Lodewijk Asscher en de robotisering (2)

Ik was haar vergeten, maar gisteren kwam plots de typiste weer voorbij. In de prima serie over robotisering die deze week de kolommen van de krant sierde, werd 'typiste' gebruikt als voorbeeld van een 'verdwenen beroep'. Robots vernietigen banen, nu en in de toekomst, maar het vernietigen van banen is een eeuwenoude ontwikkeling. De typiste is een recent en leuk voorbeeld. Tegelijkertijd schept technologische ontwikkeling nieuw werk.

Vorige week verwierp ik de stelling, aangedragen door minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken tijdens zijn 'robotlezing' dat 'ict' of 'robotisering' een andere technologische ontwikkeling is dan we al eeuwenlang kennen. Maar één van Asschers punten bleef toch hangen op de zeef: robotisering mag dan 'gewone' technische ontwikkeling zijn, de impact ervan is misschien wel groter dan voorheen.

Hoe zit dat? In het naoorlogse Nederland zijn we per hoofd van de bevolking 4,5 keer rijker geworden door groei van de arbeidsproductiviteit. We produceren nu 4,5 keer meer door een combinatie van technologische vernieuwing en een beter opgeleide beroepsbevolking. Nederlanders gaan gemiddeld zes jaar langer naar school dan in 1950. Volgde in 1950 5 procent van de mensen tussen de 20 en 25 jaar hoger onderwijs, nu is dat ruim veertig op de honderd.

De combinatie 'analfabeten werken met hightech' levert geen productiegroei op; de combinatie 'whizzkids werken met kruiwagen en schep' evenmin. Het gaat erom whizzkids met hightech te combineren, dat leidt tot rijkdom. Arbeid en technologie zijn dan complementair.

Asscher zegt: 'Het wordt steeds moeilijker de toegenomen vraag naar hoogopgeleiden op te vangen door meer te investeren in onderwijs.' Dat klopt natuurlijk: van 5 naar 40 procent hogeropgeleiden, dat bleek te kunnen, maar de komende decennia van 40 naar pakweg 80 procent hoger opgeleiden? Dat is lastig, om niet te zeggen: onmogelijk.

Om de arbeid complementair te houden aan de techniek -want dat is het recept voor inkomensgroei- zullen we dus een nieuw recept moeten verzinnen voor werken en leren. Het gesprek gaat helemaal niet over robots, het gesprek gaat over ons zelf.

Onze huidige leer- en levenstactiek is: veel leren aan het begin van ons leven; met het geleerde een jaar of veertig ons brood verdienen en sparen; dan gedurende langere tijd rusten van gedane arbeid en het spaargeld opmaken. Natuurlijk leren we tijdens het werken al doende kennis en vaardigheden bij, en we investeren soms een beetje in extra scholing tijdens het werkzame leven. Maar kwantitatief mag dat geen naam hebben.

Deze leertactiek past slecht bij de toekomst. Kennis veroudert sneller; technologie schrijdt sneller voort; bedrijven en beroepen zijn een korter leven beschoren; en tegelijkertijd wordt ons werkzame leven langer omdat we ouder worden en dus later met pensioen gaan.

Bij zo'n toekomstbeeld past naast een 'eerste leertijd' (als we jong zijn) ook een 'tweede leertijd' (als we wat ouder zijn). Tijdens de tweede leertijd vervangen we verouderde kennis door nieuwe, poetsen we weggezonken kennis die nog bruikbaar is weer op, en leren we nieuwe vaardigheden voor onze 'tweede werktijd'. Misschien een nieuw beroep?

Wie zouden een 'tweede leertijd' moeten krijgen? Ten principale wij allemaal. Maar de voorrang komt toe aan mensen die in hun eerste leertijd geen hoger onderwijs hebben genoten. De hoger opgeleiden hebben niet alleen een voorsprong aan de start, maar doen bovendien veelal leerzaam werk. De scholingszorg betreft daarom in eerste aanleg de middelbaar en lager opgeleiden.

Nieuwe techniek leidt tot vernietiging van banen -gelukkig. De nieuwe banen die ontstaan vereisen meer en deels andere vaardigheden. Iedereen opleiden in het hoger onderwijs is geen begaanbare weg. We hebben een nieuwe leertactiek nodig. Een tweede leertijd.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek

Reageren? frank@argumentenfabriek.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.