Lodewijk Asscher: 'Wat Mark kan, kan ik ook'

Vragen over zijn persoonlijke leven doen hem blozen. Toch vertelt Lodewijk Asscher (42) er open over. En hoe hij lijsttrekker van de PvdA wil worden en vervolgens de eerste minister-president van Nederland die zelf zijn kinderen naar school brengt. Ja: élke ochtend.

Beeld No Candy

Een dinsdagochtend om half negen in het restaurant van het Lloyd Hotel, Amsterdam. Lodewijk Asscher stapt binnen. Grote man, grote passen. Strak pak, rode das. Zijn blik is enigszins verwilderd. De vice-premier mag dan met Mark Rutte de dagelijkse leiding over het land en de zwaarste miljardenbezuiniging ooit hebben doorgevoerd, zijn drie zonen van 9, 7 en 5 op tijd naar school krijgen, is een ander verhaal. Terwijl hij neerploft naast zijn voorlichter: 'Even bijkomen, hoor.'

Hoe ziet het ochtendritueel bij de familie Asscher eruit?
'Ik sta om kwart voor zeven op en dan begint de eerste ronde om de jongens wakker te maken. Daarna douche ik en vervolgens doe ik in al hun kamers de lichten aan, bij wijze van tweede waarschuwing. Vervolgens spreek ik ze aan op hun verantwoordelijkheid om op tijd naar school te gaan. Als dat is gelukt, ontbijten we met z'n vieren. Een vrolijk moment. Vlak voordat we van huis gaan, komt mijn vrouw er ook bij, elke dag weer beeldschoon. We wonen aan een autovrij parkje, dus ik wandel de jongens naar school. Om half negen stap ik dan in de dienstauto naar Den Haag.'

Toen u in 2012 begon op het ministerie van Sociale Zaken en aankondigde uw kinderen naar school te willen brengen, dachten ze dat u bedoelde: eenmalig.
'Ik herinner me nog goed hoe de secretaresse de agenda erbij pakte en zei: 'Dat kunnen we zeker een keer faciliteren. Aan welke datum dacht u?' Terwijl ik bedoelde: élke ochtend. Ze waren gewend aan mijn voorganger Henk Kamp, die toen al opa was en doordeweeks in Den Haag woonde, dus geen enkele reden had om niet al om half acht te beginnen - en tot één uur 's nachts door te gaan. Daarom was ik gespannen hoe het zou vallen. Soms kwam er iemand voorzichtig zeggen dat het toch wel ingewikkeld was dat ik zo weinig tijd beschikbaar had.'

Wat antwoordde u dan?
'Leer ermee leven. Geef me desnoods wat meer stukken mee, dan lees ik die 's avonds laat nog. Maar als je eraan gaat toegeven, wordt je agenda steeds voller gepland en mis je precies dat uur in de ochtend.'

En waarom hecht u zo aan dat uur?
'Vooraf dacht ik: stel dat het kabinet vier jaar blijft zitten, wat nu zo blijkt te zijn, dan mis ik dus vier jaar een deel van hun ontwikkeling dat ik nooit meer terugkrijg, als vader. Jongetjes van die leeftijd veranderen nog bijna elke dag.'

Het is een moderne opvatting van vaderschap, die betrokkenheid.
'Ik doe het niet als statement, ofzo. Het is een keuze; ik geniet er zelf erg van. Als ik op kantoor kom, zit er wel altijd ergens spuug of tandpasta op mijn pak.'

Zijn voorlichter, naast hem, knikt: 'Jajaja.' Asscher: 'Waarom zou je in je leven alleen maar zwart-witkeuzen moeten maken? Óf werk óf privé?'

Vindt u dat de premier van Nederland ook elke ochtend zijn kinderen naar school kan brengen? Meteen:
'Tuurlijk. Ja.'

Leent die functie, en eigenlijk ook die van vicepremier, zich daarvoor?
'Ik zou niet weten waarom niet. Als er crisis of spoed is, moet je er zijn. Natuurlijk. Maar ik vind het raar dat er wordt gedacht dat de politiek héél anders is dan ander werk. Je moet je best doen en soms is het extreem druk, maar dat geldt voor veel banen. Ik heb erg moeten wennen aan de snelheid waarmee het nieuws circuleert. Het zijn heel korte cycli van grote opwinding. Als je daar midden in zit, ga je denken dat alles wat je zegt heel belangrijk is. Terwijl niemand op het schoolplein dat relevant vindt: Je bent de gymtas vergeten en leg dát maar eens uit. Daar staan, houdt mijn relativeringsvermogen in stand en houdt scherp waar mijn prioriteiten horen te liggen. Ik zou het niet anders kunnen - en zeker niet anders willen.'

Hij bestelt nog een cappuccino. Zegt: 'Ik heb me wel afgevraagd of mijn aanpak net zo geaccepteerd zou worden van een vrouw als van mij. Hoewel Melanie Schultz het ook ongeveer zo doet en mij toen ik begon, adviseerde: 'Regel het meteen, dan wennen ze eraan.'

Mark Rutte, die geen gezin heeft, rijdt soms 's avonds voor u naar Amsterdam, zodat hij nog overleg met zijn vicepremier kan hebben.
'Ja. Dat is heel collegiaal van hem. Op die manier kan ik met mijn gezin eten en daarna zitten we vaak hier in het Lloyd, om zaken door te nemen.'

Het is 1908 als het diamantbedrijf van de Amsterdamse familie Asscher wereldberoemd wordt. De Britse koning Edward VII krijgt de grootste diamant ter wereld cadeau en laat deze Cullinan slijpen door de Asschers. De Cullinan II wordt in de Britse kroon geplaatst.

De overgrootvader van Lodewijk Asscher, Abraham, was ook diamantair en wordt tijdens de Tweede Wereldoorlog een van de twee voorzitters van de in opdracht van de nazi's opgerichte Joodsche Raad.

Zelf groeit hij op in een intellectueel gezin: zijn vader Bram is advocaat, zijn moeder Irene Vonk hoogleraar arbeidsrecht en kroonlid van de Sociaal Economische Raad. Lodewijk is de oudste van vier kinderen, promoveert in het informatierecht en is universitair docent en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam voordat hij een bliksemcarrière maakt in de politiek. Als 27-jarige wordt hij raadslid namens de Amsterdamse PvdA, als 31-jarige heeft hij al de belangrijkste post te pakken: wethouder van Financiën. In 2010 is hij waarnemend burgemeester, als Job Cohen naar het Binnenhof vertrekt. Zowel in 2006 als 2010 wint hij als lijsttrekker de Amsterdamse raadsverkiezingen. In 2010 staat zelfs zijn foto in plaats van het partijlogo centraal op de verkiezingsposters: 'Asscher voor Amsterdam'. Twee jaar later is het Diederik Samsom die hem overhaalt naar Den Haag te komen. Voor de post minister van Financiën bedankt hij, Asscher wordt vicepremier en minister van Sociale Zaken in het kabinet Rutte II.

17 oktober 2016 stelt hij zich kandidaat - slogan: Samen Vooruit - als lijsttrekker van Samsoms PvdA, de partij die er dramatisch voorstaat in de peilingen voor de Tweede Kamerverkiezingen op 15 maart 2017.

Beeld Foto No Candy

In uw eerste interview als vicepremier, met Vrij Nederland, zei u: 'Hallo, ik ben Lodewijk en ik ga u teleurstellen'. Heeft u dat gedaan, denkt u?
'Ja. Er heerste toen een hosannasfeertje omdat ik naar Den Haag ging. Mensen dachten dat alles in één keer geweldig zou worden.'

De 'Heilige Lodewijk' werd u genoemd, kroonprins, PvdA-wonderboy.
'Terwijl ik in het begin erg mijn best moest doen om Den Haag te begrijpen, debatten te overleven en alle dossiers tot me te nemen. Sociale Zaken is interessant, maar kent ook veel technische wetgeving. Bovendien werd de portefeuille integratie overgeheveld van Binnenlandse Zaken naar mijn ministerie. Er is toen wel tegen me gezegd: 'We missen de branie van de Lodewijk uit Amsterdam'.'

En was het voor uzelf een grote overgang?
'Enorm. Toen ik net begon, was er meteen de zorgpremiecrisis waarin het voortdurend ging over koopkrachtplaatjes. In de lokale politiek héb je geen koopkrachtplaatjes. De allereerste dag dat ik op het ministerie kwam, werd er van me verwacht dat ik vóór twaalf uur een brief aan de Tweede Kamer stuurde over de koopkrachtgevolgen van die zorgpremie. Dus dan moet je zeggen: 'Hoi, ik ben Lodewijk, iemand hier met verstand van koopkracht?''

Meteen erkennen dat je iets niet beheerst.
'Ja. Dat is moeilijk. En link. Je wordt direct getest. Gelukkig heb ik op dat moment mijn intuïtie gevolgd.'

Toen u werkzaam was in Amsterdam, zei u: Ik ga niet naar Den Haag. De afgelopen jaren heeft u steeds gezegd: Nee, ik ga het niet tegen Diederik Samsom opnemen. Onlangs stelde u zich toch kandidaat als lijsttrekker.
Met een grijns: 'Je ziet een patroon?'

Ja. Wat maakt het dat u steeds van gedachten verandert?
'Het was moeilijk over te stappen van Amsterdam naar Den Haag. Ik liet echt iets achter, werk dat ik heel leuk vond. Maar ik had niet het gevoel dat ik nee kon zeggen. Nu is die keuze anders. Als je ziet hoe de PvdA ervoor staat, zou ik het asociaal vinden om het niet te doen. Dit is vooral persoonlijk een lastig besluit, omdat het mijn leven voor jaren gaat beïnvloeden.'

Het lijkt me ook lastig omdat u het gaat opnemen tegen de man die u overhaalde naar Den Haag te komen.
'Dat is zo. Ik vind het niet ethisch te zeggen wat Diederik slecht doet - iets wat me nu vaak wordt gevraagd. Als iedereen elkaar de hele tijd klein maakt, krijg je geen fijn beeld van de politiek. Wat scheelt is dat Diederik me zelf vroeg of ik me kandidaat wilde stellen.'

U hoeft niet te zeggen waar hij slecht in is, u kunt wel zeggen waar u beter in bent, toch?
'Ik ben een meer normatief, waardengedreven politicus. Ik heb er geen moeite mee te zeggen wat goed is en wat niet. Dat vinden anderen soms raar.'

U bent regelmatig een moraalridder genoemd.
'Ja. Diederik is meer een pragmaticus. Neem de kwestie Zwarte Piet: Daarin geef ik duidelijk mijn mening. Zoals ik destijds ook deed toen ik de Wallen liet schoonvegen. Het grootste deel van Amsterdam was het niet met me eens, maar ze hadden er wel waardering voor dat ik iets vónd.'

Hoe denkt Diederik Samsom dan over Zwarte Piet?
'Hij heeft aanvankelijk gezegd dat Zwarte Piet zwart is, maar intussen is hij ook voor verandering.'

Een dag eerder was Halbe Zijlstra te gast in de tv-talkshow Pauw. De VVD-fractievoorzitter maakte zich kwaad over het besluit van mediabedrijf RTL om Zwarte Piet voortaan te vervangen door 'Schoorsteen Piet'. Asscher, tegen zijn voorlichter: 'Wat een onbeschrijflijk zwak optreden van Halbe was dat. Gênante tv. En dan als ultiem argument je zoon van 8 nemen - kom óp!'

Hij kijkt even naar rechts, zijn voorlichter aan. Zegt: 'Ja, sorry. Maar goed. Je kunt dus van standpunt veranderen door met mensen te praten over wat zij voelen. Dat is de manier waarop ik mijn werk wil doen.'

Door de media is veelvuldig voorgerekend dat u er 210 dagen over deed voordat u het besluit nam partijleider te willen worden. Jeroen Pauw zei: 'Je verwacht van een man in uw positie dat hij wat sneller denkt'.
'Dat werd een gimmick in de uitzending, ja. Maar ik ben nu eenmaal iemand die goed weegt voordat hij iets besluit. En waarom zou je in maart al moeten beslissen wat je in november gaat doen? Daarbij speelden mijn ontsnappingsfantasieën op. Het idee dat ik óók met mijn gezin in Amerika zou kunnen gaan wonen. Om daar veel tijd met elkaar door te brengen, veel buiten te zijn. Je hebt tenslotte maar één leven en daar wil ik zo veel mogelijk uithalen en van genieten.'

Er werd geschetst dat u voor een tent in Frankrijk met uw vrouw besprak wat te doen.
'Nou, ik heb er op meer plekken over nagedacht. Maar ook daar, als de kinderen sliepen en we samen bij zonsondergang spraken over wat we willen van het leven, de komende jaren.'

Was het een tent die u zelf opzette?
'Nee. Hij stond al, met een bed erin.'

Een luxe tent.
'Ja. Voordat de kinderen kwamen, gingen we ook weleens in een gewone tent. Nu kiezen we meestal een huisje, bij een boerderij met veel dieren.'

Maar u bent wel van het kamperen?
'Mijn vrouw vooral.'

Ik zag al het beeld voor me van de vicepremier met een rol wc-papier onder zijn arm...
'Over een regenachtig campingterrein? Er zat ook een soort toiletje bij. Dus er was weinig spartaans aan.'

Bij kamperende politici krijg je altijd het vermoeden dat ze opzichtig de gewone man proberen uit te hangen.
'Zoiets moet je niet acteren, dat werkt niet. Het leuke van kamperen vind ik dat je veel buiten bent. Ik woon in de stad, zit de hele dag in dienstauto's of kantoorgebouwen met de airco aan. Dan adem ik op vakantie graag frisse lucht in.'

Beeld Foto No Candy

Hoe belangrijk was de stem van uw vrouw Jildau in het besluit?
'Heel belangrijk. Ik vraag geen toestemming, maar zij steunt me en gunt mij het beste. Hoe dan ook is het voor ons gezin onrustig. Mijn vrouw heeft ook een goede carrière.'

Bij De Nederlandsche Bank.
'Daar is ze de baas van een afdeling die intern toezicht houdt op het functioneren van De Nederlandsche Bank. Een zware, fulltimebaan.'

Hoe ontmoetten jullie elkaar?
'Ik had haar al wel eens gezien toen zij studeerde aan de Universiteit van Amsterdam en ik er docent was. In 2000 deed ik promotieonderzoek in New York. Ik woonde in het appartement van de oom van een goede vriend. Het had een lift die openging in de woonkamer en mijn benedenbuurman was John F. Kennedy junior. Ik kreeg het gevoel dat ik in een film meespeelde. Jildau was ook in New York, als uitwisselingsstudent. Een vriend van me zat in diezelfde uitwisseling - zo leerde ik haar kennen.'

Had u daarvoor relaties gehad?
'Een aantal. Bij Jildau wist ik: één keer in je leven heb je de kans iemand zo ver boven je niveau te vinden, dus dan moet je er meteen voor gaan.'

Ervaarde u dat zo? 'Ja, zéker. Ze is fantastisch. Waanzinnig mooi, heel slim, geestig en lief.'

De man die toen een dagblad alle kabinetsleden vroeg waar ze op vakantie gingen, als enige niet braaf antwoordde, maar zei 'dat gaat jullie geen zak aan', rommelt wat aan zijn das. Mompelt: 'Persoonlijk is dit, zeg. Oké, soit. Maar ik ga er wel een beetje van blozen.'

Ik sprak een van uw beste vrienden, Frank Prillevitz, u was preses van het dispuut bij studentenvereniging SSRA, waarvan jullie allebei lid waren. Later trouwde u hem, als buitengewoon ambtenaar. Hij zei: 'Lodewijk vindt het belangrijk niet aan de zijlijn te blijven staan. Zijn familiegeschiedenis is daarin een belangrijke drijfveer.'
'Ik denk dat vooral mijn opvoeding er een rol in heeft gespeeld. Het besef van een morele plicht om je in te zetten voor anderen en voor de rechtsstaat. Mijn ouders hebben ons meegegeven dat het niet vanzelfsprekend is dat regels je beschermen of dat minderheden eenzelfde positie hebben als de meerderheid. Dat het niet genoeg is achter een ander aan te lopen, maar dat je je eigen morele oordeel moet vormen. En ja, daar zit zeker een link naar de oorlogsgeschiedenis.'

De familie van vaderskant is Joods, die van zijn moeder niet. Asschers vader Bram komt tijdens de Tweede Wereldoorlog als baby in de Hollandsche Schouwburg terecht, het verzamelpunt voor de deportatie van Joden uit Amsterdam. Brams ouders worden naar Bergen-Belsen op transport gesteld, maar hij wordt naar buiten gesmokkeld, in een vuilnisbak verborgen en vervolgens ondergebracht bij een echtpaar, dat de baby opgeeft als hun eigen kind. Daardoor overleeft hij de oorlog; maar na 1945 worden zijn onderduikouders vervolgd voor het doen van valse aangifte van geboorte.

Asscher, cynisch: 'Dat de Nederlandse overheid vond dat zoiets prioriteit moest hebben, is symbolisch voor hoe er kort na de oorlog werd omgegaan met de Jodenvervolging en mensen die juist steun en bescherming nodig hadden.'

Het maakt dat hij 'niet veel kan' met 'regels zijn regels'. En: 'In onze familie werd er altijd op gehamerd dat je iets goeds moest doen voor anderen. Mijn broertje is advocaat arbeidsrecht geworden, mijn zusjes allebei wetenschapper. De een houdt zich als psycholoog bezig met pedagogiek, de ander is ethica en werkt bij de Gezondheidsraad. Mijn keuze voor de politiek was desondanks niet zo logisch. Ik denk dat mijn ouders trots zijn, maar het ook griezelig vinden dat ik zo'n openbaar beroep heb. Wat ik over me heen krijg, raakt mijn familie vaak meer dan mijzelf. Het is soms heel veel drek.'

Die meestal aan uw familiegeschiedenis is gerelateerd.
'De Joodsche Raad wordt er vaak bij gehaald, ja. Gisteren twitterde ik iets over Zwarte Piet, dan kun je tot drie tellen en ja hoor: daar komen ze.'

Reacties als 'zijn overgrootopa was een Jodenverrader dus het zit in zijn dna, dat verraden'.
Afgemeten: 'Ongelooflijk treurig.

Beeld No Candy

In 1941 wordt in opdracht van de nazi's de Joodsche Raad opgericht. Diamantair Abraham Asscher, overgrootvader van Lodewijk, en professor oude talen David Cohen, de opa van PvdA'er Rob Oudkerk, worden als voorzitter aangezocht. Om erger te voorkomen, accepteren ze de positie, maar gaandeweg de oorlog en ongewild ontwikkelt de Joodsche Raad zich tot een instrument voor vervolging en deportatie.

Mei 1943 geven de nazi's aan Asscher en Cohen een dwingend bevel binnen 48 uur een lijst te maken met zevenduizend namen van eigen medewerkers - tot dan toe waren zij juist vooral gespaard -, die op transport moesten. Asscher weigert, maar de lijst komt er toch. Uiteindelijk belanden zowel Asscher als Cohen in Westerbork, en overleven het kamp. In 1947 worden ze gearresteerd vanwege collaboratie met de nazi's. Er wordt afgezien van strafvervolging, maar Abraham Asscher maakt het seponeren van de zaak niet meer mee. Hij sterft in 1950, verbitterd, en laat zich niet op de Joodse begraafplaats maar op Zorgvlied begraven.

Hoe werd er in uw familie over dit deel van de geschiedenis gesproken?
'Mijn vader heet ook Abraham Asscher, voor hem was het wel iets schaamtevols om op te groeien met die naam. Aan de ene kant werd hij als Jood geconfronteerd met antisemitisme, maar ook met het verdriet van Joodse mensen die zijn grootvader iets kwalijk namen.'

In Joodse gezinnen wordt er vaak óf helemaal nooit óf juist bij elke aanleiding over de oorlog gesproken.
'Mijn vader heeft er bewust voor gekozen dat wel te doen en daar ben ik hem dankbaar voor. In veel naoorlogse families gebeurde dat inderdaad niet en kwamen kinderen later in de knel. Mijn vader kon zelf ook moeilijk met zijn ouders over de oorlog praten. Bij hen was één kind meegegaan naar het concentratiekamp, was er eentje - mijn vader - ondergedoken en werden er na de oorlog nog twee kinderen geboren. Dat op zichzelf was al ingewikkeld genoeg. De oorlog heeft een grote rol gespeeld in zijn leven, maar hij heeft erg zijn best gedaan om te zorgen dat het ons niet zou beperken. Het speelt wel een rol in de liefde die ik voor mijn vader voel, omdat ik zie hoe kwetsbaar hij moet zijn geweest.'

Vaak kent die tweede generatie een enorm verantwoordelijkheidsgevoel.
'Het jongetje dat alles goed moet maken, uit het verhaal van Ischa Meijer. Meestal door heel hard te werken - iets wat mijn vader ook deed. Onze hele jeugd zat hij 's avonds gebogen over een multomap vol jurisprudentie, waarin hij met een groen pennetje aantekeningen maakte. Ik weet nog dat ik toen tegen hem zei dat ik nooit advocaat ging worden, omdat ik niet zo hard wilde werken. Daar herinnert hij me nu nog vaak aan, dat vindt hij zelf ontzettend grappig. Kom ik bij mijn ouders aanwaaien en zodra ze mijn vermoeide gezicht zien, begint mijn vader: 'Weet je nog toen...'

Warme blik, de herinnering is hem duidelijk dierbaar. Hij zegt: 'Mijn ouders hebben ervoor gewaakt de oorlog als een argument voor iets te gebruiken en ik ben daar zelf ook beducht voor. Het is nogal een morele dooddoener. Maar die geschiedenis maakt wel duidelijk hoe kwetsbaar een samenleving is. Als jongetje interesseerde het me al zeer. Aan mijn opa Lodewijk - ik ben naar hem vernoemd - stelde ik tijdens het schaken vragen. Hij had in Bergen-Belsen gezeten, was pas laat op transport gezet, ongetwijfeld door het werk van zijn vader bij de Joodsche Raad. Mijn opa kon alleen in de derde persoon enkelvoud over die tijd praten. Dan legde hij uit hoe er na de oorlog in Bonn werd onderhandeld over de herstelbetalingen. Het leek alsof hij een verhaal over anderen vertelde, terwijl hij er zelf bij was geweest. Die afstandelijkheid was voor hem de enige manier om het te kunnen bespreken.'

2Doc herhaalde onlangs de documentaire die journalist Hans Knoop maakte over de Joodsche Raad. Hoe kijkt u daarnaar?
'Ik heb veel over die periode gelezen, omdat ik wilde weten hoe het zat. Ik vind het pijnlijk om te zien. Het is een deel van mijn identiteit waarmee ik minder verlegen probeer te zijn dan ik vroeger was, tegelijkertijd wil ik me ook op het nu richten. Op wat er bijvoorbeeld in Aleppo gebeurt - een soort Guernica. Daarin moeten we verantwoordelijkheid nemen.'

Korte stilte. 'Laten we op z'n minst zorgen dat we het nu beter doen dan toen.'

Nog een cappuccino. Om hem heen vooral toeristen, langs het ontbijtbuffet. Hij: 'Die geschiedenis helpt me ook niet toe te geven aan mijn ontsnappingsfantasieën van een mooi leven aan de zijlijn, in de veiligheid van mijn gezin - maar toch te proberen een rol te spelen.'

Beeld Foto No Candy

U zei net dat het niet genoeg is achter een ander aan te lopen, dat je je eigen oordeel moet vormen. Is dat meelopen wat uw overgrootvader onbewust heeft gedaan? 'Je kunt het niet meer achterhalen, maar het is wel een plausibele verklaring. Als ik de overlevering mag geloven, was hij een trotse, ijdele man die was gewend in charge te zijn en op die manier pion is geworden in een morbide spel. De geschiedenis is dubbel over hoeveel schuld hen precies moet worden geattribueerd, maar zo moet het ongeveer zijn gegaan.'

'Asscher en Cohen konden niet anders dan falen', concludeert Knoop in zijn documentaire. 'Dat denk ik ook.'

Rob Oudkerk werkte mee aan de documentaire, u niet.
'De relevantie van mijn opvatting over wat er toen is gebeurd, is beperkt. Ik heb geen overlevering uit eerste hand. David Cohen was Robs opa, dat is dichterbij. Bovendien: Ik wil er niet voor weglopen, maar ik zoek het ook niet op. De link naar mijn functie is er ook niet meteen. Mijn moeder zat in de Emancipatieraad, was achttien jaar lid van de SER, is PvdA'er: dat is minstens net zo belangrijk voor hoe ik mijn werk doe.'

U introduceerde de wet Werk en Zekerheid, uw herziening van de arbeidsmarkt. Vraagt u uw ouders weleens om raad?
'Nee. Ik wil ze niet in verlegenheid brengen; ze zullen niet alles goed vinden wat ik doe. Mijn moeder heeft beschreven dat het recht op werk meer is dan alleen een economisch recht. Dat ondernemingen ook een maatschappelijke en sociale rol hebben. Dat gevoel delen we.'

Uw vriend Frank Prillevitz vertelde hoe trouw en loyaal u bent in vriendschappen. Toen zijn moeder die in Brussel woonde overleed, stond u de volgende ochtend meteen op de stoep.
'Ik heb een vaste, kleine club dierbare vrienden uit de tijd dat we studeerden. Ik ben heel trouw aan hen, maar zij ook aan mij.'

In 2002 leerde u als jong gemeenteraadslid Rob Oudkerk kennen. Jullie deelden een geschiedenis, kwamen samen in de raad en raakten bevriend. Twee jaar later moest hij als wethouder aftreden, vanwege zijn prostitueebezoek aan de tippelzone op de Theemsweg. Politiek liet u hem toen vallen, persoonlijk bleven jullie bevriend.
'De politieke conclusie was heel duidelijk, hij kon niet meer geloofwaardig verder. Maar ik vind dat je als mens een ander mens moet blijven zien. Iedereen maakt fouten.'

Maar toch, juist u, de 'moraalridder', hoe kon u over het idee heen stappen dat uw vriend een tippelzone bezocht waar vooral zwaar verslaafde, vaak minderjarige prostituees werkten, die bovendien grotendeels het slachtoffer waren van vrouwenhandel - iets dat u later zelf met het schoonvegen van de Wallen heeft willen bestrijden?
'Hij heeft mij er destijds persoonlijk van verzekerd dat hij nooit misbruik heeft gemaakt van minderjarige vrouwen. En dat hij zich schaamde voor wat hij had gedaan. Hij is in een openbare functie keihard geconfronteerd met zijn eigen zwakte. Ik bezag hem natuurlijk anders, maar ook nog als mens. Bovendien vind ik niet dat ik alles wat ik mezelf opleg, ook van anderen moet verwachten. En de verwantschap met Rob is anders dan de relatie met mijn beste vrienden.'

Dat maakt het misschien des te makkelijker om iemand te laten vallen.
'Ja. Maar zo zit ik niet in elkaar.'

Hij leunt achterover, er is bijna twee uur verstreken. Nog geen kreukel in zijn jasje, ook geen tandpastavlekken.

Bent u in het dagelijks leven ook een pakkenman?
'Wat denk jij?'

Ja.
Asscher en zijn woordvoerder beginnen hard te lachen. 'Echt waar? Wie is er nou in godsnaam in het dagelijks leven een pakkenman? Zulke mensen bestaan toch niet?'

De woordvoerder: 'Van der Steur?'

Asscher: 'Ard, ja, als je die casual ziet, heeft-ie zijn das iets losser. Maar ik niet. Het heeft ook grote voordelen: Als ik in trui en spijkerbroek loop, herkent niemand me.'

Uw vrouw werd onlangs 40, maar wilde dat niet vieren. U stond erop dat ze dat wel deed en organiseerde een groot feest op Blijburg voor haar. Waarom?
'Omdat we zo veel hebben om dankbaar voor te zijn. Zulke momenten moet je júíst vieren.'

Gaf u haar nog iets cadeau?
'Een weekendje New York.'

Waar jullie elkaar hebben ontmoet. Geschuif op de houten stoel:
'Juist.'

U maakt een beheerste, nette indruk. Ieder mens heeft wel een rafelrandje, maar er zijn over uw gedrag geen vreemde verhalen bekend. 'Lodewijk is niet van de uitspattingen', zei Frank Prillevitz.
'Dat klopt.'

Bent u wel eens ladderzat geweest?
'Ja, hoor.'

Ook de laatste vijftien jaar?
'Veel minder. Ik leef gedisciplineerd. Ik wil er alles uithalen - dan moet je wel gezond zijn.'

Beeld No Candy

Geen gekke tics ook?
'Waar dacht je aan?'

Smetvrees, woedeaanvallen zoals de premier?
'Ik rijd een extra rondje door de wijk als op de radio de finish van een wielerwedstrijd te horen is. Maar in het licht van wat we net over Rob Oudkerk bespraken, is dat wellicht een wat teleurstellende guilty pleasure.'

Zou u over uzelf zeggen dat u ambitieus bent?
'Ja. Zeker.'

De PvdA heeft al een partijleider, die graag door wil, maar u bent kennelijk zo ambitieus dat u, in tegenstelling tot veel anderen, toch zegt: ík wil het doen. Geamuseerd:
'Ja.'

Als de PvdA de grootste partij weet te worden, wilt u dan ook minister-president worden?
'Ja, tuurlijk.'

Heeft u daar al vergezichten over?
'Ik heb van dichtbij gezien hoe het is. Dus ja, ik heb er al wel over nagedacht, hoe dat zou moeten.'

U zag Mark Rutte bezig en dacht: dat kan ik ook.
'Ja.'

Ze bezochten (na elkaar) dezelfde lagere school. Asschers persvoorlichter werkte eerst vier jaar voor Mark Rutte. Beiden hebben een schizofrene muzieksmaak: Rutte houdt van Bach en De Toppers, Asscher van Mahler en André Hazes. Het is bekend dat de twee het goed kunnen vinden, in mei gaven ze op eigen verzoek een gezamenlijk interview aan de Volkskrant - waarin wederzijds pluimen werden uitgedeeld.

Nu is het verkiezingstijd en beginnen jullie naar elkaar uit te halen. 'Verraad aan de middenklasse', noemde u het verkiezingsprogramma van de VVD. Is het dan raar om vervolgens weer samen te moeten overleggen?
'Nee. Je moet het persoonlijke en zakelijke sowieso niet door elkaar halen. Met Rutte maak ik er ook grappen over. Gisteren stapte hij bij mij binnen en zei: 'Ik moet nog even 2 euro zoeken om PvdA-lid te worden'. We zitten in dezelfde wereld, maar verdedigen heel andere belangen. Ik zal de VVD hard aanvallen op hun programma, maar dat betekent niet dat ik geen respect heb voor Rutte.'

Jullie voerden vier jaar lang gezamenlijk beleid.
'Dus het zou raar zijn om ineens weg te lopen van wat we hebben gedaan. Ik ben daar juist trots op. Maar wat betreft de arbeidsmarkt wil de VVD nu iets heel anders dan wat ik in gang heb gezet. Daarbij geloof ik erin dat je een fijner land krijgt als mensen samen optrekken in plaats van tegenover elkaar komen te staan omdat iedereen het maar zelf moet zien te rooien. De omgangsvormen worden steeds schriller, daarover maak ik me zorgen.'

U richt zich op saamhorigheid, mensen die elkaar helpen in geval van nood, de oude sociaaldemocratische waarden.
'Zeker. Die staan erg onder druk. Nederland moet weer voorop gaan lopen als gidsland.'

Bedacht u al wat er gebeurt als u op 9 december niet tot lijsttrekker van de PvdA wordt verkozen?
'Ik heb geen idee wat dan. Allereerst zal ik de partij vragen of ik nog ergens mee van dienst kan zijn. En anders zien we wel.'

U zou ook zomaar de eerste Joodse premier van Nederland kunnen worden.
'Daar had ik nog niet bij stilgestaan.'

Doet het u iets?
'Ja. Zeker. Het is een mooie gedachte.'

CV Lodewijk Asscher

27 september 1974
Geboren in Amsterdam

1992 Gymnasium Sorghvliet (Den Haag)
1995 Propedeuse psychologie, Universiteit van Amsterdam (UvA)
1998 Nederlands Recht, UvA
1998 -2002 Onderzoeker aan het Instituut voor Informatierecht, UvA
2002 Promotie rechtsgeleerdheid (communicatiegrondrechten) aan de Universiteit van Amsterdam.
2002 -2006 Universitair docent en onderzoeker, Instituut voor Informatierecht
2002 -2006 Lid gemeenteraad Amsterdam en namens de PvdA woordvoerder Financiën
2004 -2006 Fractievoorzitter PvdA Amsterdam en woordvoerder openbare orde en veiligheid
2006 Boek Nieuw Amsterdam
2006 - 2012 Wethouder Financiën, Onderwijs en Jeugdzaken
2010 Waarnemend burgemeester, boek De Ontsluierde Stad
2010 Voorzitter Wiardi Beckman Stichting, wetenschappelijk bureau van de PvdA
2012 Vicepremier en minister Sociale Zaken en Werkgelegenheid, met portefeuille Integratie, in kabinet Rutte II
2016 Stelt zich kandidaat als lijsttrekker van de PvdA, voor de Tweede Kamerverkiezingen op 15 maart 2017
Lodewijk Asscher is in 2005 getrouwd met Jildau Piena, ze hebben drie zoons. Abel (9), Boaz (7) en Lieuwe (5)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden