Loesje: Mysterieus meisje met een grote bek

In het hoofdkantoor in Arnhem hangen wat eigenschappen van Loesje aan de wand: onafhankelijk, areligieus, seksueel vrij, solidair, anti-autoritair.

Deze maand viert de club dat Loesje 25 jaar geleden in Arnhem ter wereld kwam, op 24 november 1983. Voor Yoeke Nagel, een van de zes oprichters, betekende dat destijds een opluchting. ‘Het was somberheid troef begin jaren tachtig. Allerlei actiegroepen mopperden vooral over wat we niet wilden. En toen kwam Loesje en gingen we het hebben over wat we wél wilden: meer plezier en meer gelijkheid.’ Op 25 november 1983 doken de eerste posters op. ‘Mensen reageerden verrast, vroegen zich af wie erachter zat. En natuurlijk vertelden wij dat lekker niet.’

Het mysterie is nog steeds een belangrijke kracht van Loesje, denken veel oude en nieuwe leden. ‘Als iets in een hokje past, plak je er een sticker op en kan het worden afgevoerd’, zegt oud-lid Niels van de Griend. ‘Maar van Loesje weet je het nooit precies – is het een actiegroep, is het kunst, is het links? Dat ongrijpbare prikkelt.’

Volgens merkengoeroe Rik Riezebos is de goed gekozen naam een niet te onderschatten succesfactor voor Loesje. ‘Een naam moet onderscheidend zijn en zich kunnen nestelen in het brein van het publiek. Het is heel slim om te ondertekenen met een meisjesnaam, want dat geeft lezers direct het gevoel dat er een mens schuilgaat achter de ideeën. Je voelt dat het niet commercieel is.’

Jan Verschure, ook een van de oprichters in 1983, vertelt de mythe achter de naam graag nog eens. ‘Een van ons studeerde massacommunicatie en wist: als je mensen persoonlijk wilt raken, moet je ondertekenen met een meisjesnaam. Van wel honderd namen schreven we onze associaties op. We hadden nog een lijstje met vier namen over, waaronder Moniek en Loesje, toen we wat gingen drinken bij café Meijers. En toen, het kon geen toeval zijn, kwam ze binnen: Loesje. Ze was zo’n eigenwijze en vrolijke kunstacademiestudente die precies uitstraalde waar wij naar op zoek waren.’

Het mooie van de naam Loesje is volgens Riezebos dat het een ‘heel normale, bijna onbenullige meisjesnaam’ is. ‘Daardoor krijgen die posters een mooie paradox. De teksten zijn scherp, je ziet dat er veel denkwerk achter zit. Terwijl ik de naam Loesje associeer met een onbedachtzaam type. Die tegenstelling fascineert.’

Met een groep vrijwilligers bereikte Loesje de afgelopen 25 jaar waar marketinglui tonnen voor over hebben: landelijke bekendheid en de sympathie van een breed publiek. En daar maakt ze gretig gebruik van. Er zijn Loesje- kalenders, -boekjes, -schoolagenda’s, -mokken, -condooms, -buttons, -T-shirts en -wekkers. Het gevolg is dat sommige teksten hun oorspronkelijke verrassingseffect hebben verloren. ‘Pluk de dag voor je in een vaas eindigt’ of ‘Leven is het meervoud van lef’ zijn inmiddels tegeltjeswijsheden.

De vercommercialisering roept binnen de Loesje-gelederen soms discussie op, want moet je als ideële organisatie op deze manier geld willen verdienen, terwijl je nota bene zelf posters verspreidt met teksten als ‘Mensen koop toch niks’?

Medewerker Maarten: ‘De grens is voor ons: een product moet een meerwaarde hebben. Een mok kun je gebruiken, een agenda ook. We willen geen onzinspullen maken, alleen maar voor het geld.’

Dankzij de verkoop kan het kantoor in Arnhem inmiddels zes parttimers het minimumloon uitbetalen. Yoeke Nagel: ‘Ik vind er niks mis mee dat er geld wordt verdiend. Al bij de oprichting is besloten dat Loesje onafhankelijk wilde zijn van subsidie. Als dat op deze manier kan, prima. Wij betaalden destijds de posters uit eigen zak en dat was niet ideaal. Soms aten we met zijn allen uit één pan omdat niemand geld had.’

Aan chaos heeft Loesje de afgelopen 25 jaar niet veel ingeboet. Het kantoortje in de Arnhemse binnenstad is opgesierd met ballonnen en puilt uit van de papieren en stapels posters. Emmertjes en behangkwasten in de hoek herinneren aan de laatste plakronde. Een uur later dan afgesproken komen Lotte, Maarten, Judith, Geertje en stagiaire Eva hier op een druilerige dinsdagmiddag bij elkaar voor het wekelijkse schrijfrondje (de medewerkers geven hun achternaam niet, Loesje wil mysterieus blijven). Er komen thee, dropjes en een teil met kleurstiften op tafel.

Geertje bladert door de kranten: ‘Rouvoet met die gekke gezinsnota, moeten we daarover schrijven?’ Lotte: ‘Zullen we ook iets doen met dat vieze novemberweer, om mensen op te vrolijken?’ Maarten noteert de onderwerpen op losse vellen en als er een stuk of zeven zijn, worden ze verdeeld onder de schrijvers. Dan begint het associëren. Ieder lid schrijft korte gedachten op het vel en geeft het vervolgens door aan degene naast hem, tot iedereen alle thema’s voorbij heeft zien komen. Op die manier inspireren de schrijvers elkaar.

Aan het eind omcirkelt ieder met kleurstift de teksten die hij het best vindt. Populair dit keer: ‘Zou Rouvoet zijn plannen ook eerst uittesten op zijn eigen gezin’ en ‘Mist – mooi weer om iemand te verrassen’.

Elke maand worden de acht beste teksten uit de schrijfrondjes verspreid onder 750 leden in het land. Onder hen zijn naar schatting 200 actieve plakkers, sommigen ook verenigd in lokale afdelingen, die schrijven over plaatselijke onderwerpen. Ook heeft Loesje internationale afdelingen in onder meer Duitsland, Zweden en Slovenië, die publiceren in hun eigen taal.

Het verloop van actieve leden is enorm, zegt Maarten. Zelf is hij al vanaf 1986 lid en daarmee een uitzondering. ‘Zo rond het einde van je schooltijd, het begin van je studie, is voor veel leden de tijd om met Loesje te beginnen. Maar als er een paar jaar later een baan komt, stoppen de meesten weer.’

Toch hoeft de club niet veel te doen aan ledenwerving; er melden zich altijd wel weer nieuwe jongeren. De laagdrempeligheid helpt daarbij: iedereen kan vandaag Loesje-teksten uitprinten van de website en die opplakken in de stad of zelf een lokale afdeling beginnen. Zo is er net een nieuw groepje gestart in Alkmaar.

Het is de vraag of ze daar straks op het stadhuis ook blij mee zullen zijn. Want als er ergens tegenstanders van Loesje te vinden zijn, is het wel bij de gemeentereinigingsdiensten. Zwolle is net een nieuwe campagne begonnen voor een schonere binnenstad. Stadsbeheerder Jan Huisman komt wildplakkaten in Zwolle overal tegen: ‘Prullenbakken, elektriciteitskasten, brievenbussen, viaducten, noem maar op.’ Daar duikt ook Loesje wel eens op. ‘Soms zie je ze een tijdje niet, en dan hangen ineens weer overal posters.’ En hoewel Huisman de teksten soms best aardig vindt – ‘in een boekje dan hè’ – wordt ook Loesje dan aangepakt met de hogedrukspuit.

Het schoonmaken van wildplakkaten en graffiti kost de gemeente jaarlijks 50.000 euro. Daarom proberen ze in Zwolle wildplakkers ook te slim af te zijn. Huisman: ‘Verkeerskastjes behandelen we met structuurmateriaal. Want op oneffen vlakken kun je niet plakken.’ Wildplakkers die op heterdaad worden betrapt ,krijgen een boete.

Daar zijn ze in Arnhem niet erg van onder de indruk. ‘Boetes betalen we niet’, zegt Maarten. Rechtszaken die in het verleden tegen Loesje zijn gevoerd in onder meer Eindhoven en Amsterdam, leren dat de vrijheid van meningsuiting op straat behoorlijk is beschermd. Uit jurisprudentie blijkt dat gemeenten één vrije plakplaats per 5.000 inwoners moeten aanbieden. Dat gemiddelde wordt bijna nergens gehaald. Maarten: ‘En dan oordeelt de rechter dat je wel verkeerd was, maar word je niet vervolgd omdat je door gebrek aan plakplaatsen niet anders kon.’

Loesje plakt niet zomaar alles vol, dat zou alleen maar weerstand oproepen bij het publiek. En de mensen, daar is het allemaal om te doen. Loesje wil hun inspiratie geven, hen laten lachen, hun denkbeelden even op z’n kop zetten. Lotte: ‘De reacties die we per e-mail krijgen', zijn soms zo lief. Bijvoorbeeld van een vrouw die ziek in bed lag, maar schreef dat ze uitkeek op een poster waar ze weer vrolijk van werd. Daar doe je het voor.’

Zelfs Tweede Kamerlid Rita Verdonk ‘kan wel grinniken’ om Loesje, terwijl ze er op de posters geregeld van langs krijgt (‘De menselijke kant van Verdonk is dat ze zich vergist’). ‘Ze koppelen dingen op een scherpe manier aan elkaar, daar heb ik bewondering voor. Maar zij hebben heel andere ideeën over de samenleving dan wij bij Trots op Nederland. Daar ga ik al vanuit als ik zo’n poster over mezelf lees, dus dan denk ik: ach, leuk bedacht.’

Eén keer waagde Loesje zich in de politieke arena, bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1986. ‘We kwamen op tv, stonden elke week wel een keer in de krant’, herinnert Niels van de Griend zich, destijds lijsttrekker. ‘Uit heel Nederland meldden zich mensen die mee wilden doen.’ Maar de kracht van Loesje, het tegendraadse gedachtegoed, bleek in de politiek ook een hindernis. ‘We hadden geen officieel handvest, ons verkiezingsprogramma was de verzameling ideeën die je aantrof op de muur. Dat was soms lastig uit te leggen.’ De verkiezingen zetten Loesje landelijk op de kaart, maar de kiesdrempel haalde ze niet.

Niet erg, vindt Yoeke Nagel, want de posters alleen al waren genoeg om de afgelopen 25 jaar een verschil te maken. ‘Op individueel niveau heeft Loesje veel mensen beïnvloed, mondiger gemaakt. Op een manier van ‘als dat meisje op die poster zo’n grote bek kan hebben, hoef ik ook niet bang te zijn om te zeggen wat ik denk.’

Nagel, inmiddels freelance schrijfster en therapeute, is zelf voor haar leven getekend door Loesje. ‘Ik heb daar geleerd te geloven dat het wél kan, zelf verantwoordelijkheden te nemen, kritisch na te denken. Dat heeft een nadeel: werkgevers kunnen daar niet tegen. Door mijn zeven jaar bij Loesje ben ik voorgoed ongeschikt geraakt voor de arbeidsmarkt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.