Lof der laaggeletterdheid

De laatste jaren verschijnen er bijbelvertalingen bij de vleet, telkens weer begrijpelijker dan de vorige. Is met de nieuwste versie het summum van begrijpelijkheid bereikt?

Ooit was er niks. Nou ja, niks... Er was een God. Die God maakte in zes dagen een hemel en een aarde. Met alles erop en eraan. Gewoon, voor zijn plezier. Prachtig, vond God zelf! Maar daar kwam hij al snel van terug. Het laatste wat hij maakte, was een mens. Een man. En even later nog een. Een vrouw dit keer. Die vrouw hield zich niet aan de afspraak. Opgehitst door een slang, die God dus maar beter niet had kunnen maken, at zij de appel van een verboden boom, die God ook maar beter niet in de tuin had kunnen zetten. De man nam ook een hap. God werd vreselijk boos, dat kun je begrijpen. Die twee moesten de paradijselijke tuin, die zij Hof van Eden noemden, uit. Zo kwam de ellende in de wereld. Honger en dorst. Oorlog en dood. En mensen die de hele dag verkeerde dingen deden.


Dat kwam hun duur te staan, begrepen ze. Ze zouden eeuwig moeten branden in de hel. Dan werden ze bang en gingen ze bidden. God kreeg medelijden, misschien ook wel omdat het ook een beetje zijn eigen schuld was. Omdat hij er zelf geen zin in had, stuurde hij zijn heilige geest naar de aarde om een maagd te bevruchten. De baby mocht ze houden. Maar ze moest hem wel Jezus noemen.


Toen hij 33 jaar oud was spijkerden soldaten Jezus aan een houten kruis, en lieten hem hangen tot hij dood was. Zo liet God Jezus boeten voor ónze zonden! Volgens sommigen stond hij met Pasen, drie dagen na zijn dood, weer op uit zijn graf, al wordt daar door ongelovigen aan getwijfeld. Hoe dan ook, dankzij hem mogen we als we doodgaan naar de hemel. Maar alleen als we geloven dat dit allemaal echt gebeurd is.


Zo zou een ook voor een kind begrijpelijke samenvatting van de Bijbel er kunnen uitzien. Maar zo simpel is de werkelijkheid nu eenmaal niet. De Heilige Schrift, vertaald in alle denkbare talen en alom beschouwd als een hoogtepunt uit de wereldliteratuur, groeide in de loop der tijden uit tot een dikke pil, die al gauw honderden pagina's dundruk vergt. En zo kon het gebeuren dat de laatst verschenen Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) uit 2004 maar liefst 2.400 dichtbedrukte pagina's telt.


Het adjectief 'nieuw' is hier overigens betrekkelijk, want vooral sinds de tweede helft van de vorige eeuw verschijnen er nieuwe vertalingen bij de vleet, waarbij als belangrijkste verkoopargument geldt dat ze telkens opnieuw bijdragen aan een nóg betere begrijpelijkheid van Gods Woord. Zo droeg de jongste nieuwe vertaling als aanbeveling de verzuchting 'Eindelijk een bijbel voor iedereen!' Maar die roep weerklonk ook al in 1983, toen de Groot Nieuws Bijbel (GNB) verscheen, geschreven in 'omgangstaal' en primair gericht op niet-kerkelijke lezers. De NBV uit 2004 was echter prestigieuzer van opzet en uitdrukkelijk ook bestemd voor kerkelijk gebruik.


Eerder al had het Nederlands Bijbelgenootschap zijn nek uitgestoken door in 1951 met een nieuwe vertaling te komen, als alternatief voor de Statenvertaling uit 1637 (!). Die kon echt niet meer, vond men.


Desondanks zal het, gezien de reformatorische hang naar het oude en vertrouwde in geloofszaken, geen verwondering wekken dat orthodoxe enclaves in de Biblebelt tot op de dag van vandaag zweren bij de voor buitenstaanders volstrekt onbegrijpelijke, maar magisch verklankte toverspreuken uit een Tale Kanaäns van bijna vier eeuwen terug. Ook de Statenvertaling ontkwam in 1977 niet aan een als 'sober' bestempelde bewerking waarmee, aldus de verantwoording, aansluiting werd gezocht met hedendaags taalgebruik, zonder 'het coloriet' van de oorspronkelijke tekst aan te tasten.


Aansluiting bij alledaags taalgebruik, dat is steeds het belangrijkste motief geweest achter het uitbrengen van steeds maar weer nieuwe bijbelvertalingen. Maar niets verandert sneller dan taal, tenminste wanneer gekozen wordt voor 'omgangstaal' als uitgangspunt.


Vandaar dat twee jaar na het verschijnen van de NBV van 2004 het Nederlands Bijbelgenootschap het initiatief nam voor alweer een nieuwe vertaling die komend najaar wordt verwacht, getiteld de Bijbel in Gewone Taal (BGT). Een proeve van wat ons daarmee te wachten staat ligt inmiddels in de winkel.


De aanbeveling op het achterplat doet denken aan de slogan van de Belastingdienst: 'Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker.' De BGT, zo luidt die tekst, wordt geen gemakkelijke bijbel - de Bijbel is geen gemakkelijk boek - maar wel de meest leesbare die ooit in het Nederlands gedrukt is. Want 'gewone taal is de taal die we allemaal begrijpen en die we allemaal gebruiken.' En 'het is de taal die je aanspreekt, waardoor de tekst je raakt.'


Het is de vraag voor wie deze reclamezinnen het denigrerendst zijn: voor de doelgroep die taaltechnisch kennelijk tekortschiet om de NBV uit 2004 te begrijpen, of voor mensen met een bovengemiddelde woordenschat, die op straffe van te worden uitgemaakt voor 'elitair', zich nog wel eens vergrijpen aan een letterkundig meesterwerk of - erger! - een gedicht.


Wordt hier de lof der laaggeletterdheid gezongen? Of is er sprake van dat typisch Hollandse adagium: doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg? En, ook niet onbelangrijk, komt hiermee het stichtelijk oogmerk van het werk niet op gespannen voet te staan met de literaire waarde ervan?


Nieuwsgierig is de proeflezer uiteraard naar het antwoord op de vraag hoe die gewone taal uitpakt in bijbelteksten die bij de presentatie van de vorige nieuwe vertaling stof deden opwaaien. Zoals de beginregels van het boek Prediker - 'IJdelheid der ijdelheden (...) alles is ijdelheid' uit 1951, dat in de NBV van 2004 werd vervangen door het omstreden 'Lucht en leegte (...) alles is leegte'.


Maar helaas, deze fragmenten ontbreken in de proefuitgave. Er is gekozen voor schriftgedeelten die inhoudelijk gesproken onderhoudend genoeg zijn om de 'gewone' lezer te boeien. Zoals het verhaal over de opmerkelijke zwangerschap van Maria uit het eerste hoofdstuk van het Evangelie naar Matteüs.


In de proeftekst van de BGT klinkt deze zo: 'Maria zou trouwen met Jozef, dat was afgesproken. Maar nog voordat ze getrouwd waren, werd Maria zwanger, door de heilige Geest. Jozef was een goed mens. Hij dacht: Ik kan niet met Maria trouwen, want ze is zwanger van een ander. Ik moet haar wegsturen. Maar dat zal ik in het geheim doen, anders zullen de mensen haar behandelen als een slechte vrouw.' Dan krijgt Jozef een droom waarin een engel hem influistert: 'Je kunt rustig met Maria trouwen. Want het kind dat zij verwacht, is van de heilige Geest. Toen Jozef wakker werd, deed hij wat de engel van de Heer tegen hem gezegd had. Hij trouwde met Maria. Maar ze sliepen niet met elkaar voordat haar zoon geboren werd. En Jozef noemde hem Jezus.'


Is deze tekst inderdaad 'gewoner' dan die van de NBV van 2004? Rekenkundig levert zo'n steekproef het volgende resultaat op. De BGT heeft voor dit fragment 579 tekens nodig, verdeeld over 116 woorden die in 9 zinnen zijn onderverdeeld. Dit resulteert in betrekkelijk korte zinnen van 13 woorden gemiddeld, die uit gemiddeld 5 tekens bestaan. Gemeten aan de stelregel: hoe korter de woorden en de zinnen, des te gemakkelijker de tekst, is dit stukje inderdaad tamelijk eenvoudig, wat overigens nog iets anders is dan gewoon.


Opmerkelijk is echter dat de NBV voor hetzelfde tekstfragment net iets minder woorden (110) en tekens (477) nodig heeft, verspreid over evenveel zinnen (9) als de BGT-tekst. Qua woordkeus is er wel enig verschil: Jozef is van een 'rechtschapen', een 'goed' mens geworden, 'verstoten' heeft plaatsgemaakt voor 'wegsturen', terwijl het algemeen gangbare 'gemeenschap hebben' juist verruild is voor het verhullende 'met elkaar slapen'. (In de Statenvertaling wordt de geslachtsdaad nog heel direct 'bekennen' genoemd, waarbij sprake is van eenrichtingsverkeer: het is de man die de vrouw bekent, nooit andersom.) Al met al doen woordkeus en zinsbouw van de BGT denken aan brieven die 12-jarigen in het predigitale tijdperk nog wel eens aan hun tante schreven.


Kan het gewoner? Nauwelijks, zo lijkt het. Wel extravaganter. En wie daarvoor kiest, komt onherroepelijk uit bij de Bijbel in straattaal, een van oorsprong Rotterdams project waarbij het Nederlands Bijbelgenootschap ook betrokken is. Voorlopig is alleen het bijbelboek Matteüs beschikbaar, maar dat is genoeg om een indruk te krijgen van de plasticiteit van een taal die velen als multicultureel koeterwaals in de oren zal klinken. En dat is het dan ook: een mix van Nederlands, Engels, Surinaams, Antilliaans, Turks en Marokkaans. Zo is Jowie (dat is Jozef) in De torrie van Mattie (Mattie is Matteüs maar betekent ook 'vriend') 'omin depressed' als hij merkt dat Maria 'pregno' is, want hij verdenkt haar ervan dat ze met een ander heeft 'gebald'.


Inmiddels dreigt een Babylonische spraakverwarring in Bijbelland. Terwijl de Statenvertaling van 1637 destijds nadrukkelijk tot doel had taalkundige eenheid te scheppen in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, wemelt het nu, naast eerder genoemde vertalingen, van bijbels in dialect en streektaal: van Fries, Gronings, Drents en Twents (er is zelfs een kleuterbijbel in het Twents!), tot Zeeuws, Achterhoeks en Stellingwerfs. Het wachten is nog op de Bijbel in plat-Haags: 'Jeisus Gristus? Da's un heile fène gausâh!'

JOB 40: 1-2

En de HEERE antwoordde Job uit een onweder, en zeide: Gord nu als een man uw lenden; Ik zal u vragen, en onderricht Mij.

(Statenvertaling, 1637)

En de Heer vervolgde uit de stormwind en sprak tot Job: 'Bewapen u als een soldaat; Ik stel vragen, u leest Mij de les.'

(Willibrordvertaling, 1995)

En de Heer sprak opnieuw vanuit de storm: 'Zet je schrap, verweer je,want ik ga vragen stellen en jij moet antwoorden.'

(Groot Nieuws Bijbel, 1996)

Toen zei de Heer tegen Job, vanuit een zware storm: 'Let op, ik ga je toch nog een paar vragen stellen,en jij moet antwoord geven. Laat zien wat je weet, Job!'

(Bijbel in Gewone Taal, 2014)

Bijbel in Gewone Taal - De eerste teksten

**


Uitgeverij Jongbloed / Nederlands Bijbelgenootschap; 136 pagina's; euro 7,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden