Literatuuronderwijs, of het verschil tussen droom en werkelijkheid

Literatuuronderwijs, dat was het onderwerp van het symposium woensdag aan de Katholieke Universiteit Brabant, maar waar de bijeenkomst om draaide, was uiteindelijk het verschil tussen droom en daad, tussen ideaal en praktijk....

Van onze verslaggeefster

Hanneke de Klerck

TILBURG

Te optimistisch, vond Max Verbeek, docent Nederlands en auteur over jeugdliteratuur en literatuuronderwijs. Een vloeiende lijn van Nijntje naar het eindexamen zou prachtig wezen en heel nuttig, maar er is geen sprake van continuïteit in het literatuuronderwijs. Ook de invoering van de basisvorming, waarin leerdoelen zijn gesteld voor fictie-onderwijs, heeft daarin geen verandering gebracht.

In de basisvorming geldt zelfs expliciet dat leesplezier niet het doel mag zijn van literatuuronderwijs en ook dat docenten niet normatief mogen zijn, niet hun eigen smaak mogen laten doorklinken. 'Dat klinkt mij veel te droog in de oren', zegt Verbeek. 'Als leraar help je de leerlingen hun smaak te vormen.'

Voor Verbeek betekent dat leerlingen steeds suggesties doen: als ze genoten van Sindbad de Zeeman ze attenderen op De reizen van de slimme man van Imme Dros, ze steeds thematisch verwante boeken aanraden die net een tikkeltje moeilijker zijn.

Als Verbeek een A4-tje uitdeelt met een schema waarin van het ene boek naar het andere wordt verwezen, roept het spontaan aanvullingen. Want ze willen zo graag, die docenten, alleen staan tussen droom en daad wetten in de weg en praktische bezwaren. ''t Klinkt allemaal prachtig, jongens', zegt een docente, 'maar hoe doen jullie dat dan? Ik heb maar drie uur Nederlands per week.' En hardop mort de zaal, en mort Verbeek in zijn positie als docent, over secties Nederlands die niet willen weten van nieuwe ideeën.

Koos Hawinkels, vakdidacticus, adviseur en voorzitter van de Stichting Promotie Literatuuronderwijs, geeft elders in het gebouw zijn publiek strakke richtlijnen mee, die de aanwezige docenten ijverig noteren. 'Niet doen', schrijft Hawinkels links op het bord, en rechts: 'Zeker doen.' Hawinkels is een praktijkman wiens betoog zeer kindgericht is. Regel één van 'niet doen' is het kind niet overvragen, nooit te veel eisen. 'Herinner je hoe je zelf was op die leeftijd', raadt Hawinkels aan. 'Anders krijg je dat geduvel van één stapje hoger dan een kind aankan. Toon respect voor kinderen die geen plezier aan lezen beleven.'

Het geduvel met dat stapje hoger is nu precies wat Carel Peeters, criticus van Vrij Nederland, van een lezend kind verwacht. Altijd hoger willen reiken, dat is volgens Peeters wat kinderen doen, zoeken naar 'antwoorden op niet gestelde vragen'. Want 'kinderen lopen voortdurend vooruit op hun vermogens, ze denken voortdurend dat ze overal al groot genoeg voor zijn'.

Peeters vindt het onzin speciale jeugdboeken te schrijven voor kinderen tussen de tien en vijftien jaar. 'Kinderen kunnen alles aan, behalve pornografie en hard geweld.' Hij illustreert zijn stelling met een reeks voorbeelden van beroemde schrijvers die op jeugdige leeftijd al van een imposante bibliotheek hadden kennisgenomen. Volwassen boeken moeten kinderen niet opgedrongen worden, meent Peeters, als ze maar voor het grijpen staan.

Zulk optimisme brengt zijn publiek, voor het merendeel docenten, tot wanhoop, vooral als Peeters besluit met de mededeling dat hij zich niet heeft gestoord aan de hedendaagse werkelijkheid. 'Ik heb het niet over de praktijk, maar over een ideaal.' Maar zonder idealen gaat het niet, dat beseft de zaal ook. 'Ik maak nog steeds mee dat kinderen zeer jong al zeer veel begrijpen', roept een leerkracht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.