Column

Loensend van begeerte de boekwinkel in

Vóór 9 november 1990 had ik nul boeken.

Beeld Thinkstock

Suzy had nieuwe schoenen en Keet van 6 zei: 'Mooie hakken, mama! Mag ik ze hebben als ze jou te klein zijn?'

'Maar mama groeit niet meer', antwoordde Suzy.

'En als je dood bent?'

Ik lachte vertederd. Kinderen kunnen zo lief zijn. Zelf hing ik met mijn benen omhoog een beetje te labbekakken op onze chesterfield, en dacht, feitelijk geen haar beter: ik wil nóg een chesterfield.

Dus fietste ik naar Van Dijk & Ko, een wat je noemt 'kekke' zaak, die handelt in wegroestende snijtafels, Bulgaarse theeserviezen, meubilair uit pornofilms (waaronder genoemde chesterfields) en originele Wilderspruiken uit de 18de eeuw. (Ik weet eindelijk wat de Krenker des Vaderlands op zijn hoofd heeft: Mozarthaar, maar dan zelf geteeld en behandeld met chloor. Misschien werkt Wilders in stilte aan een fluitsonate, opus 1?)

Helaas, merkte ik voor de zoveelste keer, zit er een weeffout in de winkelformule. In Van Dijk & Ko bevindt zich een apart kamertje met een eigen deur, en achter die deur is een antiquariaat gevestigd, goedgesorteerd en bovendien spotgoedkoop.

Mooi toch, zou je denken.

Nee, het is lelijk. Want wat er gebeurt, elke keer als ik Van Dijk & Ko binnenloop, vast van plan om er een chesterfield/hobbelpaard/slangenmand te kopen, schiet ik loensend van begeerte die boekwinkel in, zak 'hèhèhè, jajaja, hier is papa' mompelend door mijn hurken en werk tot ik een nekhernia heb alle kastplanken minutieus af, reken in diepe trance een euro of honderdvijftig af, en kom uren later dan ik me had voorgenomen thuis met veertig, vijftig boeken en nul chesterfields/hobbelpaarden/ slangenmanden.

'Weer niet gelukt', zeg ik tegen Suzy, wier smoelwerk betrekt terwijl ik met zwierige streek naam, plaats en datum in al dat leesvoer noteer.

'Even rekenen', zegt ze, '43 keer gemiddeld tien dagen per boek... dat is bijna anderhalf jaar boven op wat er nog aan achterstallig leeswerk voor je klaarstaat.' Suzy maakt een sierlijk armgebaar naar het protserige meubel aan onze wand, een boekenkast met 132 schappen waarin genoeg ongelezen romans staan, heb ik al eens uitgerekend, voor de komende 87 jaar. Ook heb ik een keer met een duimstok en een potloodje becijferd dat die kast sinds 1990, toen ik op 9 november Hermans' Paranoia kocht, elke dag 2.2 centimeter is uitgedijd, krakend als een gezwel.

Nou en? Bezit is geluk. Dat hoorde ik een kandidaat-notaris tenminste ooit beweren, ironisch misschien, al was hij het ook die even later Monique (zijn prachtige vriendin en destijds mijn huisgenote) dumpte omdat hij naar verluidt de investering niet langer waard vond. Ik vond dat lullig, maar Monique kwam er wel weer door op de markt, zogezegd, en ik zou wel wat aandelen lusten eigenlijk.

Enfin, op 9 november 1990 bezat ik dus één boek. En lang niet het slechtste. 'Al in de tijd dat ik schreef zonder er een allesoverheersende gewoonte van te hebben gemaakt', steekt Hermans van wal, 'ben ik begonnen met het verzamelen van grote hoeveelheden schrijfpapier.' Een week later had ik het uit, staat achterin, en dus geen leesschuld meer - wat een weelde.

Monique is inmiddels helaas overleden, wat er weinig mee te maken heeft. Nou ja, 'er is maar een werkelijk woord: chaos', schrijft Hermans op pagina 12. Dát heeft het ermee te maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden