Lobby voor meer hulp armen strandt

Volgende week buigt de wereldgemeenschap zich in Monterrey, Mexico over de financiering van een serie nobele beloften aan de armste landen....

Een handvol goedwillende landen heeft het nog zó geprobeerd. Met de wind in de rug van nine eleven - waarna het Westen min of meer had bedacht dat armoede terroristen baart - probeerden ze hun collega-rijke-landen over te halen de hulp aan arme landen op te krikken. De inzet: met harde geldbeloften aankomen op de armoedeconferentie Financing for Development, die maandag in Monterrey, Mexico begint.

Het hielp niets.

De slotverklaring van Monterrey, die al twee maanden klaar ligt, beveelt donorlanden weliswaar 'dringend' aan om de hulp op te krikken tot jaarlijks 0,7 procent van hun bruto nationaal produkt (bnp), maar belooft niets. Meer komt er ook niet, denken onderhandelaars. 'Deze tekst is het. Er komt in Mexico niets meer bij', zegt één van hen.

De 0,7-norm is ruim dertig jaar oud - in 1970 omhelsden de donoren de doelstelling om 0,7 procent van hun bnp weg te geven (official development aid, ODA). Dertig jaar later voldoen vijf landen - landjes meer - aan de norm: Denemarken (1,06 procent), Luxemburg (0,70), Noorwegen (0,80), Zweden (0,81) en Nederland (0,82). Daar bleef het bij. 'Al die tijd was 0,7 een dood paard', zegt een diplomaat.

Ook deze keer piekeren de VS (0,1 procent) er niet over meer geld uit te trekken voor hulp die in hun ogen niet helpt.

Aan Laurent Fabius, Frans minister van Financiën, ontlokte dat de sneer dat 'de VS niet snappen dat meer hulp onontbeerlijk is om de toekomst te verzekeren'. Maar Frankrijk (0,33 procent) lijkt er evenmin rouwig om dat EU-voorzitter Spanje de EU behoedde voor beloften.

Sneu voor de 0,7-lobby. Die had zich nog zo ingezet om de EU achter een tekst te scharen met daarin een norm, 0,7 of 0,33 desnoods. Nederlander Koos Richelle, die als Directeur Generaal ontwikkelingssamenwerking bij de Europese Commissie dient onder de Deense Commissaris Poul Nielson, ondernam daar drieste pogingen toe. Hij reisde de hoofdsteden af, praatte als Brugman, en kwam terug met een Brussels compromis.

De landen die onder het EU-gemiddelde voor ODA zitten (0,33 procent) zouden hun hulp opkrikken tot dat peil. Waren zij eenmaal op 0,33, dan zou het EU-gemiddelde daardoor iets zijn opgelopen. Waarna alle EU-landen die onder dat nieuwe gemiddelde zaten, daarheen zouden opschuiven. 'Een iteratief proces' heet dat. 'Ook wel processie van Echternach genoemd', licht een Deens diplomaat toe.

Dit compromis was een brug te ver voor Duitsland (0,27 procent), Italië (0,13), het Verenigd Koninkrijk (0,31) en Spanje (0,24). En omdat Spanje dit halfjaar EU-voorzitter is, is het plan begraven. 'Er viel zelfs geen tijdpad vast te stellen voor de vaststelling van een tijdpad', zei minister Zalm vorige week na de vergadering van ministers van Financiën in Brussel. De EU gaat met lege handen naar Monterrey.

Volgens de Wereldbank is dat erg. 'Monterrey' geldt als cruciaal. In 2000 deed de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een waaier aan beloften. De donorlanden zouden zich inzetten voor onder meer halvering van de armoede in 2015, basisonderwijs voor alle kinderen en verlaging van kinder- en moedersterfte.

Monterrey moet de financiering van deze zogeheten Millenniumdoelen verzekeren. Jaarlijks is veertig tot zestig miljard dollar extra nodig, becijferde de Wereldbank. Dat moet uit ODA komen.

Toch is Monterrey niet verloren, meent een diplomaat. 'De tekst legt zaken vast over de aanpak van corruptie en handel. Goed, het is een stapje. Maar je bent wel weer een stukje verder.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden