LIVE GESCHIEDENIS

Terroristen die live een aanslag plegen. De onmiddellijkheid van een vliegtuig die zich zichtbaar voor de kijker in een toren boort....

TUSSEN de inslag van de eerste Boeing in de noordelijke toren en het moment waarop de tweede zich in het World Trade Center boorde, lagen achttien duizelingwekkend trage minuten.

Dinsdagochtend om kwart voor negen ziet David Boyle op de 93ste verdieping van de zuidelijke toren papier langs de ramen dwarrelen. Net confetti, denkt hij. Collega's kijken op, verbaasd maar niet gealarmeerd, en drinken hun koffie. Boyle loopt naar een ander raam. Hij ziet vallend puin, brokstukken op straat. 'Then it finally hits me, this is not a ticker tape parade.'

Minuten later belt een vrouw haar man vanuit een andere Boeing. 'We zijn gekaapt', zegt ze. Hij zit naar CNN te kijken. Moet hij haar vertellen dat er een vliegtuig tegen het World Trade Center is gevlogen? 'Ik zei het wel. We zijn heel open tegen elkaar.'

Bij CNN komt een vliegtuig laag over Manhattan het beeld binnen vliegen. In het WTC zien handelaren het op de tv naast hun koersenterminal. Maar niet David Boyle. In de tien of twintig seconden van die lange, over Central Parc zwenkende camerabeweging staat hij in een snel dalende lift. Als hij uitstapt in de lobby, wordt op straat, net om de hoek, een man in een wit overhemd gefilmd.

Geen geluid, alleen beeld. Dan pant de camera omhoog, ongehaast, niet schokkerig. Je ziet een donkere muur en daartegenover de glanzende gevel van het WTC. Het is een prachtige herfstdag met een diepblauwe lucht, en je weet niet wat daarboven de aandacht van de cameraman heeft getrokken. Totdat haarscherp een vliegtuig zich in die glazen gevel boort en explodeert in een bal van vuur en gruis en beton.

De achttien minuten in New York zullen tot de meest beschreven minuten van de Amerikaanse geschiedenis gaan behoren. Vaker in beeld gebracht dan Pearl Harbor, de moord op Kennedy of de Superbowl. Al wat kon filmen, elke tv-camera op een dak in Manhattan, keek in volmaakte verbijstering naar het zuiden. En wie zag wat die camera's zagen, wist terstond dat dit, zoals Joe Joseph zaterdag in The Times schreef, geen breaking news was, maar breaking history. Niet het laatste nieuws, maar geschiedenis terwijl die gebeurt - de laatste geschiedenis.

Je hebt het nog talloze keren gezien, vanuit steeds andere hoeken, op tv en op internet, vertraagd en in stills, gefilmd door professionele networks, met webcams van dertig dollar en door toeristen met een digicam, maar al die herhalingen verhelderen niets. Het raadsel wordt juist groter. En het wil maar niet overgaan, de sensatie dat het niet echt was. Hemel te blauw, lijnen te scherp, cameravoering te vloeiend. De witte wolk van stof die door de straten jaagt, net te spectaculair om geloofwaardig te zijn. Fictie, studiowerk met ijzingwekkende special effects, een 3-d-animatie uit Hollywood, een film met Bruce Willis.

Het leek een exorbitant prijzig spotje voor een overambitieus verzekeringsbedrijf.

Het langzaam dagende besef dat het niet alleen echt was, maar live bovendien, dat het tweede vliegtuig insloeg terwijl je zat te kijken, dat de Twin Towers onder je ogen inzakten, maakt die vervreemding nog intenser. De onmiddellijkheid ervan, de immediacy, bezorgt kippenvel. Nóg onwezenlijker had niet gekund, ook niet als CNN dat mobiele telefoongesprek van de man met zijn vrouw in dat vliegtuig had laten horen, of het ultieme shot had uitgezonden, footage vanaf een hoge verdieping in het WTC zelf, een Boeing die het beeld en je huiskamer binnen vliegt.

Dat de wereld live kan kijken naar mensen die uit de lucht tuimelen, met wapperende stropdassen of al half verkoold, naar een man en een vrouw die hand in hand een zekere dood tegemoet gaan - het heeft iets obsceens. Je zou het niet willen zien, maar wie moet je iets verwijten? Het is geen reality soap. Geen grotere kloof dan met het entertainment uit Aalsmeer, en toch roepen die Amerikaanse beelden - juist omdat ze als werkelijkheid onverdraaglijk zijn - associaties op met televisie die steeds meer op de werkelijkheid is gaan lijken, maar het niet is: de veel te particuliere beelden uit een operatiekamer, de alomtegenwoordige camera's van Big Brother of de tv-achtervolging van O.J. Simpson.

Klaarblijkelijk zijn we geconditioneerd om zo te kijken.

'Het is raar dat we stilstonden op een dag van oorlog. We konden niets doen - dat moet het hele idee zijn geweest - en dus hadden we geen andere keuze dan te kijken', schrijft Nancy Gibbs in een speciaal nummer van het Amerikaanse weekblad Time.

DAT DE wereld zou kijken, en niets anders kon doen dan kijken, moet precies zo zijn bedacht. Net zoals ze het doelwit zorgvuldig hadden gekozen - het WTC en het Pentagon waren immers iconen van westerse welvaart en macht - hadden de daders voorzien dat CNN de aanslagen live zou uitzenden. In het script voor de aanslag moeten de intervallen welbewust zijn ingebouwd. Schudt de wereld wakker, laat de networks hun reguliere uitzendingen onderbreken, en sla een kwartier later opnieuw toe.

En dat is niet het enige. Terrorisme-experts vermoeden dat de aanslag via internet met gecodeerde e-mail is voorbereid. En misschien hielden de vier groepen terroristen elkaar nog tijdens de kaping met cellphones op de hoogte. Zo gebruikten ze de instrumenten van de westerse, real-time informatiemaatschappij als een wapen dat in de handen van de maker ontploft.

In elk geval moet het voor het eerst in de geschiedenis zijn geweest dat een terreurbeweging live een aanslag pleegde. Dat is angstaanjagend - en ook die angst moet weer 'het hele idee' zijn geweest. De terrorist die het script voor de elfde september schreef, wist het nodige van massacommunicatie. Hij heeft nagedacht over de evolutie van televisie. Kent de emblematische betekenis van beelden die voorgoed in het collectieve geheugen van de Verenigde Staten zijn gebrand.

IN VIETNAM werd voor het eerst een oorlog bepaald door de tv-beelden die ervan werden gemaakt - de Vietnamees die op straat wordt vermoord voor het oog van een NBC-camera, eindeloze rijen bodybags, vluchtende helikopters uit Saigon - en het effect was verpletterend.

In Vietnam ging de Amerikaanse illusie van onschendbaarheid aan diggelen.

Na de gijzeling in Teheran, nog zo'n embleem, heeft de tv-president Ronald Reagan dat zelfvertrouwen weer hersteld door het defensiebudget met miljarden dollars te verhogen. Zo kon de Golfoorlog een showcase worden van hightech-wapentuig.

De Amerikanen kregen met Desert Storm iets nieuws: een camera als insektenoog boven op een raket die zich een weg zoekt naar de deur van een bunker. Dat de wereld dit beeld kon zien, was nóg nieuwer. Precies zo bedacht door de spindoctors in de woestijn, die het Westen een geregisseerde oorlog gaven, een oorlog als computergame. Die beelden gaven de kijker een weekmakend gevoel van veiligheid, totdat het manipulatieve en perverse karakter ervan tot je doordrong. Het was weerzinwekkend, maar je zat verdikkeme wel live te kijken naar het inslaan van de bom.

Nu kijk je rechtstreeks naar het inslaan van een Boeing vol kerosine en zijn de onmiddellijke associaties niet anders. Ongeloof. Weerzin. Dit kan niet echt zijn. Maar het gevoel van veiligheid slaat om in zijn tegendeel als je je realiseert dat nu niet Colin Powell de regie heeft, of Steven Spielberg, maar een naamloze terrorist. En dat het Westen met zijn eigen verworvenheden in het gezicht is geslagen, met vliegtuigen als busdienst, gecodeerde e-mail, mobiele telefonie, en vooral met de alomtegenwoordige media.

Je bent op het verkeerde been gezet. Ook de media zijn aan een volgende sequentie in hun ontwikkeling begonnen. De werkelijkheid is op televisie gaan lijken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden