Logica van premieverschillen autoverzekering ver te zoeken

Autoverzekeringen zijn lastig te vergelijken, doordat verzekeraars deze producten vooral als klantenlokkertje gebruiken. Met de vele aanbiedingen kan de consument wel zijn voordeel doen....

De autoverzekering is primair een marketinginstrument. Dat wil zeggen dat het 'product' door verzekeraars niet zozeer wordt gebruikt om direct veel geld mee te verdienen, maar om klanten te werven. Die kunnen vervolgens bestookt worden met aanbiedingen voor producten waar wel een (flinke) marge op te maken is.

Intussen probeert de maatschappij met zijn autoverzekering quitte te draaien; als hij zoveel premies ophaalt dat daarmee de gedeclareerde schades en de interne kosten worden gedekt, is hij al spekkoper. Want dan resteert er altijd nog een extraatje: de verzekeraar kan de betaalde premies lucratief beleggen tot het moment dat ze als schadebedrag weer moeten worden uitbetaald.

De consument kan zijn voordeel doen met dit gegeven, maar dat vereist wel elk jaar, een paar maanden voor de datum van verlenging, even aandacht voor de papierwinkel. Komt de verzekeraar met een premieverhoging of een wijziging van de voorwaarden - wat bijna altijd wel het geval is - dan mag de klant namelijk zonder verder gedoe de verzekering opzeggen en een ander zoeken.

Waarom zou die klant dat doen? Omdat de kans vrij groot is dat een andere verzekeringsmaatschappij (veel) goedkoper is.

Dat komt ten eerste, zoals al geschetst, doordat verzekeraars u dolgraag willen hebben. Ze maken het nieuwe klanten graag naar de zin met bijvoorbeeld een extra no-claimkorting bij binnenkomst. Ten tweede kan het zijn dat u om de een of andere reden zeer interessant bent (geworden) voor bepaalde verzekeraars, bijvoorbeeld omdat u in een bepaalde regio woont die een verzekeraar voor zichzelf tot nieuw speerpunt in zijn marketingstrategie heeft uitgeroepen. Om zich 'in te vechten' op de markt komt hij dan met bijzondere aanbiedingen in zijn autoverzekering. Zoals gezegd: het is een marketinginstrument.

Dat blijkt ook uit de af en toe merkwaardige uitkomsten die uit een premievergelijking van de vijf grootste autoverzekeraars rollen: de logica van de prijsverschillen is niet altijd duidelijk. Zo geeft de ene verzekeraar een korting als de auto ouder is (Nationale Nederlanden) terwijl de ander wat dat betreft geen verschil kent tussen een nieuwe en een zes jaar oude auto (Centraal Beheer Achmea). Delta Lloyd is duurder als er meer kilometers gereden worden, maar bij Interpolis maakt tien- of dertigduizend kilometer niets uit voor de hoogte van de premie.

En dan is er de regio-indeling. Het is logisch dat de risico's in 'de stad' groter zijn dan op het platteland, maar hoeveel groter precies? Uit de vergelijking tussen Amsterdam en Emmen die ten behoeve van dit artikel gemaakt werd - met een veelgebruikt premievergelijkingssysteem en de hulp van een welwillende vakman - blijkt bijvoorbeeld dat Univé dat risicoverschil goed acht voor een prijsverschil van nog geen 40 euro in WA-premie, terwijl de verschillen bij Delta Lloyd tot bijna 180 euro kunnen oplopen. Mogelijke verklaring: Delta Lloyd heeft het wel gehad met de grote stad, terwijl Univé in de Randstad juist interessant en onontgonnen marktgebied ziet.

Overigens is ook bekend dat verzekeraars met verschillende regio-indelingen werken. Waar de een Nederland grof in twee of drie gebieden hakt, hanteert de ander een fijnmazig netwerk tot op wijkniveau in de grote steden.

De vergelijking van premies is verricht met vier variabelen: een grote of een kleine auto (een Renault Espace en een Citroën Saxo), nieuw of zes jaar oud, tienduizend of dertigduizend te rijden kilometers en met Amsterdam of Emmen als woonplaats. Andere variabelen zijn gelijk gehouden, zoals het aantal schadevrije jaren. Verder zijn de premies voor WA, WA-beperkt en WA-casco (het zogenoemde all-risk) vergeleken.

Over de uitkomsten is ter wille van de overzichtelijkheid, en het gebrek aan bevestiging van de premiehoogten door de maatschappijen zelf, helaas alleen in algemene zin iets te zeggen. Bovendien zij opgemerkt dat autoverzekeringen weliswaar goeddeels draaien om de hoogte van de premie - in de polisvoorwaarden zijn nauwelijks verschillen te vinden - maar dat daarmee één kwaliteitsverschil buiten zicht blijft, namelijk de manier waarop de klant geholpen wordt als er een schade valt te melden. Uit onderzoek van de Consumentenbond blijkt dat klanten de vlotheid en helderheid waarmee dat gebeurt, wél zeer op prijs stellen. Maar dit kwaliteitsverschil tussen verzekeraars kan in het kader van dit artikel niet worden gekwantificeerd.

Wat betreft de prijs levert de vergelijking het beeld op dat Centraal Beheer Achmea vaak het goedkoopste is. Maar zoals uit het voorgaande blijkt: die constatering kan niet opgevat worden als een aanbeveling om uw autoverzekering bij Centraal Beheer af te sluiten. Het beeld is immers gedifferentieerd. Van de 45 premievergelijkingen - niet alle combinaties van variabelen leverden bruikbare cijfers op - 'wint' Centraal Beheer er 21. De Apeldoornse verzekeraar is voor de Espace de goedkoopste van de vijf, met uitzondering van de 'Espace, WA-casco verzekerd, in Emmen'. Dan dringt Interpolis zich naar de top. Die verzekeraar scoort 18 keer de toppositie: hij is ook de goedkoopste voor de kleine auto in Emmen, behalve in de WA-beperkt bij dertigduizend kilometer. Dan staat Univé bovenaan het lijstje, in totaal goed voor zes nummer één-hits. Die verzekeraar scoort ook het beste bij de kleine auto in Amsterdam, met uitzondering van de WA-casco in Amsterdam, want daar... Afijn, dat soort details.

Nationale Nederlanden en Delta Lloyd doen het niet best in deze vergelijking. Delta Lloyd komt maar bij hoge uitzondering van de laatste plaats af, terwijl Nationale Nederlanden het moet doen met af en toe een derde plaats.

Nog een complicerende factor tot slot: verzekeraars verschillen ook nog in hun zogeheten bonus-malusschaal. Maakt de verzekerde een schadevrij jaar door, dan komt hij het daaropvolgende jaar een trede hoger op deze schaal, met veelal een hogere korting op de brutopremie tot gevolg. Na een bepaald aantal jaren bereikt deze no-claimkorting zijn maximum, vaak 75 procent. Overigens heeft bijna driekwart van de Nederlandse autobezitters deze maximale korting opgebouwd.

Maar wat gebeurt er met de no-claimkorting als er dan wel een schade optreedt, of zelfs twee schades in een jaar worden gemeld? Daarvan geeft de grafiek een indruk. Bij één schade gaat de premie van 25 tot 30 procent naar 45 tot 50 procent, bij twee schades in een jaar springt hij ineens naar 65 tot 80 procent. Deze 'steilheid' van de bonus-malusschaal kan ook een overweging zijn bij het kiezen van een verzekeraar.

Overigens bieden de vijf grootste verzekeraars de optie schade niet te declareren, of bij nader inzien terug te betalen met behoud van no-claimkorting - wat niet bij elke verzekeraar vanzelfsprekend is. Dit betekent zelf rekensommetjes maken, met veelal een termijn van twee tot drie jaar als horizon. Het komt erop neer dat schade tot circa duizend euro vaak voor eigen rekening wordt genomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden