Lokale gemeenschap moet stem hebben bij inrichting ruimte

De vraag of Nederland als één grote metropool moet worden beschouwd, is allang bevestigend beantwoord. Dat ontslaat ons niet van de plicht ook binnen die metropool zo zuinig mogelijk met de ruimte om te gaan, betogen Theo Beckers en Bas van Leeuwen....

IS ONS land vol of zelfs té vol? Is het hier juist gezellig druk? Of is het gewoon verkeerd ingericht? Feit is dat iedereen wel graag wat meer ruimte zou willen hebben: voor zichzelf, voor de economische ontwikkeling en tegelijkertijd ook voor natuur en recreatie. Dat knelt. Er wordt dan ook naarstig gezocht naar een oplossing. De Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening moet die gaan bieden.

Maar laten we het hier meteen maar uitspreken: 'de' oplossing bestaat niet. We zullen altijd blijven worstelen met de ruimte die we hebben. De ruimtelijke keuzen, contouren of gebiedscategorieën in de Vijfde Nota zullen weer het begin van de volgende problematiek zijn, zoals dat ook bij de vorige nota's het geval was, getuige de ongeplande ontwikkeling van corridors en de afkalving van het Groene Hart.

De oplossingen van vandaag kunnen dus ook weer de problemen van morgen veroorzaken. Terwijl nog moet worden afgewacht hoe de 'huizen voor stallen'-regeling voor de varkenshouderij zal uitwerken, dienen zich nu al vergelijkbare projecten aan, zoals blijkt uit het artikel van Arnold Koper in de Volkskrant van 19 augustus over een groep Harderwijkse boeren. Wie volgt? En waar? En zo verkijken we ons voortdurend op zowel de omvang als de effecten van ontwikkelingen.

Willem de Bruin stelt in een beschouwing in Reflex van 12 augustus de vraag of we zuinig moeten zijn op de schaarse ruimte of dat we Nederland moeten beschouwen als een grote metropool. Een onjuiste tegenstelling, want we moeten zowel het één als het ander doen. Nederland ís eenvoudig een metropool - of we het nu zo noemen of niet - maar wel een metropool waarin we meer dan ooit zuinig moeten zijn op de schaarse ruimte. Die zuinigheid moet zowel in de stedelijke als in de meer landelijke regio's worden betracht.

Bij het zoeken naar ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, die onvermijdelijk vaak stedelijk van aard zijn, wordt de blik automatisch op het relatief ruime landelijk gebied gevestigd. Dat is natuurlijk ook terecht, maar niet nadat eerst is gekeken welke uitbreidingen écht nodig zijn. Immers, op bijvoorbeeld bestaande industrieterreinen valt met zuinig ruimtegebruik soms wel 30-40 procent aan ruimte te winnen.

De rijksoverheid wordt door De Bruin een grote rol toegekend en heeft die ook. Zij moet onze collectieve belangen behartigen, ook wat betreft de ruimte, zij moet opkomen voor diegenen en datgene wat niet voor zichzelf kan opkomen en tenslotte moet zij anderen in staat stellen hun eigen rol te spelen. De overheid moet dus sommige ontwikkelingen mogelijk en andere ónmogelijk maken, individuele vrijheden waar nodig beperken om de vrijheid en keuzemogelijkheden van anderen te beschermen.

Maar teveel sturen tast de verantwoordelijkheid en het creatief vermogen van de burgers aan, waarbij moet worden aangetekend dat de overheidssturing niet alleen op principiële, maar ook op praktische gronden wordt beperkt. Steeds meer eigenaren van landbouwbedrijven zijn bijvoorbeeld geheel of gedeeltelijk werkzaam buiten de landbouw. Landbouwbeleid heeft op deze bedrijven nauwelijks vat meer.

Er is sprake van een delicate balans tussen overheid en burger bij inrichting en gebruik van de ruimte. Daarbij mag de rol van de lokale gemeenschap niet onderbelicht blijven omdat die direct belanghebbende is én omdat oplossingen daar op maat kunnen worden bedacht. In zijn advies Geleid door kwaliteit hield de Raad voor het Landelijk Gebied (RLG) in 1999 al een pleidooi om een lokale kwaliteitsbenadering in de Vijfde Nota op te nemen.

De lokale kwaliteitbenadering is gebaseerd op de stelling: alles in het landelijk gebied mag, op voorwaarde dat de kwaliteit daar toeneemt. Niet langer moet vóóraf worden bepaald wat kan en wat niet kan, zoals in de huidige systematiek van bestemmingsplannen. Op het moment dat zich veranderingen gaan voordoen, moet beoordeeld worden of daardoor de kwaliteit ter plekke kan verbeteren en er sprake is van een kans voor het landelijk gebied, of dat het een verslechtering zou zijn.

Daarvoor moeten alle betrokken partijen met elkaar in gesprek komen en gezamenlijk zowel de bestaande als de gewenste lokale kwaliteit vaststellen. Cruciaal daarbij is een goede borging door de uitkomsten van die beoordeling zowel in bredere kring ter discussie te stellen als te toetsen aan de eisen die vanuit een hoger (bestuurlijk) niveau gesteld zijn, bijvoorbeeld op basis van de (inter)nationale verplichtingen van de rijksoverheid.

Een lokale kwaliteitsbenadering doet niet alleen recht aan lokale verschillen en mogelijkheden, maar ook maakt deze aanpak het mogelijk om flexibeler om te gaan met de onzekerheid over toekomstige ontwikkelingen. We kunnen wel van alles plannen maar lang niet alles is te voorzien. Het beheer van het door velen gewaardeerde agrarische cultuurlandschap is - met de huidige druk op de landbouw - een te voorzien probleem. Daarvoor kunnen en moeten we een oplossing vinden. Maar welke problemen voorzien we niet? De toekomst is even weinig kenbaar als maakbaar.

Er moet daarom niet alleen in trends en ruimtelijke planning worden gedacht, maar ook in onzekerheden. Door op elk terrein met 'claims' en veronderstelde behoeften en ontwikkelingen te werken, worden onwerkelijke tegenstellingen gecreëerd. Het denken wordt gericht op kwantiteit in plaats van kwaliteit, op planning in plaats van ontwikkeling, op ruimte voor nu en het bekende in plaats van ruimte voor later en het onverwachte, op sectoren en functies in plaats van het totaal.

Niet voor niets heet het rapport dat de RLG hierover 31 augustus uitbrengt Het belang van samenhang. Daarin wordt de lokale kwaliteitsbenadering nader uitgewerkt en aanbevelingen gedaan voor de dringend noodzakelijke integratie in het beleid en multifunctioneel ruimtegebruik.

De ruimtelijke ontwikkeling in ons land kan en moet flexibeler worden naar plaats en tijd, met andere woorden: beter inspelen op lokale situaties én op onzekerheden aangaande de toekomst. Slechts één ding lijkt menselijkerwijs vast te staan: het zal nergens rustiger of leger worden. Die rust en ruimte zullen we in ons hoofd en in de planprocedures moeten inbouwen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden