Literaire echoput Paul Claes imiteert en parodieert met humor en venijn

De titel van zijn essaybundel uit 1988, Echo's echo's, geeft aan waar een groot deel van Paul Claes' vertalingen, gedichten en verhalen om draait....

In Claes' verhalenbundel Het laatste boek van 1992 staat de tekst De driehoek, die wordt voorgesteld als de vertaling van een Engelse wetenschappelijke editie van de gedichtencyclus 'The Bloomiad', bestaande uit voorwoord, inleiding, gedichten met commentaar en nawoord. De gedichten zouden zijn aangetroffen op het achterste schutblad van een exemplaar van de Franse Ulysses-vertaling. Via een ingenieuze redenering wordt Vladimir Nabokov aangewezen als de vermoedelijke schrijver.

De gedichten zijn in werkelijkheid geschreven door Claes, maar die doet het voorkomen dat ze gecomponeerd zijn door Nabokov in de stijl van diens Poesjkin-vertaling en gebaseerd zijn op de structuur van Joyce's Ulysses, die zelf weer een navolging is van Homerus' Odyssee: vier echo's achter elkaar.

Een van die gedichten kan echter onmogelijk door Nabokov zijn geschreven want het is een cento: een tekst geheel bestaande uit citaten van min of meer klassieke Nederlandse gedichten en versjes. Maar, zal Claes zeggen, superieur vertaler die ik ben, heb ik natuurlijk voor een Engels cento Nederlandse equivalenten gezocht, waarmee een vijfde echo is toegevoegd!

Zulke meervoudige echo's zijn ook te vinden in de bundel Mimicry, die in 1992 in een verkorte versie verscheen als nieuwsjaarsgeschenk van de uitgever, maar die nu is uitgebreid voor een handelseditie. Daarin staan onder andere een Khayyám-vertaling in de trant van Leopold (twee echo's) en een vertaling in de trant van Huygens van een gedicht van John Donne dat Huygens zelfs ook vertaald heeft (drie echo's).

Het grootste deel van de bundel bestaat uit enkelvoudige echo's. Het zijn pastiches, nabootsingen van de stijl van een schrijver. Pastiches stellen zowel aan de lezer als aan de schrijver hogere eisen dan parodieën. Je hebt namelijk geen houvast meer aan klassieke, goed in het gehoor liggende regels, maar slechts aan dat vage begrip 'stijl'.

Sommige auteurs hebben een stijl die goed herkenbaar is en soms schreeuwt om nabootsing (Van Alphen, Roland Holst), maar bij andere springen de stilistische kenmerken minder snel in het oog. In deze gevallen, bijvoorbeeld bij Ida Gerhardt of Hugo Claus, zijn de pastiches van Claes nauwelijks als zodanig te herkennen. De echo-schrijver heeft dan de top bereikt: zijn nabootsingen kunnen zonder bezwaar opgenomen worden in het verzameld werk van beide dichters. (Zoiets is ooit gebeurd: een pastiche door Sontrop staat in de verzamelde gedichten van Lucebert.)

Er staan in Claes' boek nog meer van zulke volmaakte mimicry-gevallen: de pastiche op Richard Minne, of die op Guido Gezelle. Er zijn ook minder geslaagde: die op Elsschot doet mij veel meer aan Greshoff denken, een middeleeuws gedichtje nabootsen is wel erg gemakkelijk en Nijhoffs Impasse nog eens variëren met een nieuwe slotregel - wat Nijhoff zelf al gedaan heeft, en beter - kan iedereen.

Hoewel er nogal wat grapjes in de gedichten en in de 'Aantekeningen' achterin zijn verborgen (de pastiche op Hooft bevat een citaat van Huygens, die op Anna Bijns een regel uit Mariken van Nieumeghen) is het toch niet zonder meer humoristisch bedoeld. Soms krijg je zelfs de indruk dat pastiche en aantekeningen een verborgen aanval zijn op de geïmiteerde auteur, zoals bij de nabootsing van Faverey, die een van de beste uit het boek is. Pastiche en commentaar hebben hier het effect dat je met andere ogen naar diens werk gaat kijken en dat je in elk geval gaat beseffen hoe dun de grens kan zijn tussen serieuze poëzie en nabootsingen ervan.

Dat geldt eveneens voor de pastiche op Adwaita: de quasi-filosofische wartaal daarvan maakt je wantrouwend over het filosofisch gehalte van de echte Adwaita. Daarmee krijgt de pastiche een belangrijker functie dan slechts een vernuftig grapje ter tijdverdrijf of een demonstratie van het mimicry-vermogen van Claes: net als de parodie kan ze een venijnige vorm van literaire kritiek zijn.

Paul Claes: Mimicry.

Kritak, ¿ 30,-.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden