens die elkaar in 1969 vonden, hadden al de nodige ervaring en waren elk op hun manier enigszins gefrustreerd geraakt in hun vorige band.

Toetsenist Ian Mc Lagan, bassist Ronnie Laine en drummer Kenney Jones waren jaren succesvol geweest in The Small Faces, maar ze konden niet op tegen het ego van zanger Steve Marriott, die de band op zijn beurt weer had verlaten voor de nieuwe band Humble Pie.

Het laatste wat de drie achtergebleven Small Faces wilden was een zanger net zo bazig als Marriott, maar wilden ze als band blijven voortbestaan dan hadden ze beslist een zanger nodig, zo maakte ook Ron Wood hen duidelijk toen ze elkaar in een pub ontmoetten. Wood had een tijdje in de band van gitarist Jeff Beck gespeeld samen met een veelbelovend zanger die hij graag wilde introduceren: Rod Stewart.

De Jeff Beck Group had succes genoeg, vooral in de Verenigde Staten maar ook hier was het probleem een erg bazige voorman, in de persoon van Jeff Beck zelf. Die kon de toenemende populariteit van zijn zanger maar moeilijk verdragen en zag bovendien met lede ogen aan dat zelfs zijn bassist Ron Wood beter lag bij de meisjes.

Op platen van de Jeff Beck Group werden de namen van zijn bandleden steeds kleiner afgedrukt en zijn eigen naam almaar groter. Toch werd Rod Stewart op tournees nog wel eens aangesproken als Jeff, en dat ging Beck te ver.

Exit Rod en Ron dus, die net een beetje aardigheid in het spelen in een rock 'n' roll-band hadden gekregen. Maar op Woods voorstel zijn maatje mee te laten zingen, reageerden de drie Small Faces niet al te enthousiast. Het verhaal gaat dat vooral toetsenist Ian McLagan tegen was, bang voor al weer zo'n egomaniak. Maar het klikte en de Faces waren geboren.

'Going to the pub', noemde McLagan wat ze deden. Met z'n vijven zoveel mogelijk nieuw werk instuderen en zoveel mogelijk spelen in pubs en clubs. 'De term pubrock bestond nog niet en toen ik het woord voor het eerst hoorde, voelde ik me belazerd, alsof niemand de Faces ooit gezien had, of onze platen had gehoord.'

Pubrock zou inderdaad pas midden jaren zeventig opgeld doen, dankzij bands als Dr. Feelgood, en dat was nadat de Faces in 1975 waren opgeheven. En nog altijd kom je de term tegen. Pubrock staat voor een soort clubgevoel onder jongens, die lekker met z'n allen spelen en lol maken in de kroeg. Van AC/DC tot The Darkness en The Libertines, ze jagen allemaal dat romantische beeld na. En de eerste en meest opwindende pubrock band, dat was, daarin heeft McLagan gelijk, de Faces.

Tussen 1969 en 1973 zou de band een viertal studioplaten en een live-album uitbrengen en welbeschouwd echt grote hit scoren: Stay With Me. De verleiding is groot de band in retrospectief als niet veel meer te zien dan de live-band van Rod Stewart. En natuurlijk: Stewart zou een wereldster worden als solo-artiest, maar je kunt gerust stellen dat hij zo ongeveer alles geleerd heeft in dat malle bandje bestaande uit vijf zuipschuiten.

Want drinken konden ze, de vijf Faces. Zoveel dat Stewart in een vorig jaar verschenen biografie opmerkte zich van de meeste optredens niets meer te herinneren, zo bezopen was hij meestal. Maar nooit tronken: gespeeld werd er altijd. En goed.

Het zijn ook vooral de live-opnamen en in het bijzonder de concerten die ze opnamen voor de BBC die op deze box verbijsteren. Ian McLagan die de samenstelling voor zijn rekening nam, heeft naast het selecteren van de beste studio-opnamen vooral tijd besteed aan het graven in de archieven en dat betaalt zich uit in werkelijk schitterende opnamen.

De Faces waren bijvoorbeeld meesterlijke vertolkers van soulballads en bluesnummers maar nog fraaier waren misschien wel hun bewerkingen van John Lennons Jealous Guy en Paul McCartneys Maybe I'm Amazed. Het is de laatste dertig jaar vrijwel onmogelijk om naar Rod Stewart te luisteren zonder die aalgladde door blondines omringde playboy voor je te zien, maar zoals hij hier te horen is, ruig en verleidelijk tegelijk, zo is er in de rock 'n' roll maar zelden gezongen.

Misschien wel het allermooist zijn dan ook de opnamen waarin Stewart zijn eigen prille solo-successen als Maggie May en Gasoline Alley ten gehore brengt, begeleid door het zompige orgel van McLagan, de melodieuze basloopjes van Laine, het smerige gitaarspel van Wood en de betrouwbare ritmiek van Jones.

Rod Stewart had naast het zingen in The Faces tegelijkertijd nog een carri te doorlopen: die van solozanger. In de tijd dat hij met zijn kroegmaten actief was, verschenen er bij een concurrerend label een vijftal solo-platen waarop altijd wel een of meerdere Faces te horen waren, maar het materiaal was minder robuust. Meer pop dan rock 'n' roll, meer soul dan r & b. Dat solowerk ging een steeds groter deel van de optredens van The Faces innemen. Zaaleigenaren hadden tot afgrijzen van ook Stewart zelf nogal eens de neiging optredens aan te kondigen als 'Rod Stewart met The Faces'.

Onvermijdelijk want met bijvoorbeeld Maggie May had Stewart in zowel Engeland als Amerika een nummer 1 hit. Dat kon niet goed gaan. Bassist Ronnie Laine was in 1973 de eerste die opstapte, hij verweet Stewart te weinig met de band en te veel met zichzelf bezig te zijn. Tot een nieuwe Faces-plaat zou het nooit meer komen. Ron Wood ging naar de Stones en Rod Stewart zou in 1975 voor het eerst zonder een enkel Faces-lid de studio ingaan voor zijn kaskraker Atlantic Crossing. Einde tijdperk, maar leuk was het. Zoals Stewart in The New Biography vaststelt: 'Ik realiseer me nu pas hoe goed we waren. Als ik m'n hele leven in de Faces was blijven spelen zou ik gelukkig zijn.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden