Literair talent 1: Maartje Wortel (89 punten)

Ze debuteerde met verhalen, in januari verschijnt IJstijd, haar tweede roman. Een schrijfster met cultpotentie, zegt de jury.

'Moet ik nu iets cultfiguurachtigs gaan zeggen?' Schrijfster Maartje Wortel (31) is niet zo op haar gemak in de media. Wat ze vandaag in het interview zegt, kan ze morgen alweer niet menen, waarschuwt ze. Dat ze door literaire vakgenoten met stip tot dé belofte van 2014 is gekroond, en dat een van de juryleden schrijft dat Wortel 'naast literair vermogen ook cultpotentie' heeft, zet haar al helemaal onder druk. 'Alsof je tegen een cabaretier op een feestje zou zeggen: hé, maak eens een grapje.'


In haar nieuwe roman IJstijd, die begin januari verschijnt, gaat het ook over de blik van de ander, dat je bent wat anderen in jou zien. Hoofdpersoon James Dillard doet niets dan in zijn hotelkamer liggen en dure kazen bestellen op internet, tot een redacteur van een uitgeverij vraagt of hij een boek wil schrijven. Plots is hij schrijver. En is Maartje Wortel een cultfiguur.


'Die thematiek zag ik er achteraf pas in', zegt Wortel. 'In eerste instantie wilde ik een satirisch boek schrijven over de literaire wereld. Dat had ik in een maand af. Later vond ik die eerste versie te vlak. Ik heb het weggelegd en daarna volledig herschreven. Het is nu gelukkig iets heel anders geworden.'


IJstijd wordt het derde boek van Maartje Wortel (lange benen, goedlachs). Ze debuteerde, na het winnen van de verhalenwedstrijd Write Now, in 2009 met de verhalenbundel Dit is jouw huis, waarvoor ze de Anton Wachterprijs kreeg. Veel Volkskrant-juryleden roemen haar 'droogkomische' en 'hoogst originele' stem, die meer weglaat dan vertelt.


In 2011 verscheen haar eerste roman, Half Mens, die ook met lof en nominaties werd ontvangen. James Dillard was een van de bijfiguren in die roman. 'Toen ik de eerste versie van Half Mens af had, vroeg de uitgeverij: 'Kun je James Dillard niet wat meer ruimte geven? Hij heeft een lekkere stem.' Dat vond ik een vrij opmerkelijk verzoek. Daar gaat het toch niet om in literatuur? Als tegenreactie wilde ik een compleet boek vanuit James Dillard schrijven, als een onderzoek naar verwachting. Kan James Dillard, kan ook ik, aan de verwachting van anderen voldoen?


IJstijd gaat uiteindelijk verder dan kritiek op de uitgeverswereld. 'Het gaat, denk ik, over de vraag wat oprecht is en wat niet. Dat zat ook in Half Mens. Ik ben daar altijd naar op zoek, in alles. Wanneer is literatuur echt, maar ook: wanneer is liefde echt? Wanneer gaat liefde over elkaar écht kunnen raken, en niet meer over elkaar gewoon nodig hebben? Je weet nooit zeker of je dat hebt bereikt.'


De figuren in Wortels boeken vinden die oprechtheid nooit. Half Mens eindigt dan wel in een liefdesrelatie, maar onzelfzuchtig is de liefde niet. 'Als je mijn boeken leest, lijkt het misschien alsof ik niet in de liefde geloof. Ik geloof daar juist wel in, maar ik stel er kritische vragen bij. Ook in het echte leven. Ik word soms ineens heel kwaad op mijn vrienden. Waar gaat dit nou over?, denk ik dan.' Wortel lacht, en bloost een beetje. 'Ze zijn dat wel van me gewend, hoor.'


IJstijd is een barometer van deze tijd, hoopt de in Eemnes geboren Amsterdamse. 'Ik vind deze tijd zo gek', zegt ze. 'Ik ben blij om nu te leven, dat ik kansen krijg; maar tegelijkertijd staat er niets op het spel. De dreiging is afwezig, van een ramp of oorlog bijvoorbeeld. In dat soort omstandigheden krijg je de kans om oprechtheid te testen. Wanneer mensen niet de vrijheid en veiligheid hebben om een boek te schrijven maar dat toch doen, dan voel je de noodzaak; zoals bij Boris Ryzji, een van mijn literaire helden.'


James Dillard heeft het daarentegen uitstekend voor elkaar, met genoeg geld op de bank om zonder werken 200 jaar te worden. Bij hem is iedere noodzaak afwezig. Hij zegt het hardop: ik heb niets om voor te vechten.


Wortel kan nu leven van het schrijverschap als ze af en toe lesgeeft op de kunstacademie, maar in haar studententijd - ze studeerde beeld en taal aan de Rietveldacademie - solliciteerde ze eens voor een bijbaan bij een broodjeszaak. 'De bedrijfsleider vroeg me op het sollicitatiegesprek om vier soorten tomaten op te noemen. Dat lukte me toevallig, waarop hij zei: goed dat je dat weet. Hij was bloedserieus, hè.' Wortel lacht hard. 'Achteraf vond ik dat zo mooi, want door de manier waarop die man die vraag stelde, de opluchting dat ik wat van zijn wereld wist, voelde hij zich serieus genomen. We kunnen geloof ik ook niet anders dan ons eigen verhaal invullen. Iedereen maakt wat van zijn leven, hoe banaal het ook is. Voor die man zijn vier soorten tomaten heel belangrijk. We zijn absurde helden, zoals Albert Camus zei.'


Ze moet denken aan een kunstwerk van de Engelse kunstenares Tacita Dean, A bag of air. 'Voor het project vulde ze plastic zakjes met lucht. Om te laten zien: lucht is ook 'iets'. Dat vind ik een ontzettend goed werk. Ieder vult zijn eigen zakjes met lucht, dat is het leven. Kijk, mijn zakje is groter dan dat van jou. Iedereen heeft meningen over andermans zakjes. We proberen betekenis te geven aan het bestaan, maar eigenlijk gaat het nergens over.'


Talent 2: Joost de Vries

75 punten


Op de redactie was er discussie of deze auteur nog als belofte kan gelden, want al bij het verschijnen van zijn debuut Clausewitz (Prometheus) in 2010 was bijna iedereen het erover eens dat de kunstredacteur van De Groene Amsterdammer, Joost de Vries (30), een groot talent is. Hij kreeg de Anton Wachterprijs en Elsbeth Etty noemde hem in NRC Handelsblad de nieuwe Harry Mulisch; een groteske vergelijking waarmee hij nog altijd om de oren wordt geslagen alsof hij het zelf heeft bedacht. Vorig jaar verscheen zijn tweede roman, De Republiek, dat zijn schrijverschap bevestigde. Zijn boeken zijn gevaarlijke intellectuele draaikolken waarin humor en citaten uit de 'lage cultuur', als die nog bestaat, niet ontbreken. De plot is bij De Vries minstens zo belangrijk als een verzorgde stijl. Hij werkt momenteel aan een essaybundel.


Talent 3: Thomas Heerma van Voss

40 punten


De jongste Heerma van Voss (iedereen in zijn familie kan schrijven) debuteerde op 19-jarige leeftijd met De Allestafel (2009, Thomas Rap). Pas drie jaar eerder begon hij serieus met lezen, vertelde hij in interviews. Sindsdien begraaft hij zich in literatuur, in Grunberg en in Hermans. Hij schrijft verhalen en journalistieke stukken, vooral over hiphop. Dit jaar verscheen zijn tweede roman Stern. Heerma van Voss (23) schrijft in beide boeken - maar ook in een aantal verhalen - over wereldvreemde mannen, neurotische controlfreaks. In Stern wordt basissschoolleraar Hugo Stern met vervroegd pensioen gestuurd, waarmee hij de zekerheid in zijn leven verliest. Heerma van Voss houdt zijn personages aan hun staart boven de afgrond.


Volgens de juryleden spat het talent bij de jonge auteur van iedere pagina. Maar zijn beste boeken moeten nog komen, merkt Dirk Leyman, literatuurcriticus van De Morgen op. 'Wanneer hij zich kan bevrijden van de impact van Grunberg komt het goed.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden