Logboek van barre tocht uit de hel van Assad

Hoofdredacteur van een Syrische nieuwszender Abdo Al Assadi werd in zijn thuisland steeds vaker bedreigd. Met zijn dochter Yara ontvluchtte hij het land. De rest van de familie bleef achter. Van Damascus naar Ter Apel.

Beeld Marcel van den Bergh

Voor het eerst deze middag beeft de stem van Abdo Al Assadi (50), voormalig hoofdredacteur van een Syrische nieuwszender. Hij zit op een tuinstoel naast dochter Yara (17) in het Drentse dorp Oranje. De afgelopen drie uur hebben ze samen onafgebroken gesproken. Hij in het Arabisch, zij vertalend in het Engels. Ze hielden zich groot, blijkt nu.


Sinds vorige week woensdag zitten ze hier, in een als woonwagen beschilderde 'Pipo-woning' op een voormalig vakantiepark. Tot voor kort was dit nog 'Het vrolijkste park van Nederland', aldus de borden langs de oprijlaan. Nu is het een wachtkamer voor ontheemden, die de dood soms maar net te snel af waren. Voor Al Assadi begon het in 2011.

2011

'Ik was hoofdredacteur bij nieuwszender Al-Ikhbariya in Damascus. De eerste vier maanden van de revolutie deden we onafhankelijk verslag. Als er mensen werden vermoord, zochten we uit wie verantwoordelijk was. Tot president Assad de zender inlijfde. Hij stuurde onze baas weg en verving hem door z'n eigen mannetje. Vanaf dat moment was alles anders.


'Het viel me zwaar, we moesten propaganda verspreiden. Het voelde alsof ik de mensen in de steek liet. Vrienden, buren, de Syrische burgers. Maar we hadden geen keus. De overheid is er om mensen te beschermen, maar ze was juist levensgevaarlijk.'

2012

'We probeerden ontslag te nemen. Alle journalisten tegelijkertijd. Maar de nieuwe baas accepteerde dat niet. Hij zei: als je nu weggaat, word je opgepakt. We wisten wat dat betekende. De meeste mensen die in de gevangenis belandden, zag je nooit meer terug. De gevangenis stond gelijk aan de dood.


'Op een nacht in juni bestormden terroristen van Al-Nusra de redactie. Ik was een paar uur daarvoor vertrokken. Ze vermoordden vier beveiligers en drie journalisten. Daarna bliezen ze het gebouw op. De zender ging door, op een andere plek. Ik probeerde weer ontslag te nemen, maar het werd niet toegestaan.'

2013

'Ik woonde met mijn vrouw en drie dochters in een buitenwijk van Damascus. Het werd er steeds onveiliger. We verhuisden naar de binnenstad, maar ook daar was het niet veilig. Als je naar beneden keek, zag je mannen op elkaar schieten. We hoopten dat mensen tot inkeer zouden komen, dat de revolutie alsnog de goede kant zou opgaan.


'Het werd aldoor gevaarlijker. Ik pendelde tussen mijn eigen huis, het huis van mijn moeder en dat van mijn broer. Steeds vaker kreeg ik telefoontjes en smsjes met bedreigingen. Ik wist dat ook mijn gezin niet veilig was. Het besef dat ik elke seconde een van mijn dochters kon verliezen, was ondraaglijk.'

2014

'We hadden nooit gedacht dat onze levens zouden veranderen in een horrorfilm. Mijn dochters konden vaak niet meer naar school. Op een dag kwamen er zes raketten op de school terecht. Ze gingen niet af, het was een dreigement. We wisten: de enige veiligheid die we nog hebben, is geluk.

'Het was afgelopen augustus dat ik er voor het eerst aan dacht naar het buitenland te vluchten. Toen pas besefte ik dat er geen hoop meer is in Syrië. Deze oorlog gaat niet meer eindigen. Als ik zou blijven, zou het mijn dood worden.'

15 september

'We hadden niet genoeg geld om met het hele gezin te gaan. Mijn oudste dochter Yara ging met me mee. We betaalden 1.500 dollar om weg te komen uit Damascus. De chauffeur van de bus had dat nodig om militairen om te kopen. Met drie rugzakken vol eten en wat kleding vertrokken we richting een stadje bij de Turkse grens.

'Onderweg werden we aangehouden door Islamitische strijders van Ahrar Al-Sham. Gelukkig had Yara een boerka aan. Ze wilden mijn paspoort zien en vroegen naar mijn beroep. Ik ben kleermaker, zei ik. Als ze hadden ontdekt dat ik journalist ben, was het onze dood geworden. Maar ze lieten ons gaan.'

16 september

'We betaalden een man die ons liet zien hoe we de grens konden passeren. Je moest eerst door een drie meter diepe kuil, dan onder een hek door, een weg oversteken, weer onder een hek door en dan was je in Turkije.


'We waren de kuil doorgekomen en hadden het eerste hek gehad toen Turkse militairen ons zagen. Ze schoten in de lucht en scholden ons uit. Ze pakten onze tassen af en gooiden ze terug naar Syrië. Enkele uren later, toen we het opnieuw probeerden, gebeurde hetzelfde. Pas 's avonds, toen het donker was, lukte het ons Turkije te bereiken.'

17 september

'We namen de bus naar Istanbul. Vanuit daar zouden we proberen naar Europa te komen. We hadden gelezen over Nederland, waar mensen vrij zijn om te doen en te geloven wat ze willen. Daar wilden we heen. Maar hoe?'

18-24 september

'We verbleven in een slecht hotel ergens in Istanbul. We kenden de stad niet, maar hoorden van een straat die Aksaray heet. Daar zit het vol met mensenhandelaren die je naar Europa kunnen brengen. Het is er gevaarlijk. Vluchtelingen hebben veel geld bij zich voor de reis en de handelaren zijn niet te vertrouwen. We hoorden dat er mensen worden vermoord voor hun geld.


'Ik ging alleen. Mijn dochter bleef op de hotelkamer. Het bleek waar, in Aksaray moest je zijn. Je kunt er kiezen met welk vervoermiddel je wil gaan. Per boot, vliegtuig of vrachtwagen. Mijn dochter heeft last van zeeziekte en een vliegtuig was te duur, dus ik koos voor de vrachtwagen.


'In een koffietentje kwam ik in contact met Shaker. Het was een onaardige man, maar ik wist dat hij Syriërs met succes naar Duitsland en Zweden had weten te krijgen. We maakten een deal. Voor 13 duizend euro zou hij regelen dat we in Amsterdam kwamen. Hij wilde niet zeggen wanneer we zouden vertrekken. Hij zou bellen.'

25 september

'Het was laat op de avond toen mijn telefoon ging. 'Zorg dat je klaarstaat, jullie vertrekken nu', zei Shaker. Hij kwam ons halen in een busje zonder ramen. We reden een paar uur tot we op een groot terrein vol vrachtwagens aankwamen. Ik denk dat het buiten Istanbul was.


'Hij wees op een openstaande vrachtwagen. De laadruimte stond vol met dozen, maar in het midden was een open ruimte van een bij anderhalve meter. We betaalden hem de helft van het geld en gingen zitten. Even later werd de ruimte waardoor we binnenkwamen gevuld met dozen.'

26-30 september

'De rit zou 36 uur duren, het werden vier dagen. We hadden drie flessen water, appels en biscuitjes bij ons. We zaten met opgetrokken knieën en konden niet liggen. Daarvoor was de ruimte te klein. We plasten in een fles. Ik heb last van nierstenen, dus had verschrikkelijke pijn. Ik gaf mezelf een injectie.


'Verschillende keren stopte de vrachtwagen. We wisten niet waarom. We konden niet anders dan blijven zitten en hopen dat we Nederland zouden bereiken. We hadden niet genoeg eten en drinken bij ons.'

1 oktober

'We stopten weer. Er werd met dozen geschoven. 'Dit is Nederland', zei de chauffeur. Hij was klein en iel, volgens mij van Turkse afkomst. We stonden weer op een groot terrein vol vrachtwagens. Hij nam het tweede deel van het geld aan en zei: nu rennen! Dat deden we, zo hard als we konden.


'We hadden geen idee waar we waren of waar we naartoe moesten. De zon kwam net op. Bij de eerste weg die we tegenkwamen, hielden we een auto aan. Het was een oude man. Hij bracht ons naar een treinstation en gaf ons een briefje mee met een plaatsnaam: Ter Apel. Daar hadden we over gelezen. Daar moesten we zijn.


'Bij de informatiebalie op het station kochten we een kaartje naar Emmen. De medewerker printte een papier voor ons met uitleg over waar we moesten overstappen. Op het station in Emmen kwamen we andere Syrische vluchtelingen tegen. We zijn ze gevolgd naar Ter Apel.'

2-10 oktober

'We bleven een paar dagen in het asielzoekerscentrum. Ze namen onze vingerafdrukken af en maakten een scan van onze borst. Daarna werden we met een bus naar Oranje gebracht. Hier wachten we nu op wat komen gaat. Ze hebben hier wifi, dus als er stroom is in Damascus kunnen we spreken met ons gezin. Ze lopen gevaar, ze moeten weg daar.'


En dan breekt Abdo's stem, nadat hij zich drie uur heeft grootgehouden. Hij slaat een arm om zijn dochter, en zegt: 'Deze tranen zijn niet alleen voor onze familie. Ze zijn voor Syrië.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.