Logement

Twee jaar geleden boekten wij een vakantie naar Kameroen. Hoewel alles al in Nederland betaald was, wilde de plaatselijke reisorganisatie ons laten opdraaien voor allerlei reis- en verblijfkosten....

Zo werd een oerwoudtocht van een week naar real pygmyland teruggebracht tot een uitstapje naar Lolodorf, een dagreis landinwaarts. Halverwege deze trip vond een treurigmakende ontmoeting plaats. Een groepje haveloze, door de houtkap uit het oerwoud verdreven pygmeeën poseerde gelaten voor hun door de staat beschikbaar gestelde barakken.

Mijn vrouw voorspelde, terwijl ze foto's maakte, dat er weer een primitief nachtverblijf aankwam. Ze kreeg gelijk. Onze chauffeur had aangepapt met een pygmeeënmeisje. Hij stal haar hart met een stuk zeep: ónze zeep. Nu nog naar Lolodorf rijden vond hij ineens onverantwoord.

We werden ondergebracht in een soort logement. De logementhoudster, een weelderige matrone met een flinke slok op, wees ons een houten hutje toe. Om bij de wc-hokken te komen moest je door de modder banjeren. We vroegen haar een po, want onze darmen waren van streek. Ze wilde niet discrimineren, zei ze, maar ze peinsde er niet over andermans drek op te ruimen, en zeker niet die van blanken. Kortom: we konden de pot op en die moesten we maar in Lolodorf gaan halen.

Gelukkig bevond zich achter ons nachtverblijf een kleine ruimte met een cementen vloer, waaruit een open afvoerpijp omhoog stak, die kennelijk ooit bestemd was voor een nooit geplaatst closet. De pijp had een scherpe rand, wat een extra reden was om zorgvuldig te mikken.

Er was geen elektrisch licht in het logement. Er was geen water. De dunne matras met de rij boomstammetjes eronder maakte het onmogelijk om in slaap te komen. Regelmatig schuifelde een van ons met een brandend kaarsje richting afvoerpijp.

Tegen middernacht schalde ineens keiharde muziek door het oerwoud. Ik gluurde om de hoek van de deur. Er was een groot dansfeest aan de gang. Een bantoe-meisje fluisterde dat ze met me wilde dansen. Wat daaronder verstaan werd, hoorden we links en rechts vanuit de andere hutjes.

Ook Josèph, de malarialijder, liet zich horen. Hij heette niet zelf Josèph. Zo heette de man wiens naam hij onafgebroken uitschreeuwde. De hele nacht door scharrelde hij rond, jammerend en op deuren bonkend.

In het ochtendgloren, toen ik weer eens boven de pijp balanceerde en riep: 'Hebben we hiervoor nu al die duizenden guldens gedokt', kreeg mijn vrouw de slappe lach. Ze wees naar een op de deur geprikte mededeling. Er stonden uurtarieven op voor het gebruik van de kamer. Geen wonder dat je niet op dit bed kon slapen. Daar was het helemaal niet voor bedoeld! Om geen spelbreker te zijn hebben we toen maar gedaan wat in zo'n kamertje van je verwacht wordt. Per slot van rekening hadden we ervoor betaald.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden