reportageschrijvershuizen

Literatuur laten zien is lastig, merken de Nederlandse schrijvershuizen

Bezoekers in het Multatulimuseum. Vorig jaar kwamen er maar 1.559 mensen een kijkje nemen.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Een traditie met het vereren van schrijvers heeft Nederland niet en de elf schrijvershuizen hebben het dan ook moeilijk. Ze trekken weinig bezoekers en hebben mede daardoor chronisch geldgebrek. Het Multatuli Museum in Amsterdam is er het slechtst aan toe. Het verzakt, de kozijnen zijn rot en lekkages bedreigen de collectie. 

Pal achter de rode sofa waarop Nederlands misschien wel grootste schrijver na een astma-aanval het aardse voor het eeuwige verruilde, trekt een bouwsteiger de aandacht. Het museum waar werk en leven van Multatuli worden tentoongesteld is aan een flinke opknapbeurt toe. En daar is meer voor nodig dan een paar schilders die de buitenkant van een nieuwe laag verf voorzien.

Sommige kozijnen blijken niet meer te redden. ‘De schilder prikte zo met zijn vinger door het hout’, zegt Willem van Duijn, een fervent multatuliaan die het geluk heeft de twee verdiepingen boven het geboortehuis aan de Amsterdamse Korsjespoortsteeg te mogen huren. De thermostaat naast zijn werkkamer geeft er 11,3 graden aan. ‘Ik vond het al zo koud hier’, zegt Elsbeth Etty, voorzitter van het Multatuli Genootschap en het museum.

Het pseudoniem waarvan Eduard Douwes Dekker zich bediende, lijkt steeds meer van toepassing op de twee verdiepingen waar zijn bibliotheek, wereldbol en bureau worden gepresenteerd. Multa tuli, Latijn voor: ‘Ik heb veel leed gedragen’ – het zou kunnen slaan op de verrotte kozijnen, de dreigende verzakking van het gebouw en de lekkages die de collectie bedreigen, zoals voormalig politica Winnie Sorgdrager aanstipte in haar brief in de Volkskrant van afgelopen zaterdag.

‘Er is geen geld voor groot onderhoud. Alleen de allerergste problemen worden, in overleg met de gemeente, steeds aangepakt’, schreef Sorgdrager. Afgelopen maandag zat ze in de Nieuwe Kerk naast Etty, haar opvolgster bij het genootschap en het museum. Ook Etty deed, met de koning op rij één, een duit in het zakje bij de aftrap van het Multatuli-jaar. Ze noemde het onderhoud van het huis waarin de schrijver tweehonderd jaar geleden werd geboren, ‘een bijna onmogelijke opgave waar we soms bijna krankzinnig van worden’.

Zeehondje

‘Jullie zijn ons zeehondje’, sprak toenmalig burgemeester Job Cohen in 2008 al tot het bestuur van het genootschap, nadat de gemeentelijke plannen voor de verdrievoudiging van de huur na moeizame onderhandelingen van tafel waren geveegd. Etty nu: ‘Alleen heeft dat zeehondje blijvende verzorging nodig en daar ontbreekt het nu aan.’ 

De penningmeester van het genootschap heeft becijferd dat er zeker 40 duizend euro nodig is om de ergste gaten te dichten. Geld dat het museum/genootschap niet heeft. De 1.559 bezoekers die vorig jaar kwamen opdagen, een kwart minder dan in 2018, brengen samen met de donateurs niet genoeg op. De gemeente Amsterdam weet van de problemen af, een vastgoedambtenaar is vorige week op bezoek geweest om de problemen aan te horen.

Elsbeth Etty, voorzitter van het Multatuli Genootschap en het museum, voor het Multatulimuseum.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Elf schrijvershuizen telt Nederland inclusief het Literatuurmuseum, al hebben de hoofdpersonen er niet altijd gewoond of gewerkt. Den Haag heeft zijn Louis Couperus Museum, Rijnsburg het Spinozahuis en Nieuw-Vossemeer het A.M. de Jongmuseum. In het Muiderslot is de werkkamer te vinden waar P.C. Hooft in de zomer naartoe vluchtte om de stank en warmte van Amsterdam achter zich te laten.

Van die elf huizen is het Multatuli Museum er het slechtst aan toe, denkt Rob de Klerk. Niet dat ‘zijn’ Theo Thijssen Museum, dat 300 meter verderop ligt, jaarlijks miljoenen binnenhaalt. ‘Ook wij zijn er niet best aan toe. We teren nog steeds op een legaat van 25 jaar geleden. Dat houdt een keer op. Maar ik hou nog wel de hoop dat zich de komende jaren een weldoener aandient die ons redt.’

Een groter budget om het werk van Thijssen onder de aandacht te brengen zou ook schelen. ‘Maar’, zegt De Klerk, ‘als Matthijs van Nieuwkerk roept dat Kees de jongen het beste boek is dat hij ooit heeft gelezen, staan er de volgende dag ook geen duizend mensen op de stoep. Die koppeling met Theo Thijssen en het museum is voor mensen blijkbaar lastig te maken.’

Overleven

Alle schrijvershuizen proberen te overleven, zegt Marita Mathijsen. ‘Ze draaien op vrijwilligheid en goedgunstigheid van de gemeente.’ De emeritus hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam sloeg in een column vijftien jaar jaar geleden alarm over het Multatuli Museum. Veel is er niet veranderd, constateert Mathijsen, tevens voorzitter van de Stichting Vrienden van het Harry Mulisch Huis, dat na tien jaar nog altijd niet genoeg geld heeft om open te gaan voor publiek. ‘Om de paar jaar moeten schrijvershuizen zich verdedigen bij de gemeenteraad, bijvoorbeeld als het gaat over weer een nieuw huurcontract.’

De volgens Mathijsen gebrekkige waardering voor de Nederlandse literatuur(geschiedenis) zou een rol kunnen spelen. ‘Literatuur laten zien is per definitie lastig’, zegt Johan Kuiper, bestuurslid van de Vrienden van het Harry Mulisch Huis.‘ De verhalen staan nu eenmaal op papier. En zo’n traditie als Frankrijk of Duitsland met het vereren van schrijvers hebben we hier niet. De giftshop van het Goethe-museum doet niet onder voor die van het Rijksmuseum.’

Bij Theo Thijssen zijn ze toch maar overstag gegaan. Ze stappen over op de museumjaarkaart, waardoor bezoekers straks voor de helft van het geld naar binnen kunnen. De Klerk: ‘Omdat ik denk dat al onze bezoekers zo’n kaart hebben, moeten we dus twee keer zoveel bezoekers trekken. Maar er moet iets gebeuren.’

Verbeterpunten

Op de stoep van het Multatuli Museum deinst een groep jonge mannen achteruit als ze horen dat de toegang 5 in plaats van 0 euro bedraagt. ‘We gaan erover nadenken’, zegt een van hen. Ze laten zich niet meer zien.

Binnen in het museum weet bezoeker Ruud van der Duin nog wel een paar verbeterpunten. ‘Het hoeft geen kermis te worden, maar er ontbreekt iets hier. Ik zou best tegen mensen willen zeggen: je moet erheen. Maar ik weet niet waarom’, oordeelt de dichter en schilder.

Eigenlijk had hij met zijn vriendin naar de Suriname-tentoonstelling in de Nieuwe Kerk gewild, maar die zat vol. Maar met Multatuli kunnen ze leven. Van der Duin: ‘Ik hou ervan om te voelen hoe kunstenaars hebben geleefd, waar ze hebben gelopen. Als ik dan hoor dat hij hier is geboren, denk ik: deze trap heeft zijn moeder hem dus op gedragen. Maar het was wel leuk geweest als zijn wiegje hier dan ook had gestaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden