Lodeizen op cd

De dichter Hans Lodeizen (1924-1950) stierf jong. Een Jacques Perk, in de knop gebroken. Elke generatie kent zijn jonggestorvenen (Jotie T'Hooft, Frans Kellendonk)....

Wordt hij nog gelezen, Hans Lodeizen, of is zijn faam net zo grijs geworden als het haar van zijn vroegere bewonderaars?

Zij konden kort voor zijn dood, op 26 juli 1950, van zijn eerste bundel kennis nemen. In dat jaar verscheen Het innerlijk behang. Twee jaar later volgde Het innerlijk behang en andere gedichten. In 1969 publiceerde Van Oorschot het Nagelaten werk en in 1969 zagen de Verzamelde gedichten het licht - zo'n mooie, bijna museale uitgave, die even goed een zerk op het oeuvre, als een klaroenstoot voor de wederopstanding kan zijn.

Het leek me, in dit geval, de definitieve bijzetting, want ik hoorde zelden nog over de jonge bard spreken. Afgelopen, uit, dacht ik, maar dat was buiten de waard gerekend, want een dezer dagen gewerd mij een cd (Innerlijk behang), waarop verzen van Lodeizen worden gezongen.

Ik kon mijn nieuwsgierigheid nauwelijks bedwingen. Zou hij, op deze cd muziek geworden, als een Orpheus uit de onderwereld weerkeren, opnieuw tot leven gewekt?

Eerlijk gezegd vreesde ik met bijbelsen vreze, want ik hou helemaal niet van poëzievertolkingen, niet gesproken en niet gezongen, omdat bij dergelijke voordrachten de overgevoelige snik bij elk couplet op de loer ligt. Poëzie moet je zo droog mogelijk tot je nemen. Het is al erg genoeg.

Een uitzondering maak je alleen voor de dichter zelf. Die kan zijn verzen soms zo aards maken, zo gewoon, zo werkelijk, dat zijn woorden als vanzelf vlees en bloed worden, zoals bij Wallace Stevens, die je door zijn ouderwets deftige stemgeluid meteen ook een indruk geeft van de Amerikaanse zakenman die hij was.

Ik hoorde 'De buigzaamheid van het verdriet' ('dit leven zachtjes ken ik het/ zachtjes loop ik eruit/ als een kind uit de zandbak/ ik stroom vol/ met vredige zoetigheid') en begon me al enigszins gewonnen te geven, verleid door de muziek en de stem van Henk Batenburgh, maar nog meer gaf ik me over toen Melanie Greve (vooral die) en Mariëtte Oelderik begonnen te zingen.

Je blijft uiteraard in tweestrijd, omdat een vertolking óók een interpretatie is, per definitie een andere dan de jouwe, maar hier gaven de kunde en de liefde van de vertolkers de doorslag. Je hoort: 'als ik nu ga zal het zachter/ zijn, in de wind, in de huizen,/ zal het hart zachter proeven/ aan de zonnebloemen en aan de lange/ stem die uit de kamer hangt/ in de tuin vol nachtegaalgezang' en je krijgt in één keer de héle Lodeizen terug, kennelijk nog niet te oud geworden voor deze poëzie, en dat stemt gelukkig.

Je kunt horen dat Henk Batenburgh, die al heel lang poëzie op cd en in het theater ten gehore brengt ('Poëzie Hardop'), dit werk met grote aandacht voor de oorspronkelijke tekst uitvoert, iets waarin de anderen delen (zeker ook de musici, die voor een prachtige soms heel jazzy begeleiding zorgen).

Op deze manier kán het dus, poëzie vertolken.

Adriaan Morriën schrijft in het tekstboekje dat hij het werk van zijn jonggestorven vriend altijd al met muziek associeerde, maar dat is nog iets anders dan er ook daadwerkelijk muziek van maken, zoals Batenburgh en de zijnen hebben gedaan - in het volle besef dat het gaat om het woord van de dichter, en niet om Zijne Koninklijke Hoogheid de Acteur, of Zijne Koninklijke Hoogheid de Zanger - zoals Batenburgh het formuleert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden