Literatuurplein

Lezers kunnen sinds vorige week het Literatuurplein bezoeken. Het is een nieuwe website van de NBLC, de vereniging van openbare bibliotheken in Den Haag....

Wat vindt de geïnteresseerde daar?

Literair nieuws, een literaire agenda, een overzicht van literaire prijzen, een literaire personenbank (schrijvers, critici en juryleden) en nog veel meer.

De site werd tegelijk met het boek Lezers en lasers van Jef van Gool gepresenteerd.

Jef van Gool is een aardige man, van Vlaamse afkomst, die al 25 jaar zijn best doet voor de openbare bibliotheken in Nederland. Hij weet zoveel van boeken, lenen, digitalisering en wat er verder in zijn speeltuin allemaal gebeurt, dat hij besloot zijn licht maar eens te laten schijnen over het 'lezen in het digitale tijdperk'.

Hij schrijft over het lezen zelf ('in de ziel geraakt willen worden'), over hypertekst, over Big Publishing, over E-book readers, over elektronisch en echt papier, over internetboekhandels, over Amazon.com, over ontlezing, over boekpromotie, en over nog veel meer, alles bij elkaar een alleszins bevattelijke inventarisatie van de hedendaagse vraagstukken met betrekking tot het lezen.

Ik werd er heel moe van.

Niets ten nadele van Jef, die een oprecht man is, maar, zo vroeg ik me af, zijn we van al deze zaken niet al heel lang heel goed op de hoogte, doordat alle media het er voortdurend over hebben, terwijl het nadenken en praten over de inhoud van de paar waardevolle boeken die nog steeds verschijnen, er steeds meer bij inschiet?

Op zichzelf is er niets tegen dat er voor de niet-ingewijde zulke boeken verschijnen, zeker als ze zo mooi zijn geïllustreerd als dit (door Judith Kleintjes, een Meisterschülerin van professor Jannis Kounellis, de roetkunstenaar), maar is het boek (of de literatuur, wat iets heel anders is) in het digitale tijdperk zo langzamerhand niet een fundamenteler discussie waard?

Bij het doorlezen van Van Gools werkstuk bekroop me het gevoel dat er van twee enorme misverstanden sprake lijkt te zijn, die ook in de dagelijkse berichtgeving over alles wat met boeken en literatuur te maken heeft, steeds weer de kop opsteken. Ze lijken nauwelijks meer te bestrijden.

In Lezers en lasers brengt Van Gool Harry Mulisch ter sprake, die tijdens de Boekenbeurs van Frankfurt werd geïnterviewd. De Nederlandse schrijver werd gevraagd waarom hij met zijn roman Siegfried weer een boek had toegevoegd 'aan de duizenden die er al zijn over Hitler', waarop Mulisch opmerkte dat het in de literatuur niet om het onderwerp gaat, maar om de vorm.

Jef van Gool sputtert verontwaardigd tegen, maar wat hij ook beweert: Mulisch heeft gelijk. Literatuur (fictie zegt men tegenwoordig in volslagen onbenul) is geen werkelijkheid, maar taal, en dan ook nog taal, die door de uitzonderlijke kwaliteiten van de schrijver haar vermogen prijsgeeft om niet naar de wereld zoals wij die kennen, te verwijzen, maar naar. . . ja. . . naar wat eigenlijk?

In het onderwijs, voorzover dat nog bestaat, maar ook bij allerlei belerende instituties, zoals kennelijk de openbare leeszaal er ook een is geworden, wordt altijd maar aangenomen dat de leerling kan zeggen waar het boek dat hij heeft gelezen over gaat. Maar wie weet, na een leven lang lezen en onbewust vergelijkende studie, waar het bekende toneelstuk Hamlet van de Engelsman William Shakespeare over gaat? Of Der Mann ohne Eigenschaften? Of Finnegans Wake?

Het heerlijke van literatuur is dat we - zolang we niet hebben vastgesteld waar het leven over gaat - niet zullen weten waar die door ons zo bewonderde boeken over gaan, en dus des te meer zullen moeten lezen om erachter te komen waarom we telkens weer genoegen nemen met dit schijnbaar zo onbevredigende resultaat.

Vanwege de vorm, vanwege de kunst.

Wie, zoals ik, de informatie op het literatuurplein.nl deze week, met het enthousiaste geroezemoes van de vrijmarkt op de achtergrond, vooral heeft gebruikt om zich voor te bereiden op het eerste stuk van Samuel Beckett op Nederland 3 (een reeks waarover de VPRO-gids voorbeeldig heeft bericht, met het hele programma tot en met 27 augustus erbij) zal weer iets beter begrijpen dat alle gepraat over literatuur maar één ding kan beogen: dat je kennis neemt van de inhoud. Zo werkte het voor mij in elk geval bij Beckett. Wat een macaber stuk was dit en wat een enerverende reeks belooft het te worden!

Een dergelijke bevinding ondergraaft een ander eigentijds misverstand: dat de elektronische media het boek, of meer in het bijzonder: de literatuur bedreigen. Ik geloof er niets van. Het boek is maar een middel, een mooi middel soms, een dierbaar middel zelfs, maar een middel dat heel goed door een ander kan worden vervangen. De boekdrukkunst is er ook niet altijd geweest.

De informatica verandert, net als indertijd de boekdrukkunst, de cultuur ingrijpend, maar is dat erg? Helemaal niet. De literatuur, de kunst van het woord, heeft het papier niet nodig. De VPRO bewijst het weer even met deze Beckett-serie. Het verdwijnen van de trekschuit heeft ons toch ook niet minder mobiel gemaakt? Er worden nu langs digitale weg meer brieven geschreven (en gelezen) dan ooit. Wie even zijn hersens gebruikt, weet dat de verheviging van het contact tussen individuen die hiervan het gevolg is, literair (en menselijk) bezien niet zonder gevolgen kan blijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden