Lodewijk de Tweede

Als er geen onoverkomelijkheden gebeuren, sterft een dezer dagen Lodewijk van Deyssel in de Uitbeeldenstraat in Maastricht. Ruim eenenvijftig jaar na zijn dood, op 26 januari 1952, in Haarlem....

Van Deyssel had zijn literaire nalatenschap aan Prick nagelaten. Hij kreeg, naar ik meen, dertig kisten in huis, gevuld met papieren. Zijn bewondering voor Van Deyssel werd nu een plicht tot ordening van al die papieren. Van Deyssel moet niet alleen een zeer groot bewaarder zijn geweest, hij bleek veel en veel meer geschreven te hebben dan hij had gepubliceerd. Hij is nooit doof geworden voor het geluid van het krassen van de pen, ook al kwamen er nutteloosheden op het papier te staan. Aan de ordening heeft Prick lange tijd besteed, maar toen kende hij ook de inhoud van die dertig kisten uit zijn hoofd, zoals hij, naar men zegt, als jongen al de volledige werken van Van Deyssel achter elkaar kon opzeggen. (Ik belde Prick eens, omdat ik een bepaalde passage uit de briefwisseling Lodewijk van Deyssel-Frederik van Eeden niet kon terugvinden. Hij noemde onmiddellijk de datum van de brief en de bladzijde waarop die in het boek stond afgedrukt).

Nog geen vier maanden na Van Deyssels dood kwam Harry Prick tot leven. Hij publiceerde in het tijdschrift Roeping een eerste artikel, 'Nagelaten notities' - het archief werd openbaar gemaakt. Van Deyssel kwam ook tot leven, voor de tweede keer. Hij begon zijn tweede schrijverscarrière. De bijdrage was de eerste in een nu bijna onafzienbare rij artikelen, boeken, heruitgaven, een dissertatie en als besluit van dat alles een biografie, waarvan het eerste deel, 1080 bladzijden groot, in 1997 verscheen.

Het is waarschijnlijk de meest gedetailleerde biografie aller tijden. Het ging nog maar over de eerste zesentwintig jaar van Van Deyssels leven. Hij werd 87. Wil het tweede deel niet de omvang van een encyclopedie hebben, dan zal moeten blijken dat Van Deyssel hele periodes niet heeft geleefd.

Ik stel me voor, dat Prick nu al tien jaar dagelijks aan zijn bureau zit. Of zijn pen krast, weet ik niet, maar hij schrijft alles met de hand, diep gebogen over het papier. Misschien hoeft hij niet meer te buigen, hij is langzaam in de lees- en schrijfhouding gegroeid. Hij heeft de lichte gebogenheid van de eeuwige lezer. Het onvoorstelbaar vele dat hij heeft gelezen, heeft hij in zijn hoofd geordend, altijd terug te vinden, van gedichten van Mallarmé of Hopkins tot het aantal treden van de hoofdtrap in Van Deyssels ouderlijk huis. Maar hij heeft natuurlijk ook een groot papieren archief, mede bewijs van zijn hartstocht tot ordenen. Met Van Deyssel heeft hij de bewaarzucht gemeen. Maar de hoogste vorm van ordenen is voor hem schrijven, of het moet spreken zijn. Hij heeft daarvoor een haast wellustige passie, die niet alleen blijkt uit de lengte van zijn zinnen, de omwegen waarlangs hij zijn lezers met graagte voert, maar vooral uit de toon van zijn taal, die iets golvends en plechtigs heeft en tegelijk, mede door de woordkeuze, iets ouderwets, soms iets komisch, omdat hij ook bij de verwoording van iets gewoons de taal celebreert.

Misschien viert hij de taal het hoogst bij het spreken en dat zowel in privé als in het openbaar. Wie hem de nietszeggende vraag stelt van hoe het met hem gaat, krijgt een kleine redevoering te horen, die een officieel gezondheidsrapport kan zijn, een verslag van lopende werkzaamheden, een verhandeling over recent gelezen boeken.

Wie met Prick spreekt, wordt vanzelf luisteraar. Maar de sluizen gaan pas echt open als hij een toespraak houdt. Voorovergebogen leunend over een lessenaar kijkt hij het gehoor indringend aan of het wel bij de les is. Dan volgt een zeer luid en krachtig 'Dames en Heren'. Die drie woorden lijken een rotsblok te verwijderen. De woordenstroom kan beginnen: lange volle zinnen, vele tussenzinnen, ontelbare details, data, namen, titels van boeken en andere geschriften. Of hij zijn gehoor nog opmerkt, weet ik niet, maar het lijkt erop dat Prick alleen nog zijn lust tot formuleren volgt. Hij beleeft zelf het hoogste genot aan zijn toespraken, die de laatste jaren soms een toneelstuk lijken te worden: Prick speelt Prick. Misschien bewijst dit zijn spreekgraagte: bij een diner nadat hem een literaire prijs werd toegekend, antwoordde hij onmiddellijk op elke spreker (dat waren er nogal wat) en dat alle keren langer dan de toespraken duurden).

Toch moet die publieke figuur de isolatie beminnen. Zijn werkkamer met mooie bibliotheek moet hem het liefst zijn. Daarin heeft hij het allergrootste deel van zijn nu ruim 75-jarig leven doorgebracht. Ik kan mij hem als kind niet anders dan als lezer voorstellen. Vroeg wijs en altijd wijs gebleven.

Nu heeft hij eindelijk met zijn grijze baardje, grijze haren, gebogen figuur, zeer verzorgde kleding, de gestalte gekregen die bij die wijsheid past. En bij de tijd waaruit hij is voortgekomen: het einde van de 19de eeuw. Van Deyssel zou hem nu als een tijdgenoot begroeten. En zij zouden samen spreken over Gorter, Kloos, Verwey, Frans Erens (vóór Prick de enige Limburger onder de Tachtigers), Van Eeden en anderen, en Van Deyssel zou ontdekken dat Prick meer over hen (en over hemzelf) weet dan hijzelf.

Elke detaillist met een ijzeren geheugen heeft het ideaal, misschien wel de zekerheid, nooit één feitelijke fout te maken. Prick is dan ook niet op een onjuistheid te betrappen, ook niet in de kleine pakhuizen of magazijnen die zijn voetnoten zijn. Hij heeft de noot tot een klein zelfstandig genre verheven. (eentiende van het eerste deel van biografie is noot). Eén keer is mij de genade geschonken een fout te ontdekken. Hij verwarde Ignatius van Antiochië met Ignatius van Konstantinopel (dat scheelt zes eeuwen).

Toen ik hem dat meldde, hoorde ik op de achtergrond zijn huis kraken. Zijn levenswerk stortte in. Hij heeft zich hersteld (en in de tweede druk van de biografie de fout). Het is nu al weer jaren zeer rustig in zijn woonstraat. Uit een huis klinkt door de ramen heen zacht Bach. Daar zit Prick en hij schrijft. Snel. De dood meldt zich.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden