LOKALE HELDEN

Hoe kan de jazz nog aanspreken als er geen voortrekkers meer zijn? Volgens jazzjournalist Stuart Nicholson is de jazz niet dood, maar gewoon verhuisd....

Door BERT VUIJSJE

De vraag 'Is de jazz dood?' is haast al even oud als de jazz zelf. Alleen verschool zich vroeger achter die vraag meestal de strijd tussen de gevestigde en de nieuwe jazzstijl. De doorbraak van de Swing betekende in de ogen van de New Orleans-aanhangers het einde van de ware jazz, en die cyclus herhaalde zich met de opkomst van de bebop in de jaren veertig en de free jazz in de jaren zestig.

Sinds de jaren zeventig is er iets wezenlijks veranderd in de jazzontwikkeling. Volgens sommigen vormde de free jazz, met saxofonist John Coltrane (1926-1967) als profeet, de laatste echte jazzvernieuwing. Anderen beschouwen de elektrische fase van trompettist Miles Davis (1926-1991) als het eindpunt van de jazzevolutie. Maar vrijwel iedereen is het erover eens dat de jazz na de eerste eeuw van haar bestaan tientallen dode reuzen rijk is, maar nauwelijks nog levende grote leiders kent.

'Er komt geen nieuwe Coltrane en dat is maar goed ook', verklaarde trombonist George Lewis een kwart eeuw geleden al. Het eerste wordt door weinigen betwist, het tweede is een minder courant standpunt. Want hoe kan de jazz haar levenskracht behouden zonder gezichtsbepalende voortrekkers die muzikanten en luisteraars gelijkelijk inspireren? De Britse jazzjournalist Stuart Nicholson denkt het antwoord op die vraag te weten. Na boeken over onder anderen Ella Fitzgerald, Billie Holiday en Duke Ellington publiceerde hij zojuist een strijdschrift onder de uitdagende titel Is Jazz Dead? (Or Has It Moved To A New Address). Het laatste, meent hij zelf, en dat nieuwe adres ligt in elk geval buiten Amerika.

De eerste helft van zijn boek besteedt Nicholson aan een schets van de stagnatie die de jazz in de VS lijkt te kenmerken. Trompettist Wynton Marsalis is de profeet die uitsluitend achterom kijkt en de vele miljoenen die hij voor Jazz At Lincoln Center weet te vergaren, besteedt aan de ene historische reconstructie na de andere. De jazzplatenmaatschappijen zoeken hun heil exclusief in goed verkoopbare vocalisten, van Diana Krall tot Norah Jones en van Michael Bublé tot Jamie Cullum. En de jazzopleidingen aan de conservatoria zijn uitgelopen op een steriel perpetuum mobile: teachers teaching teachers, oftewel jazzdocenten die jaarlijks duizenden jazzstudenten opleiden voor een arbeidsmarkt die in feite alleen plaats aan docenten biedt.

Waar leeft de jazz dan nog wel? Vooral in Europa, betoogt Nicholson. Daar vinden de resterende grote namen van de Amerikaanse jazz hun lucratiefste werkgelegenheid. Dat is de jazz als onderdeel van de globalisering, die door Nicholson als een bedenkelijk verschijnsel wordt beschouwd. 'Hoe verarmd zijn we niet als we geloven dat er slechts één manier bestaat om naar het leven te kijken, slechts één taal, of slechts één manier om jazz te spelen?'

Maar gelukkig kent de globalisering van de jazz volgens Nicholson een minstens zo sterke tegenhanger, de glokalisering. 'Terwijl sommige musici ervoor kiezen om in de geglobaliseerde jazzstijlen van de grote Amerikaanse meesters te spelen', schrijft hij, 'kiezen andere muzikanten voor een glokale stijl, door het incorporeren van lokale folkloristische, nationalistische en culturele elementen, die relevant zijn voor hun eigen behoeften en hun eigen muzikale gemeenschap.' Dat het Amerikaanse jazz-establishment die ontwikkeling goeddeels negeert, lijkt Nicholsons grootste grief - waarmee hij er onbedoeld blijk van geeft zelf ook nog altijd Amerika als de maat der jazzdingen te beschouwen.

In een kleine tour d'horizon behandelt hij de glokale jazz uit Groot-Brittannië (acid jazz), Frankrijk (St. Germain) en ook Nederland. Vanaf de late jaren zestig 'omhelsden Nederlandse muzikanten politieke issues, ze lieten de grens tussen theater en muziek vervagen, ze vervingen de ernst van de Amerikaanse avantgarde-jazz door humor en parodie, ze deden een gretig beroep op klassieke invloeden van bijvoorbeeld Terry Riley en Charles Ives, en ze verwerkten een veelheid van culturele invloeden, ook uit de Nederlandse koloniale historie'. Dankzij het 'resolute individualisme' van Misha Mengelberg, Willem Breuker, Han Bennink en Maarten Altena 'ging de Nederlandse jazz scene model staan voor de uiteenlopende manieren waarop ''vrijheid'' kon worden gehanteerd', schrijft Nicholson.

Maar de frontlijn van de glokale jazz ligt volgens hem in Scandinavië. Hij besteedt een heel hoofdstuk aan The Nordic Tone in Jazz, met vaandeldragers als saxofonist Jan Garbarek, trompettist Nils Petter Molvær, pianist Esbjörn Svensson en keyboard-speler Bugge Wesseltoft. Wat maakt de noordse jazz zo bijzonder? Natuurlijk de 'existentially open, angst-ridden' Scandinavische cultuur van de afgelopen eeuw, zegt Nicholson. En daar komen de voor de hand liggende namen al: Edvard Munch, Søren Kierkegaard, Ingmar Bergman (hij vergeet in de gauwigheid Ibsen en Strindberg).

Zou het zo simpel zijn? Waarom niet ABBA, Anita Ekberg of Björn Borg? En danken Jan Garbarek en Nils Petter Molvær hun internationale succes niet in beslissende mate aan de intelligente marketing en de geraffineerde visuele esthetiek van hun Duitse platenlabel ECM?

Belangrijker is de kernvraag over de toekomst van de jazz, die door Stuart Nicholson niet wordt beantwoord. In de eerste decennia van haar bestaan voltrok zich een tweevoudig wonder. Ten eerste evolueerde de jazz van volksmuziek tot luistermuziek; de sprong van het danslokaal naar de concertzaal is door weinig andere genres zo snel gemaakt. Ten tweede bleek de muziek die werd gecreëerd door een maatschappelijk onderdrukte bevolkingsgroep in een verre uithoek van de Verenigde Staten, een onweerstaanbare aantrekkingskracht te hebben op jeugdige luisteraars overal ter wereld.

Die globalisering - lang voor het woord bestond - was te danken aan geniale musici zoals Louis Armstrong, Duke Ellington en Charlie Parker, die voor hele generaties liefhebbers en muzikanten de jazz wereldwijd verpersoonlijkten. En het blijft de vraag of die rol ooit kan worden overgenomen door Stuart Nicholsons lokale helden.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden