Lobbypaleis met een onbekend aantal bewoners

Ariejan Korteweg in Den Haag

Vraag een doorgewinterde lobbyist hoeveel lobbyisten Nederland telt, en hij zegt: 17 miljoen. Flauw antwoord, omdat daarmee iedereen medeplichtig wordt gemaakt, waarmee de hele sector als het ware wordt geneutraliseerd. Tegelijkertijd is het echte antwoord niet te geven. In het lobbyregister van de Tweede Kamer staan 97 namen.

Lobbywatch doet onderzoek naar de hernieuwde toelating van glyfosaat op de Europese markt. Een stof die mogelijk kankerverwekkend is en het hoofdbestanddeel vormt van onder meer het onkruidbestrijdingsmiddel Roundup van producent Monsanto.

BVPA, de beroepsvereniging van lobbyisten, telt een kleine zevenhonderd leden. Volgens onderzoek van de Volkskrant zijn er zeker 1.300 lobbyisten actief rond het Binnenhof. En Lobbywatch, een woensdag in Nieuwspoort gepresenteerde club die de lobby transparanter wil maken, denkt dat er duizenden lobbyisten door de Haagse wandelgangen lopen, waaronder een flink aantal met de Rijkspas waarop je als oud-Kamerlid recht hebt en die vrij toegang geeft tot het parlementsgebouw, inclusief de burelen van Kamerleden.

Het Binnenhof is een lobbypaleis met een onbekend aantal bewoners. Het aantal hangt namelijk samen met je wereldbeeld. Laatst hoorde ik Renske Leijten, prominent SP-Kamerlid, zeggen dat ze een zorgverzekeraar heel anders bekijkt dan iemand van Nickerie, de vereniging van rolstoelgebruikers. De eerste is lobbyist, de tweede veel minder. Een paar dagen later verzekerde Femke Halsema dat ze in haar dertien jaar als volksvertegenwoordiger nooit door lobbyisten was benaderd. Haar betrekking als voorzitter van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland wil ze ook niet als lobbywerk zien. SP-Kamerlid Ronald van Raak heeft zijn kantoor tot lobbyvrije ruimte uitgeroepen. Is hij consequent, dan zou dat betekenen dat vakbondsvertegenwoordigers bij hem niet welkom zijn. Slecht nieuws voor Lilian Marijnissen, nummer drie op de SP-lijst.

Ik durf de stelling wel aan dat de meeste Kamerleden lobbyblind zijn. Ze herkennen een lobby pas wanneer die afwijkt van de partij-standpunten. Iemand van Milieudefensie is voor GroenLinks geen lobbyist, maar een brenger van informatie die de eigen opvattingen ondersteunt. Hetzelfde zal gelden voor VNO-NCW-verwante lobbyisten die bij de VVD aankloppen, of voor Schreeuw om Leven bij de SGP. Terwijl ze in alle gevallen informatie komen brengen die maar een deel van het verhaal vertelt: dat deel dat in de eigen kraam van pas komt, en dus aanvulling behoeft vanuit een ander perspectief.

Lobbywatch denkt dat er duizenden lobbyisten door de Haagse wandelgangen lopen.

In de Tweede Kamer is lobby geen geliefd onderwerp. Vandaar dat een initiatiefvoorstel om lobby te reguleren in een slakkentempo langs de verschillende haltes gaat. We scharrelen liever lekker door zo, is de gedachte. Bovendien: van links tot rechts hebben parlementariërs lobbyisten hard nodig. Domweg omdat ons parlement zo zuinig staat afgesteld dat Kamerleden amper ondersteuning krijgen en het niet zonder informatie van buiten kunnen stellen. Zo wordt de afhankelijkheid van lobbyisten in stand gehouden.

Of die afhankelijkheid wellicht wat ver gaat, daarover kan niet vaak genoeg gesproken worden. Dus leve Lobbywatch, dat met een onderzoek komt naar de hernieuwde toelating van glyfosaat op de Europese markt. Een stof die mogelijk kankerverwekkend is en het hoofdbestanddeel vormt van onder meer het onkruidbestrijdingsmiddel Roundup van producent Monsanto. Wat blijkt: bij de beoordeling van dat middel is door de Europese Commissie gebruikgemaakt van door het bedrijfsleven zelf aangeleverde studies, die pas na lang aandringen openbaar werden gemaakt, en dan nog alleen ter inzage in een Brusselse leeskamer.

Interessant onderzoek, waaruit je ook wat kan leren over de rol die onze eigen LTO in dit dossier speelt. Lobbywatch verbindt er conclusies aan over een betere omgang met lobby: een lobbyparagraaf bij wetgeving; openbaarmaking van agenda's van bewindspersonen en Kamerleden; een verplicht register voor lobbyisten, een afkoelperiode voor politici en hoge ambtenaren die overstappen naar een functie in het aanpalende bedrijfsleven. Even nuttige als vertrouwde remedies; niemand moet de illusie koesteren dat je daarmee al die Haagse fluisteraars die de olifantenpaadjes kennen aan de ketting legt.

Maar nu Lobbywatch zelf. Daarin zijn organisaties als Milieudefensie, Greenpeace en Foodwatch verenigd, die zich al jaren actief verzetten tegen het gebruik van glyfosaat. Hier zijn het dus ngo's die het bedrijfsleven de maat nemen en hun eigen lobby om het product van de Europese markt te weren buiten het onderzoek houden. Ook achter de ogenschijnlijk neutrale naam Lobbywatch gaat belangenbehartiging schuil. Wat naadloos aansluit bij de dagelijkse werkelijkheid in Lobbyland, waar niets is wat het lijkt.

Lobbywatch wil zichtbaar maken wie invloed heeft op besluitvorming. De aangesloten organisaties beloven ook hun eigen lobbypraktijken inzichtelijk te maken. Het had de geloofwaardigheid goed gedaan als ze daarmee in dit rapport een begin hadden gemaakt.